Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in museum Cuypershuis. 

Als ambassadeur hebben we ons steentje, of liever wat kleurpigment, bijgedragen aan deze actie door hiervoor aandacht te vragen op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram.

We hebben de sociale media gevoerd met de volgende items (in chronologische volgorde):

Cuypers en ons schrijverscollectief — Van ons schrijverscollectief is Bernadette al vanaf haar afstuderen in 1979 bezig met de architecten Cuypers*, terwijl Marij vanaf 2004 betrokken is bij alles wat tot het Cuypers assortiment gerekend kan worden; als co-auteur, fotograaf, beeldredacteur en/of eindredacteur van de stukken. Sinds we gewerkt hebben aan het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal te Haarlem (2013-2016) zijn we hoofdzakelijk bezig met de zoon van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Cuypers, die na het einde van de Eerste Wereldoorlog met zijn gezin in het Cuypershuis in Roermond gaat wonen en daar – te beginnen in 1907 – verschillende verbouwingen op zijn naam heeft staan. Op dit moment zijn we druk bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief, waarover dit jaar nog ons E-boek verschijnt. Daarover vind je meer via deze link.

Tussendoor komt de oude Cuypers regelmatig langs, zoals bij het onderzoek naar Cuypersornamenten voor de N280 – jammer genoeg ligt Cuypers met 80 km per uur nog onder embargo* – en deze fondsenwerving voor het #Cuypersplafond. Beide projecten waren een pracht van een aanleiding voor Bernadette om zich weer te verdiepen in haar oude liefde: kleur, polychromie en monumentale schilderkunst!* Een totaal ander onderwerp dus als de eerdere crowdfunding voor het Cuypershuis – het herstel van de glasnegatieven – waar we eveneens als ambassadeur bij betrokken waren: ook al werd Cuypers senior hierin centraal geplaatst, het gros van de collectie komt uit de tijd dat Joseph Cuypers de scepter zwaaide.* 

Al deze onderwerpen komen met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • We spreken tegenwoordig over de architecten Cuypers, omdat inmiddels gebleken is dat zowel Pierre J.H. Cuypers en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, als Joseph Th.J. Cuypers en diens zoon Pierre J.J.M. Cuypers op zo’n manier hebben samengewerkt dat van een dubbel of zelfs drievoudig auteurschap gesproken kan worden. Een markant voorbeeld is de zogenaamde kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste. De oostpartij was van Pierre J.H. Cuypers, schip en transept van zijn zoon Joseph en de vieringtoren van Pierre J.J.M. Cuypers. Zie hiervoor het item over Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019.
  • Bernadette publiceerde over de polychromie van Pierre J.H. en Joseph Cuypers naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk (1884) en het herstel van de kleuren in de Teekenschool van Roermond (1997). Wat betreft kleur en polychromie schreef ze vanaf 2004 samen met Marij het rapport in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (De muziek van het licht, 2007), het inmiddels uitverkochte boek De genade van de steiger (2013), het eveneens uitverkochte boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016) en het hierboven genoemde onderzoek over de N280 (2019).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2. Zie verder dit item op deze site. 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/33acc66

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Cuypersplafond Cuypershuis | Lezing SRAL over de kleuren van Cuypers

Cuypersplafond Cuypershuis lezing — 6 oktober 2019 staat de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in het Cuypershuis. Dus laten we zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Stand van zaken bij de plaatsing van dit bericht op 24 september 2019

Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren! 

We zijn altijd heel voorzichtig met het woord uniek, omdat het zo sleets is. Liever gebruiken we dan begrippen als zonder weerga, equivalent of hoogst bijzonder. Maar eerlijk is eerlijk … dit plafond verdient absoluut de betiteling uniek. Er zijn nauwelijks burgerlijke plafonds van de hand van Pierre J.H. Cuypers behouden gebleven en dit was dan ook nog eens gemaakt voor zijn eigen woonhuis. Hoe bijzonder kan dat zijn!

Wil je nu al doneren klik dan op de draak!

