Clemenskerk te Merkelbeek


De Clemenskerk te Merkelbeek feestelijk in gebruik genomen!

Op zaterdag 22 november 2014 is de Clemenskerk te Merkelbeek (gemeente Brunssum) officieel heropend door de gouverneur van Limburg, Theo Bovens. Op dit moment is de kerk alleen voor groepen op aanvraag via info@clemensdomein.nl toegankelijk. Binnenkort echter staat de deur enkele dagen per week voor iedereen open. Dankzij een handige folder kun je er kennis maken met de benedictijner schilderingen van abt Hermann Renzel (verhaalllijn) en dom Romanus Jacobs (uitvoering) uit 1901. Na de bezichtiging ben je welkom om na te genieten met een kopje koffie of een andere versnapering in het informatiecentrum naast de kerk. Daar is ook een uitdraai van het digitale boek te koop:

Bernadette van Hellenberg Hubar, Verhalen op de muur, De schilderingen in de Clemenskerk van Merkelbeek, Brunssum 2014 (ISBN: 978-90-820976-1-0).

Voor een inkijkexemplaar volg je deze link.

Op de site www.clemensdomein.nl kun je meer informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden vinden.

Omslag van mijn boek 'Verhalen op de muur' (2014), Clemenskerk te Merkelbeek.
De omslag van mijn digitale boek ‘Verhalen op de muur’ (2014), over de schilderingen in de Clemenskerk te Merkelbeek. Foto’s: Emile Verheijden, 2014. Vormgeving: Els Gulpen, 2014. 

Projectsignalement

Na het verschijnen van De genade van de steiger zijn opvallend veel nieuwe – onbekende – monumentale uitmonsteringen gesignaleerd. Dat geldt onder meer voor de Clemenskerk te Merkelbeek, die in 1901 werd beschilderd door de uit Duitsland afkomstige benedictijn dom Romanus Jacobs, toen 21 jaar oud. Je zou verwachten dat dit de sfeer zou ademen van de invloedrijke Beuroner school, de stroming die zich ontwikkeld had binnen de muren van de benedictijner abdij te Beuron, maar zo eenvoudig ligt het niet. Het gaat om krachtig weergegeven, haast geportretteerde heiligen, gevat in medaillons die op hun beurt in neogotisch geïnspireerd, decoratief sjabloonwerk opgenomen zijn. Naar achteraf is gebleken, geldt voor de jonge kunstenaar hetzelfde als voor veel van zijn Nederlandse vakgenoten: hij liet zich wel inspireren door zijn Beuroner confraters, maar koos voor eigen oplossingen. Zeer waarschijnlijk heeft zijn abt, Hermann Renzel die vrijwel zeker het decoratieprogramma van de schilderingen bedacht, hem hierbij aangestuurd.

Bij het onderzoek, dat ik in opdracht van de gemeente Brunssum voor een publicatie verricht, worden uiteraard ook de oudere afwerklagen betrokken die dateren vanaf de achttiende eeuw. De restauratie van het werk werd uitgevoerd door de SRAL, onder leiding van drs Angelique Friedrichs. Het is inmiddels voltooid.

Clemenskerk Merkelbeek met Angelique Friedrichs van de SRAL en Bernadette van Hellenberg Hubar

De schildering van koning David van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek, met restaurator Angelique Friedrichs van de SRAL (links) en Bernadette van Hellenberg Hubar (foto: Marij Coenen, november 2013).

Locatiegegevens

Clemenskerk | Bezoekerscentrum
Groeneweg 2 | Groeneweg 4
6441 LL Merkelbeek

Coördinaten:
50° 57′ 24″ NB, 5° 57′ 33″ OL

De verkorte link van deze pagina is http://bit.ly/VHH2Clemenskerk.