De instelling die ongetwijfeld de meeste ervaring heeft met de restauratie van uitmonsteringen van de architecten Cuypers, is de SRAL, voluit bekend onder de naam van Stichting Restauratie Atelier Limburg. Dit instituut heeft een belangrijke rol gespeeld bij het terugbrengen van de kleuren van de architecten Cuypers in het Rijksmuseum. Adjunct-directeur René Hoppenbrouwers geeft 26 september – overmorgen – een lezing over de kleuren van Cuypers.

De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding!

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Het blijft intrigeren, de polychromie van de architecten Cuypers. Ik schreef er in 1984 over naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk, in 1997 over de kleuren in de Teekenschool van Roermond, in 2007 in het kader van het grote onderzoek naar het @Cuypershuis (‘De muziek van het licht’), en in 2016 over de polychromie binnen en buiten van de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem. Nog steeds is niet precies duidelijk uit hoe vader en zoon, Pierre en Joseph Cuypers hun uitmonsteringen ontwierpen. Met name de manier waarop ze hun kleurengamma’s samenstelden zonder dat die met elkaar vloekten, is een groot raadsel. O ja, ze gebruikten de kleurendriehoek, ze kenden de theorieën van Owen Jones en Viollet-le-Duc, en vrijwel zeker ook Goethe’s Farbenlehre en de theorieën van Chevreul, maar hoe dat toverstokje eruitzag … na deze lezing komt het antwoord vast weer een paar stappen dichterbij. Alvast een kijkje nemen in ‘De muziek van het licht’? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all. Om te doneren volg je deze link: bit.ly/2ZuRNeV-Cuypersplafond ___________________ #Cuypersplafond, Cuypershuis, @Cuypershuis

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all) op

We hebben nog wat andere verhalen over het Cuypersplafond, zoals over de kleurtoepassing, de draken en de herontdekking van de schilderingen in 2007.

Hadden we al verteld over de draak waarop je kunt klikken om te doneren? 

Toe maar …

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak voor de doneerpagina!


Et cetera

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2QZbSlU

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectieopstelling in het Cuypershuis. Dus we zouden zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Oral history | Hoe de schilderingen herontdekt werd in 2007

Het gebeurt wel vaker dat je herinneringen ophaalt naar aanleiding van een concreet bericht op de sociale media. Dat overkwam Karl Pesch Konopka en mij (Bernadette) toen op Cuyperiana het bericht verscheen over de crowdfunding van het #Cuypersplafond in het Cuypershuis:

In 2006-2007 waren samen met Karl intensief bezig met de cultuur- en bouwhistorische analyse en het gebrekenplan van wat toen nog Stedelijk Museum ‘Het huis van Cuypers’ heette.1 Dit gebeurde in nauw overleg met de toenmalige directeur, Ridsert Hoekstra, die anders dan de meeste van zijn voorgangers zeer betrokken was bij het gebouw. De opdracht was om onderleggers te leveren voor de restauratie en verbouwing van het museum die in de jaren daarna zou volgen. Tegelijkertijd werd gevraagd om materiaal aan te leveren voor toekomstige tentoonstellingen over het complex en zijn bewoners en gebruikers. Dat resulteerde in een cassette met verschillende rapporten die je via Cuypers4all kunt bekijken en downloaden. 

Dankzij de enthousiaste inzet van de medewerkers van het museum kwamen toen de stukken tevoorschijn – waaronder de tekeningen op schaal 1:1 van H. Hovens (oktober 1977) – die nu de basis vormen voor de reconstructie van het plafond. Op dat moment werd eerst goed duidelijk wat de verbouwing van de jaren ’70 teweeg had gebracht. Zowat alle plafonds zijn weggeslagen, waaronder dit rijk uitgemonsterde exemplaar, en vervangen door verlaagde plafonds met quasi-historische rozetten. De enige rozet die mogelijk nog origineel was, maar helemaal dicht geschilderd, was die in de voormalige Maria Theresiazaal, waar je nu binnenkomt vanuit de huidige entree en museumwinkel. Daar werd in de jaren zeventig nog iets bijzonders gesloopt: de ruimte was namelijk gescheiden van de kamer ernaast door een houten opbouw met entresol, waarvan spijtig genoeg geen enkele foto of ontwerptekening bekend is. Ooggetuigen vertellen dat dit ‘meubel’ geheel uit hout was samengesteld en een boekenkast met bureau, wenteltrapje en verdieping combineerde. Op een van de tekeningen van Joseph lijkt dit schetsmatig ingetekend te zijn tussen de twee kamers aan die kant. Zeer waarschijnlijk was deze houten inbouw, die ooggetuigen aan kasteel De Haar deed denken, van zijn hand. Vermoedelijk zijn tijdens deze campagne ook de twee houten puien aan weerszijden van de centrale gang die vanaf de oorspronkelijke voordeur naar de tuin liep, weggehaald. Hierin zaten portretten van kinderen en kleinkinderen in glas in lood die onder de familie verspreid zijn geraakt.2