Schoonhoven’s Leda en de zwaan

Jan Schoonhoven, Leda en de Zwaan (1957). Herkomst: site Museumkijker van F. Ledeboer (2015). Screenshot collage bvhh.nu 2018.
Jan Schoonhoven (1914-1994), Leda en de zwaan (1952), Museum Prinsenhof Delft. Voor wie het verhaal niet kent, is dit item handig. Herkomst: site Museumkijker van Françoise Ledeboer (2015). Screenshot collage bvhh.nu 2018.

Een tijdje terug (in 2015) viel mijn oog op dit berichtje dat me via @ArtFollowers bereikte:

Soms zijn er van die werken die je de adem benemen, zo mooi van vorm en zo puur, dat het een genot is om naar te kijken. Zo’n werk is Leda en de Zwaan van de Delftse kunstenaar Jan Schoonhoven.1

Dat maakte me erg nieuwsgierig, vooral omdat het hartverwarmend is als critici weer eens ongegeneerd hun enthousiasme durven te uiten. En het is ook een fantastisch werk, alleen al uit het oogpunt van compositie en kleurgebruik. Waar eindigt de zwaan en begint de vrouw en wie bevrucht wie in deze interactie tussen uitwaaierende stroken en centrale cirkel/hoekige vorm? Zien we hier spermatozoïden tot de eicel doordringen in een kosmische setting waarin alles om de cyclus van leven en dood draait? Het zou fascinerend zijn om daar meer over te weten, vooral omdat het werk een buitenbeentje lijkt in het oeuvre van deze kunstenaar.2 Nu viel me in de blog van José van der Wegen nog iets anders op: dit bijzondere werk is namelijk van linoleum gemaakt.

Wat typisch dat Jan Schoonhoven hiervoor koos3. Je zou haast denken dat dat op dat moment een nieuw medium was, maar niets is minder waar. Bij het onderzoek voor De genade van de steiger kwamen Angelique Friedrichs van de SRAL en ik erachter dat de beroemde Bossche Wanden van Antoon Derkinderen uit de late negentiende eeuw in Nederland tot de vroegste experimenten behoren met deze nieuwe drager.4 Wat Leda en de zwaan echter héél anders maakt, is dat linoleum hier niet de drager is, maar het artistieke uitdrukkingsmiddel. Restaurator Evelyne Snyders, die het werk heeft hersteld, vertelde me dat Schoonhoven koos voor ‘een collage van verschillende kleuren linoleum (‘marmoleum’ om precies te zijn) verlijmd op een multiplex drager’.5

Dit ongewone gebruik heeft Schoonhoven in zekere zin gemeen met de monumentale kunstenaars van rond 1900. Men kampte toen met het probleem dat direct op de muur schilderen in het Nederlandse klimaat veel risico’s met zich meebracht. Was dat nog niet zo’n ramp voor de gesjabloneerde decoraties – die waren immers eenvoudig reproduceerbaar – voor de figuratieve unica lag het heel anders. Vandaar dat men met allerlei soorten doek experimenteerde, maar ook met hard- en zachtboard, eterniet en linoleum. Vooral Jan Dunselman, voor wiens technische vaardigheid Derkinderen grote bewondering had, heeft van die laatste drager veel gebruik gemaakt. Wie kent niet zijn prachtige kruisweg in de Nicolaaskerk van Amsterdam.6 Als je zijn fijne penseel vergelijkt met de collage van Schoonhoven had het verschil haast niet groter kunnen zijn. Bien étonnés de se trouver ensemble lijkt de moraal.

Jan Dunselman en de geschilderde uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam. Uit ‘De genade van de steiger’, p. 188. Screenshot bvhh.nu 2018.
Jan Dunselman schilderde onder meer de kruisweg van de Nicolaaskerk te Amsterdam op linoleum (1891-1898). Herkomst: Genade van de steiger, detail van p. 188 (Voor een groter beeld klik op de afbeelding).7