5-Collage plafond Cuypershuis crowdfunding Karl Pesch Konopka

Fragmenten en een groene haard! Hoezo?
_____________

Terug naar het plafond. Wie ook alweer van wie deze informatie kreeg, kan ik me niet meer herinneren, maar Karl en kwamen erachter dat onze oud-collega Willem de Wit, in die tijd net benoemd bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, betrokken was bij deze verbouwing. Toen hij informeerde bij de kunsthistorici van de dienst wat er met dit plafond moest gebeuren, bleek dat niemand van de leiding het behoudenswaardig vond. Als het door middel van foto’s gedocumenteerd werd, kon het verdwijnen. Je kon immers toch niet alles bewaren, hoorde je vaak als mantra (nog steeds overigens). 

De hamvraag was: was het plafond na deze adviesronde inderdaad verdwenen? We konden moeilijk door de verlaagde zoldering heen kijken en er waren te weinig gegevens om een inschatting te maken. Ridsert hakte de knoop door en zo gebeurde het dat Karl en Thomas Laugs op 12 juli 2007 het stukje wegbraken waar nu de woorden ‘Een restje verleden’ bijstaan (zie foto). Wat was ik teleurgesteld dat alles zo grof was weggehakt en er niet meer behouden was. Voor Karl lag het iets genuanceerder. In hoofdlijnen deelt hij mijn verslag, maar … ‘Ik had alleen een enigszins positievere ervaring bij de ontdekking: het verlaagde plafond zat zo hoog dat ik bang was dat alles weg zou zijn, maar in elk geval de kantlijst die voor het verlaagd plafond weg gehakt zou zijn. Het idee was een klein gaatje te maken dat makkelijk weer te dichten was bij een gehele desillusie. Ik had Thomas gevraagd wegens zijn technische kennis van stucplafonds en zijn handigheid om zoiets te doen. Dus het was een onverwachte opluchting dat we de lijst aantroffen, terwijl ik die de minste kans had gegeven’.7 

Hoe zat het met de rest van het huis. Was daar nog iets te vinden? Tot onze grote spijt niet. Mijn vermoeden was dat tegen de onder/achterkant van beide spiltrappen ook polychromie had gezeten. Waarom ik dat dacht: omdat als je de huizen van het corps de logis binnenkwam je niet geconfronteerd werd met het opgaande deel van het trappenhuis, maar met de achter/onderkant ervan. Dat had alleen zin als Cuypers die nodig had om iets te laten zien en dat iets kon voor mijn gevoel alleen een staalkaart zijn van zijn polychromie. Dat zou gepast hebben in een complex dat een prospectus op ware grootte was van het kunnen van het architectenbureau. Bij de restauratie trof men echter niets aan onder de laatste afwerkingslaag, wat zou betekenen dat ook hier alles is kaal gehaald. Bij de muren was dit eveneens het geval. Foto’s laten zien dat ze tot op het metselwerk zijn afgebikt en dus alles wat er op gezeten heeft, is verdwenen. 

Geen verhaal om blij van te worden, vooral niet omdat er tot dusver geen foto’s gevonden zijn van het corps de logis van voor 1970, in tegenstelling tot de vleugel met de Cuyperszaal, die Joseph Cuypers in 1907-1908 verbouwde. En juist omdat er zoveel ongedocumenteerd weg is, is het van groot belang om dit plafond waar we wel voldoende van weten, te restaureren.

Op een andere reden komen we nog terug. Wat dacht je van de symboliek, de kleurtoepassing of van zeldzaamheidswaarde binnen het totale oeuvre van de architecten Cuypers! 

Wordt vervolgd!

Crowdfunding 

Wat is het plan van aanpak voor dit plafond? Dat lees je in onderstaand stuk dat ontleend is aan de crowdfunding pagina op de site van Voor de kunst. Aan het slot kun je gelijk een donatie doen, want hoe bijzonder is dit project. We gaan er je de komende tijd meer over vertellen!

O, je wil direct naar de donatieknop? Surf dan naar de draak en klik op zijn snuit!

Geef het Cuypersplafond weer kleur-2

Aan deze crowdfunding wordt ook aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB en die van het Cuypershuis.
Ga eens kijken en ‘like’  onze pagina’s zodat de berichten over dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Hadden we al verteld dat we ambassadeur zijn voor de Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis?

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak om direct te doneren!


Verwijzingen &

  1. Oral history is in principe gebaseerd op de verhalen die mensen over vroeger vertellen, zoals deze terugblik op de vondst van de schilderingen in 2007 van Bernadette. Dat vroeger kan van alles zijn, zoals in het bijzondere artikel van De Volkskrant op een rij is gezet: hoe werkt ons geheugen en welke verhaalfragmenten die we hebben opgeslagen zijn wel en niet betrouwbaar. Een mooie evenwichtige uiteenzetting, waarin het kind niet met het badwater is weggegooid: Visser, Ellen de. “75 jaar oorlogsherinneringen”. De Volkskrant, 7 september 2019. http://bit.ly/2k86sJx-Evernote. Voor het verhalende vertellende effect van onze hersens zie ook Mieras, Ben ik dat?, pp. 354-358. Ook mijn oral history over het plafond van Cuypershuis moet in die zin tegen het licht worden gehouden.
  2. Met dank aan Pierre M. Cuypers, kleizoon van Joseph Cuypers, voor deze informatie. Een en ander is verwerkt in Hubar, Rien de pareil, deel 1, pp. 105-107; deel 2, pp. 231-232.
  3. Wil je een idee hebben van de oorspronkelijke kleuren van de draak? Kijk dan hieronder naar het plaatje uit de brochure van het Cuypershuis, met linksboven het monogram van Antoinette Alberdingk Thijm en Pierre (J.H.) Cuypers (1859). 
  4. Donderdag 26 september 2019 van 19:30 tot 20:30 uur vindt in het Cuypershuis een lezing plaatst over de kleuren van Cuypers door René Hoppenbrouwers van de SRAL, waar men het kleurenonderzoek heeft gedaan: http://bit.ly/2ktEHew-Cuypersplafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding voor het Cuypersplafond.
  5. Donderdag 3 oktober 2019 van 14:00 – 15:00 uur geeft Cuypersbiograaf Wies van Leeuwen een rondleiding door het Cuypershuis naar aanleiding van de crowdfunding voor het plafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan dit project.
  6. Mocht je nog aanvullingen hebben op de oral history over de vernietiging van het plafond in 1977, stuur dan een mailtje naar postvanhellenberghubar@gmail.com.
  7. Ontleend aan de mail van Karl Pesch Konopka d.d. 11 september 2019.
  8. De fragmenten van het #Cuypersplafond (1859) in het Cuypershuis, gefotografeerd door ir Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg op 12 juli 2007. Ook de haard in de ruimte met het plafond heeft hij toen vastgelegd. Wie weet laat de kleur groen van de bladeren wel de oorspronkelijke tint zien van de nog bestaande haard in die ruimte, die in een soort schoolbordgroen afgewerkt is, waarvan ik (B.) me altijd heb afgevraagd of dat de authentieke kleur was of dat die in 1977 er op is gezet. Tot dusver heeft hier nog geen materiaalonderzoek plaats gevonden. Op de haard heeft hoog waarschijnlijk ook nog sjabloonwerk gezeten.