Nu is het werken met linoleum één ding, maar het instandhouden weer iets heel anders. Dat geldt sowieso voor al die nieuwe materialen en technieken waarmee men vanaf circa 1900 aan de slag ging. Vandaar dat Angelique Friedrichs hierover een speciaal hoofdstuk heeft geschreven voor De genade van de steiger. Het accent hierin ligt vooral op het onderzoek naar technieken als fresco en keim, waarin baanbrekende vondsten zijn gedaan. Wat betreft de problematiek van het linoleum zijn er al wel veel praktijkervaringen, maar is nog niet zoveel publiek vastgelegd.8 Op dat punt is de casus van de restauratie van Leda en de zwaan een welkome aanvulling.9 Nu dit oeuvre duurzaam behouden is, lijkt de tijd rijp om het toe te voegen aan de indrukwekkende canon van kunstwerken – variërend van de klassieke oudheid tot Leonardo da Vinci en van de barok tot Gustav Klimt en Jan Sluijters – die Leda en de zwaan tot onderwerp hebben.10 De versie van Schoonhoven is te bezichtigen in Museum Prinsenhof.

B.11

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. José van der Wegen op kunst.blog.nl 

  2. Vergelijk de mooie blog hierover van Françoise Ledeboer van Museumkijker. Voorts het betreffende lemma op Wikipedia. Onderzoek via Delpher leverde geen treffers op van dit werk van Schoonhoven. 

  3. Voor Jan Schoonhoven zie ook de database van RKD 

  4. Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013, pp. 51; 100; 104. Dit boek kwam tot stand in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 

  5. Mail van Evelyne Snyders d.d. 21 juli 2014. 

  6. Hubar, De genade van de steiger, pp. 184-186. 

  7. Hubar, De genade van de steiger, p. 188. Voor een groter beeld klik op de afbeelding. 

  8. Wat betreft het werk op linoleum van Dunselman in de Agathakerk te Lisse heb ik bij De genade van de steiger mogen profiteren van het restauratieverslag van Rob Bremer en Wil Werkman. 

  9. Schoonhoven’s Leda en de Zwaan is weer terug | Blog Museum Prinsenhof

  10. Voor een overzicht zie tijdruimte.nl

  11. Met dank aan Evelyne Snijders, die me feedback geef op de eerst versie van dit bericht. Hierdoor was het mogelijk om enkele omissies te corrigeren. Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Schoonhoven’s Leda en de zwaan’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-HT | http://bit.ly/1Ot7F5S (2014-2018). 

Recensies & signalementen


Nota bene — Hierboven is een enkel signalement uitgelicht, maar de overige recensies en korte berichten kun je je in het lijstje hieronder vinden.

Mieke Rijnders recensie-

Recensie Mieke Rijnders ‘Genade van de steiger’ in Museumtijdschrift, mei 2014.

  • Mieke Rijnders geeft een pittig lovende recensie onder de titel, ‘Roomse schilderkunst’, in Museumtijdschrift van mei 2014.
  • Henk van Os was aangenaam verrast door De genade van de steiger, zoals ook uit bijgaand signalement in Kunstschrift blijkt.
  • Het enthousiaste artikel van Caspar Cillekens in Dagblad De Limburger.
  • Ook het laatste nummer blad van het bisdom Roermond spreekt over ‘een standaardwerk maar zeker ook een lust voor het oog’.
  • Een lovend verhaal van kerkenspecialist en VU-promovendus Herman Wesselink, nota bene op de site van Protestant.nu (in iets uitgebreidere vorm tevens te vinden in het laatste nummer van het Cuypersbulletin).
  • In de categorie klein, maar fijn, het signalement van dr Jos Pouls.
  • Een mooie recensie op de site van De Leestafel, die illustreert dat wat we beoogd hebben met dit boek – de herwaardering van de monumentale schilderkunst – gaat lukken.
  • Lest best, op Bol.com:

Veel kunstenaars hebben tussen de twee wereldoorlogen ‘de steiger’ getrotseerd om de muren en gewelven van kerken te beschilderen naar de roomse traditie en architectuur. Na 1945 werden zij met grote tegenzin ontvangen: hun kunst was niet modern abstract en de kerk was minder in tel. Recente restauraties zijn nu aanleiding dit beeld te herzien met een grondige en monumentale inventarisatie. In afgeronde hoofdstukken komen aan bod de vorming van deze zo diverse kunst- en kerkschilders, de vele conservatieve of experimentele stromingen, hun thema’s, technieken en de kritiek, en dat volgens objectieve criteria van schoonheid en wetenschap en historische waarde. Het resultaat is een alomvattende studie met bijna 400 prachtige afbeeldingen van kunstrijke of meer decoratieve interieurs, door vooral de kopstukken: Otto van Rees, Charles Eyck, Cuypers, Toorop, Derkinderen e.a. Met veel begripsverklaringen van vaak aparte termen, in citaten, veel noten en bronnen. Een ware canon van ‘vergeten’ kerkelijke kunst. Drs. Erik Kreytz

Het boek is inmiddels uitverkocht.

De RCE streeft ernaar het boek online te zetten op DBNL.org.

Wordt vervolgd!

;-) B&M1

Voetnoot:


  1. Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-sU | http://bit.ly/1Zvd5z0  

De hoedenwinkel in de Hamstraat van Roermond

Een van de meest bekende zaken in Roermond was ongetwijfeld de hoedenwinkel van Gerda Beurskens in de Hamstraat, in het jugendstilpand naast de synagoge dat in 1906 tot stand kwam naar ontwerp van de Roermondse architect Frans Dupont. Toen deze zaak een aantal jaren geleden ophield te bestaan kwam een einde aan driekwart eeuw bijzondere detailhandel op deze plaats. De afgelopen decennia heeft de tijd in dit pand zo’n beetje stil gestaan, waardoor thans sprake is van een hoge mate aan achterstallig onderhoud, terwijl op het gebied van hedendaags comfort en hygiëne een inhaalslag dringend nodig is. Vandaar dat er plannen zijn ontwikkeld om de zaak van ‘tante Gerda’, zoals jong en – met name – oud haar in Roermond noemde, geschikt te maken voor winkelen anno 2014. Jammer genoeg bleek het concept wonen boven winkels hier niet haalbaar. Wel was het mogelijk om hier een B&B te vestigen. Anno 2018 wordt de winkel zelf overigens nog steeds als winkel gebruikt.

Voorafgaand aan deze zachte vorm van herbestemming moest een cultuurhistorische analyse met waardenstelling (CHAW) opgesteld worden, want het gaat om een rijksmonument dat in het bestemmingsplangebied van de Roermondse binnenstad ligt. Het onderzoek heb ik in de zomer van 2013 uitgevoerd. Het kan onder deze link als zwartwit-exemplaar ingezien worden. Wil je het in kleur hebben, dan kun je het bestellen via 4all op Bibliodoc.

Het rapport geeft een mooi beeld van de manier waarop ik dit type kleinere onderzoeken uitvoer.*

Voor de Cuyperianen onder ons: dit winkelgebouw verving het geboortehuis van architect Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). Ook daarover vind je meer in het verhaal over de hoedenwinkel.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum anno 2018

Vijf jaar later kunnen we constateren dat de crisis goed is geweest voor de hoedenwinkel. Er is namelijk nauwelijks iets veranderd. Er zit een soort vrijwilligerswinkel achter de etalage en in de ruimtes boven zit een B&B. Niet dat ik de architect of mijn opdrachtgever iets misgun, maar als erfgoedspecialist heb ik bij herbestemmingen en restauraties al zoveel zien verdwijnen – denk maar eens aan wat er nu bij de Paterskerk in Eindhoven gebeurt – dat ik blij ben met zo’n pas op de plaats. En wat mij betreft wordt het een hele lange pas op de plaats.

Wat trouwens heel grappig is. Deze blog blijkt een van de meest gelezen items van onze website te zijn.

Meer weten

De * verwijst naar de volgende informatie:

  • Voor dit type onderzoek heb ik een aparte methode ontwikkeld: de erfgoedSWOT©
  • Verkorte links van dit item: http://bit.ly/1ZvvLi8 | http://wp.me/p4eh3s-dR

CHAW Hamstraat 20B Roermond
Omslag van de rapportpublicatie ‘De hoedenwinkel in de Hamstraat’ te Roermond, ontworpen door architect Frans Dupont.