Tussentijdse stand
  • 4 oktober 2019 staat de teller op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! Er is nog 235 euro nodig, dus klik op deze link en doe het! Je mag ook op de draak klikken om te doneren! Die zit samen met zijn maatjes te springen om weer terug te kunnen naar het #Cuypersplafond.
  • in het bericht over de zeldzaamheid van het Cuypersplafond: 4 oktober 2019 staat de teller ‘s morgen op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! Er zijn nog maar 24 tientjes nodig, dus doe mee en maak het verschil! Doneer hier of klik op de draak!
  • 3 oktober 2019 staat de teller op 89%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil!
  • 2 oktober 2019 staat de teller op 88%, dus met nog 4 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! 
  • In het bericht over de lezing van de SRAL 24 september 2019: Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren!

Verkorte link: http://bit.ly/2MYrWo5-Cuypersplafond

← Naar de hoofdpagina van ‘Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond’

Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie

Deze diashow vereist JavaScript.

De primeur was voor RTV Rijnmond op zondag 14 januari 2017, maar met Kerstmis 2017 was het al zover. Eindelijk waren de steigers afgebroken die al vanaf 2016 op het priesterkoor van de kathedraal van Rotterdam stonden en de uitmonstering aan het oog onttrokken. Eindelijk was er weer zicht op de apsis en kregen de parochianen de herstelde polychromie te zien. Eindelijk kwamen de nieuwe schilderingen in de kalot en op de triomfboog tevoorschijn die dankzij een mecenas tot stand waren gekomen. Vanaf mei 2017 was Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken bezig geweest met de voorbereiding en de uitvoering hiervan. Het resultaat is een werk dat wat betreft de kleuren, de maatvoering en de gesjabloneerde omlijsting een geheel vormt met de bestaande schilderingen van Jan Dunselman. Wat er aan onderzoek nodig was om die vertaalslag mogelijk te maken, wordt verteld in het E-boek van mijn hand. Hier alvast een voorproefje.*

De man om de hoek — Jojanneke Post had er ruim een half jaar werk voor nodig om een eigentijdse vertaalslag te maken van het ontwerp van Jans jongere broer Kees Dunselman, dat in 1964 uit de apsis verwijderd werd. Door haar eigen visie te volgen en haar persoonlijke stijl en factuur in te zetten, laat de kunstenares er geen misverstand over bestaan dit háár werk is en niet een kopie van het ontwerp uit 1929-1930. Het eigentijdse karakter komt vooral tot uitdrukking in de hoofden. Wie goed kijkt kan de ontwikkeling op dit punt op de voet volgen. Aanvankelijk volgde Post de insteek van Kees Dunselman door de figuren in de kalot als typen weer te geven: het resultaat daarvan is te zien bij zowel de evangelist Marcus (met de leeuw aan zijn voet) als de twee apostelen direct aan weerszijden van Christus. Op zijn beurt volgde Dunselman hiermee de regel van de voorman van de Beuroner school, Desiderius Lenz, die adviseerde om:

  • de eindelooze afwisselingen in het menschenbeeld tot een afzienbaar en herkenbaar aantal van types terug te brengen, welke zich dan weer zullen heenscharen om den “Canon” of het algemeen grondbeeld, dat niet aan de levende werkelijkheid, maar aan de aesthetische geometrie zal zijn ontleend’.*

De te schilderen figuren moesten volgens de Beuroner kunstleer zo geïdealiseerd worden dat ze voldeden aan een matrix van volmaakte geometrische verhoudingen. Een goed voorbeeld van wat Lenz wilde, is het Laatste Avondmaal van Paulus Krebs dat een belangrijke inspiratiebron voor de gebroeders Dunselman vormde.* Anders dan de Beuroner monnik Krebs, bleven de broers hierbij vasthouden aan bestaande mensen als vertrekpunt, zoals onder meer blijkt uit atelierfoto’s van Kees Dunselman.* Er vond een soort abstractieproces plaats, waarbij gezichten hun individuele karakteristiek verloren.