Archief: symposium

Interbellumboek Obrechtkerk Kees Dunselman
Bladzijde uit ‘De genade van de steiger’ over de schilderingen in het schip en de koortravee van Kees Dunselman in de Obrechtkerk te Amsterdam.

Presentatie & symposium ‘De genade van de steiger

Op donderdag 21 november 2013 verschijnt het boek De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, van de hand van Bernadette van Hellenberg Hubar, met een bijdrage van Angelique Friedrichs en onder redactie van Gerard van Wezel. Naar aanleiding daarvan organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een middagsymposium in de Obrechtkerk in Amsterdam. De locatie is goed bereikbaar met de auto en het openbaar vervoer.* Het boek is in de Obrechtkerk te koop, maar kan ook besteld worden bij de Walburg Pers. Belangstellenden voor het symposium kunnen zich gratis opgeven bij de RCE.

Programma:

13.30 Ontvangst met koffie en thee.

14.00 Welkomstwoord door mr. Manfred Evers, ‘regisseur’ van de Obrechtkerk.

14.10 Van historische naar esthetische herwaardering van verguisde kunst door prof. dr. Paul van den Akker, hoogleraar Beeldende Kunst voor 1800 aan de Open Universiteit en universitair docent Beeldende Kunst 300-1800 aan de Vrije Universiteit Amsterdam, tevens middagvoorzitter.

14.30 Bevrijding van de dwingende kerk: Over de afkeer van de negentiende-eeuwse kerkelijke kunst en architectuur in Nederland door prof. dr. Sible de Blaauw, hoogleraar Vroegchristelijke Kunst en Architectuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

14.50 De betekenis van de liturgiehistorische context in de herwaardering van de twintigste-eeuwse kerkelijke kunsten door dr. Marisa Melchers, zelfstandig kunsthistorisch onderzoeker.

15.15 Uitreiking van het boek De genade van de steiger door drs. Cees van ’t Veen, directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, aan prof. dr. Henk van Os.

15.25 Op de knieën met Wim Beeren door prof. dr. Henk van Os, universiteitshoogleraar Kunst en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam.

15.45 Theepauze.

16.15 De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum door dr. Bernadette van Hellenberg Hubar, erfgoedspecialist van adviesbureau vanhellenberghubar.org en hoofdauteur van het boek De genade van de steiger.

16.45 Afsluiting door prof. dr. Paul van den Akker.

17.00 Borrel tot 18.00.


*) Locatie van het symposium: Obrechtkerk (Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans), Jacob Obrechtstraat 30, 1071 KM Amsterdam, www.obrechtkerk.nl. Vanaf het Centraal Station tram 2 en 16, halte Jacob Obrechtstraat. Vanaf Station Zuid tram 5, halte Concertgebouw. Vijf minuten lopen. Parkeergarage Museumplein, ingang Van Baerlestraat. Vijf minuten lopen.

Vue op de nieuwe Bavo

Mijn boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers: op het gebeeldhouwde monogram, bekroond met de miniatuur koepel van de Sint Pieter van Rome, zijn onlangs de kleuren terug gebracht. Foto BvHH 2013.

Ik kan er maar geen genoeg van krijgen! Het is daar zo mooi op de steigers van de nieuwe Bavo. Dat vond ook RKK Katholiek Nederland TV toen de koster, Stephan van Rijt, materiaal stuurde over de beelden. Het resultaat was een uitzending over de restauratie die op 19 oktober 2013 uitgezonden werd, maar jammer genoeg niet meer beschikbaar is. Wat kwam er in deze gefilmde vue op de nieuwe Bavo zoal ter sprake:

De Unvollendete — Joseph Cuypers wist dat hij vanwege geldgebrek de kathedraal niet in één keer zou kunnen bouwen. Sterker nog, hij was zich er van bewust dat er meer generaties voor nodig zouden zijn om de kathedraal te voltooien. In overleg met de bisschop en de vicaris bedacht hij daarom een concept dat je zou kunnen opvatten als de architectonische tegenhanger van de beroemde Unvollendete (de onvoltooide symfonie) van Schubert:

  • Daardoor is het gebouw af en onaf tegelijkertijd: een optelsom van kwantumachtige momenten die elk de potentie hebben werkelijkheid te worden.
  • Tegelijkertijd schuilt hierachter een rijke christelijke symboliek die met name bepaald wordt door de visie dat het onvoltooide ons onweerstaanbaar naar de bron van alle voltooiing trekt: God. Maar zeker zo belangrijk is het – katholieke – besef dat het kruisoffer van Christus tijdens de eucharistie niet zomaar herdacht wordt, maar telkens weer opnieuw herhaald én voltooid wordt.
  • In het kielzog van het Oriëntalisme onderging ook Joseph Cuypers de aantrekkingskracht van de Arabische cultuur die een extra dimensie had, omdat ze het toenmalige aanzien bepaalde van het Heilige Land, waar Christus zijn verlossingswerk had verricht. In dit verband synchroniseerde de architect de ‘heilige leegte’ uit de christelijke en islamitische traditie door middel van lege poortnissen (in de koepel) en onbezette baldakijnen binnen en buiten de kerk. Omdat de leegte in principe ooit vol zal kunnen worden, maken ook deze deel uit van de Unvollendete.
  • Daarnaast speelde Joseph Cuypers in op een fenomeen dat in de achttiende eeuw werd ontdekt en afgelopen decennia door hersenonderzoek bevestigd werd: de voltooiende werking van onze ogen. Hoe sterk dat bij de nieuwe Bavo speelde, wordt vooral duidelijk als je bedenkt dat nu pas – tijdens de restauratie – ‘gezien’ werd hoeveel onafgewerkte brokken steen in het gebouw zitten. Te beginnen in de dominante koepel op de viering.
Detail van de koepel op de vieringtoren van de nieuwe Bavo te Haarlem

Pas tijdens deze restauratie vielen de hoeveelheid voorbewerkte blokken natuursteen op die de plaats innemen van beelden. Waren ze wel al gesignaleerd onder de baldakijnen van de lijst direct onder de koperen koepel, op de andere plaatsen in en buiten de kathedraal werden ze nu pas ontdekt. Foto BvHH 2013.

De juwelen van de bruid — Als devies draagt de kathedraal het motto Sicut sponsa ornata, getooid als een bruid. Dit is afkomstig uit de Apocalyps van Johannes en wel uit het hoofdstuk, waarin hij het hemels Jeruzalem ziet nederdalen, getooid als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Op zijn beurt heeft Johannes dit prachtige beeld weer ontleend aan het Hooglied van Salomon. De kathedraal is symbolisch bezien de bruid, terwijl de selectief toegepaste buitenpolychromie de rol vervult van het snoer met juwelen rond haar hals. Opvallend genoeg zijn de kleuren vrijwel zonder uitzondering op bekroningen te zien, of dat nu torens betreft of topgevels.

Het dakenlandschap met de gepolychromeerde torens aan de noordoostzijde van de nieuwe Bavo.

De juwelen van de bruid. Foto BvHH 2013.

Microkosmos van de schepping — Stephan van Rijt merkte op dat je de beelden van Joseph Cuypers rond de nieuwe Bavo zou kunnen beschouwen als de tegenhangers van die van Viollet-le-Duc bij de Notre Dame van Parijs. Opvallend zijn de vele monsters die als symbool van de duistere kant van de schepping inherent zijn aan het wereldbeeld dat de kerk representeert: de strijd tussen goed en kwaad, licht en donker en noem maar op, wordt juist op gewijde plaatsen op het scherp van de snede uitgevochten. Daar vindt de apocalyptische kortsluiting plaats tussen de tegenstellingen die ons als mens raken, maar ook de verzoening met het aardse onvolmaakte dat een afspiegeling van de hemelse volmaaktheid toont. Bij de nieuwe Bavo tref je op verschillende plaatsen ambivalente wezens aan die hier en daar gekoppeld zijn aan een helend element: zo staan de meest bijzondere exemplaren op de Sacramentskapel, terwijl de duivel bij een van de beren rond de apsis achter de exorcist is geplaatst.

De monsters boven de sacramentskapel van de nieuwe Bavo

De wezens boven de sacramentskapel maken deel uit van de kosmische tegenstelling tussen goed en kwaad die de kathedraal als microkosmos van de schepping toont. Foto BvHH 2013.

Waardenstelling — De voorgaande gegevens zijn ontleend aan de waardenstelling waarmee ik bezig ben ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo.1 Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht.

Een nieuw boek over de kathedraal — Naar aanleiding van de resultaten van de waardenstelling kreeg ik in 2014 de opdracht om een boek te schrijven naar aanleiding van de huidige restauratie van de nieuwe Bavo: Ad orientem | Gericht op het oosten. Dit boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

Wil je het productieproces volgen? Abonneer je dan op mijn site of surf naar mijn blog!

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Hubar, Inauro textum, 2013, passim. 

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7u.

    ← Door naar de hoofdpagina

Samenvatting van ‘De genade van de steiger’

Nota bene — Wie liever eerst wil kijken naar het overzicht van items over De genade van de steiger op deze site, kan deze link volgen. Het boek is inmiddels uitverkocht en bij uitgeverij De Walburg Pers niet meer verkrijgbaar. Gelukkig blijkt het bij verschillende webwinkels nog verkrijgbaar te zijn en verder wordt het ook tweedehands en antiquarisch aangeboden. Ga maar eens googelen.

Samenvatting Genade van de steiger| Uitnodiging voor de presentatie van het boek, 21 november 2013 in de Obrechtkerk te Amsterdam
Detail van de koepelschildering van Jan Oosterman in de Catharinakerk van Den Bosch van Jan Stuyt. (Foto: RCEPixelpolder)

De genade van de steiger vormt de eerste studie die aan de monumentale kerkelijke schilderkunst van het interbellum in Nederland is gewijd. Over dit genre is nauwelijks iets bekend, niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. Voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vormden de kanjerrestauraties van acht grote kerken aanleiding om hier nader onderzoek naar te laten verrichten. Men constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit onderdeel van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed.

Bij dit project is een rijk gestoffeerd landschap in kaart gebracht, waarbij voor het eerst ook kwantitatief onderzoek naar monumentale schilderkunst is verricht. Niet eerder is er zoveel bekend geworden over wie zich allemaal in kunstzinnig Nederland bezig hielden met dit genre. Aanvankelijk was gerekend op zo’n 40 treffers, maar uiteindelijk zijn nagenoeg 200 namen van kunstenaars, ateliers en vakschilders tevoorschijn gekomen. Opvallend genoeg blijkt het gros van het nog bestaande werk in rijksmonumenten aanwezig te zijn. Tijdens het onderzoek is veel primaire literatuur opgespoord, mede dankzij de krantenbank van de KB. De analyse van dit materiaal resulteerde in een boek, waarin de lezer in vier inleidende hoofdstukken naar een canon van de verschillende stromingen in de muurschilderkunst wordt geleid. Deze canon bestaat uit drie hoofdstukken die elk gewijd zijn aan een van de ontdekte hoofdstromingen: de epische mis-en-scène en de Beuroner beurtzang (I), het synthetisme en het symbolisme (II), en ten slotte de expressionistische stam (III).