De drie genoemde koppen bevredigden Post echter niet. Ze bleef dan wel dichtbij de Beuroner opzet van haar voorganger, maar het effect was in haar ogen veel te afstandelijk om het verhaal van de voorstelling over te kunnen brengen. Daarom koos ze voor een benadering, waarin de toeschouwer vandaag de dag zich beter zou kunnen identificeren met de mensen daarboven. Het publiek moet zich uitgenodigd voelen om deel te nemen aan het feest dat in de kalot plaatsvindt: de koning van hemel en aarde wordt toegejuicht door de ploeg die de hitte van de dag heeft gedragen bij het verspreiden van zijn missie. Zij hebben hun stoel in de hemel verdiend. Binnen de kerkelijke context wordt dat op een hoger plan getild door de vier mannen daaronder. Wijzend op de ‘Koning van de harten’ benadrukken ze dat deze hemelse positie voor iedereen is weggelegd die het evangelie volgt.* Juist omdat dit verhaal vanuit het christendom tijdloos is, blijft het actueel en dat vraagt om levende en levendige mensen. In de bandbreedte tussen type en portret heeft Post een middenpositie gekozen. Ze heeft bestaande mensen zo weergegeven dat het geen portretten zijn, maar herkenbare figuren die je zo om de hoek zou kunnen tegenkomen. En dat maakt het resultaat zo eigentijds. Daarom is ook gekozen voor een breder scala aan volken: tegenover een oer-Hollandse Petrus zit een Paulus met Nederlands-Surinaamse roots. De apostel naast Paulus heeft een Afrikaanse oorsprong, de evangelist Mattheus staat voor de semitische component, linksboven zit een Rotterdammer en helemaal rechts zit een apostel met Iers-Poolse genen. Net als Da Vinci deed in zijn beroemde Laatste Avondmaal zitten hier ook jonge figuren tussen. Dit zijn mensen die je zomaar zou kunnen tegenkomen in de kerk. Als hommage aan de kunstenaar met wie het allemaal begon, heeft Post bovendien Kees Dunselman een plaats gegeven tussen de apostelen.


Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Stijl en factuur — De andere ingrediënten voor een eigentijdse voorstelling zijn, zoals in het E-boek wordt uitgelegd, stijl en factuur of makelij.* De penseelvoering van Post is veel breder – met lange streken en egaal verlopende kleurvlakken – dan die van Kees Dunselman; op zijn beurt werkte hij alweer veel minder gedetailleerd dan zijn broer, Jan. Op de muur en rekening houdend met de afstand tot het schip beneden, is de meerwaarde van de nuance niet groot. Heeft de penseelstreek een stevige korrelgrootte dan draagt dat bij aan een monumentaal resultaat. Om de vlakken als figuren uit te laten komen, gebruikt Post, net als Kees, sterk aangezette lijnen, echter niet in zwart of bruinzwart, maar in een donkere variant van de kleur van het gewaad. Met dit soort lijnen drukt ze ook de suggestie uit van de lichaamsdelen onder de kleding. Ondertussen was het wel een proces van aftasten. Zoals Post lopende het project schreef:

  • ‘Sommige kleuren ben ik nog niet tevreden over, dus die pas ik nog aan. Het zijn nu nog maar de grondkleuren. De evangelisten zijn wel duidelijk en uitgespro­ken (rood, paars, blauw en groen), terwijl de apostelen meer vergrijsde kleuren hebben’.*

Post bedoelt hier het haast transparante, etherische effect, dat Kees aan bepaalde schilderingen wist mee te geven; dit was het resultaat van een techniek die hij zelf ontwikkeld had en hem van zijn collega’s – onder wie zijn broer Jan – onderscheidt. Je kunt het opvatten als zijn persoonlijke handschrift om een onaards, hemels karakter uit te drukken, zoals gedaan is in enkele schilderingen in de Amsterdamse Obrechtkerk. Het heeft veel moeite gekost om deze kunstgreep te doorgronden, zowel verbaal als ambachtelijk. De uitwerking van de apostelen in de kalot laat zien dat het niet om gewaden gaat in verschillende variaties van grijs, maar om overbelichte kleuren, wat bereikt wordt door ze met zachtgrijs op te hogen. Hiervoor heeft Post verschillende lagen aangebracht, net zolang tot de gewenste overbelichting met behoud van de onderliggende kleuren was bereikt. Opnieuw draait het hierbij niet om het kopiëren van haar voorbeeld, maar om een inleven in wat Kees Dunselman doet. Dat leidt tot een interpretatie die van vandaag is.