Vorming en technieken Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de Amsterdamse Rijksacademie: alleen daar kon men een specialisatie volgen in de monumentale kunst. Aan de hand van concrete lesstof is achterhaald wat voor een soort onderwijs de aankomende kunstenaar op de steiger hier genoot. Hierdoor was het mogelijk lacunes in ouder onderzoek te dichten, hetgeen tot veel kenniswinst heeft geleid. Tegenover de academisch gevormde ‘figuristen’ stond het anonieme leger aan vakschilders: de voorbereiders, de decoratieschilders en de kalligrafen. Ook deze blijken over het algemeen degelijk geschoold te zijn. Als vervolg op de opleiding is een apart hoofdstuk gewijd aan de technieken en materialen van die tijd. Hierbij kwam voor het eerst aan het licht dat de frescoschilderkunst in Nederland pas tijdens het interbellum serieus beoefend werd. Daarnaast is het ontstaan en de introductie van de succesvolle keimverf in Nederland onder de loep genomen. Ook oudere technieken als olie-, caseïne- en wasverf komen aan de orde, naast nieuwe materialen als linoleum en hard- en zachtboard.

Samenvatting Genade van de steiger | De worgengel in het noorderportaal in Asselt van Joep Nicolas
Joep Nicolas, Cyclus in de crypte van Asselt (1923-1924) (Foto: RCEPixelpolder)

Kunstkritiek — Een aparte plaats neemt het hoofdstuk over de kunstkritiek in. Dit bleek onmisbaar om greep te krijgen op de verschillende stromingen en de uiteenlopende begrippen voor de waardering van monumentale schilderkunst. De analyse van dit onderdeel vond plaats op tekstueel niveau, waardoor standaardtermen als symbolisme en expressionisme, maar ietwat paradoxaal ook barok herijkt zijn. De katholieke esthetica van die tijd komt hierbij eveneens aan bod. Daarnaast is het jargon tegen het licht gehouden: dit heeft ertoe geleid dat we woorden als factuur, coloriet, abstract, cerebraal, decoratief, synthetisch, episch, leesbaar, gedenatureerd et cetera in de context van die tijd kunnen verstaan en actualiseren. Langs deze weg is een wetenschappelijk waarderingskader ontstaan dat tot dusver nog niet bestond.

Canon — De voorgaande hoofdstukken monden uit in een overzicht, waarin de belangrijkste kunstenaars en hun volgelingen op het toneel worden gezet. Behalve de drie genoemde hoofdgroepen worden enkele wisselspelers en einzelgänger uitgelicht. Aan de ene kant leidt deze mise-en-scène tot een correctie en verfijning van het algemene beeld van die tijd. Anderzijds wijkt de monumentale schilderkunst door de aparte voorwaarden die het medium stelt zo sterk af van de gangbare uitingsmiddelen dat dit ook van invloed blijkt op de positionering. Ondertussen worden programma’s gerealiseerd die iconografisch bezien verrassende oplossingen tonen, terwijl ze tegelijkertijd de bindende kracht van de christelijke symboliek demonstreren. De publicatie brengt alles bij elkaar veel nieuwe feiten en inzichten over het voetlicht. Ze biedt de gelegenheid om kennis te maken met een aparte wereld binnen de internationale artistieke scene, die een nadere beschouwing meer dan waard is.

Productie Het onderzoek is opgezet naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het manuscript is van de hand van dr Bernadette C.M. van Hellenberg Hubar, met medewerking van drs Angelique Friedrichs (hoofdstuk 3) en assistentie van drs Silvia Pellemans en drs Ingrid M.H. Evers. Het boek wordt rijkelijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakt beeldmateriaal, geproduceerd door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder. Voor de correctie tekenden Marij Coenen en drs ir Marja Langenberg, terwijl de eindredactie en inhoudelijke synchronisatie verzorgd werd door professor dr Paul van den Akker.

Database Behalve deze publicatie is de RCE voornemens om het spreadsheet met alle aangetroffen namen van kunst- en vakschilders om te zetten in een database, die on line geraadpleegd kan worden.

Samenvatting Genade van de steiger | De omslag rolt van de pers.
De omslag rolt van de drukpers. Foto Gerard van Wezel 2013.

De genade van de steiger was direct te bestellen bij de Walburg Pers.

De verkort link van dit item is http://bit.ly/GvdS-samenvatting.