Sjabloonwerk — Vormen de figuraties een artistieke vertaalslag van het ontwerp van Kees Dunselman, de reconstructie van het sjabloonwerk in de kalot sluit mooi aan op het herstel van de polychromie op de muren eronder, waarmee Post vanaf begin 2017 met haar ploeg bezig was. Een tour de force was het terugbrengen van het pseudo-mozaïek achter de figuren. Het Fibonacci patroon van het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram op de triomfboog gaf al aan dat ook op dit punt weinig aan het toeval werd over­gela­ten. Maar het was flink puzzelen om erachter te komen welke geometrische onder­legger in de kalot was toegepast. Uiteindelijk bleek het te gaan om een raam­werk van elkaar overlappende cirkels met verschillende vertrekpunten vanuit het hart van de schildering, de wolk met de handen van God de Vader. Het uittekenen van dit patroon alleen al was een monnikenwerk. Afhankelijk van de lichtval ontpopt dit zich voor het oog als een serie parallel verlopende, halve cirkels die de concave vorm van de kalot benadrukken.

Materialen — De schilderingen zijn uitgevoerd op een ondergrond van acrylaat­basis, waarbij vervolgens voor de grote kleurvlakken eveneens een drager op acrylaatbasis is gekozen. De figuren zijn in papaverolie met pigmenten uitgewerkt. De leeuw, os en adelaar zijn in acryl opgezet. De schildering is, op Christus na, gevernist met een acrylaatvernis om een gelijke glans te verkrijgen. Voor de detaillering en het pseudo-mozaïek is palladium (in plaats van zilver), platina en 22 karaat oranje dubbelgoud gebruikt. Het materiaalgebruik is niet alleen voor kenners interessant, maar moet ook vastgelegd worden voor toekomstig onder­houd.* In principe blijkt dit soort schilderingen eenvoudig gereinigd te kunnen worden, maar indien men het dak met de hemelwaterafvoer niet systematisch onderhoudt, kunnen problemen met vochtdoorslag et cetera in de toekomst niet uitgesloten worden. Dat blijkt een kritische factor die in de praktijk vaak onderschat wordt.

Met de voltooiing van het werk in de kalot in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal van Rotterdam heeft Jojanneke Post een van de grootste monumentale schilde­ringen van de afgelopen decennia gerealiseerd. Wat belooft dat voor de toekomst?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Dit verhaal is overgenomen uit het E-boek over de schilderingen van de kathedraal. De titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 181. Nieuwbarn, Beuroner Kunstschool, p. 26 (Beuroner typen)
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 123, afb. 65 (Paulus Krebs, Laatste Avondmaal).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 57, afb. 30 (Collage atelierfoto’s Kees Dunselman).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 88-89. Quas primas, RKDocumenten.nl, deel 1, artikel 1 (‘Koning van de harten’).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 69, 118-130 (factuur of makelij).
  • Bericht van Jojanneke Post aan Bernadette van Hellenberg Hubar via WhatsApp d.d. 11 oktober 2017.
  • Voor een verdere specificatie zie Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 142-144.

Voor de volledige titelbeschrijvingen, zie het hiervoor geciteerde E-boek.

Afbeeldingen met bijschriften

  1. De kalotschildering van Jojanneke Post geïnspireerd door het ontwerp van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu 2018.
  2. Detail van de foto van F. H. van Dijk van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal uit 1953. In de kalot (boven de polychromie van zijn ouder broer Jan), op de triomfboog eromheen en op de muren en het tongewelf van de koortravee zit werk van Kees Dunselman uit 1929-1930. Herkomst Stadsarchief Rotterdam, nr 4100_1976-6476.
  3. Panorama van de kalotschildering van Jojanneke Post, genomen vanaf de steiger. De foto laat goed zien dat je op de steiger rekening moet houden met de vertekening die ontstaat als je de voorstelling vanaf het schip bekijkt. Foto Davique.nl 2017.
  4. Jojanneke Post, Het linkerdeel van de schilderingen met apostelen en evangelisten waarvoor op twee figuren na (Marcus en de apostel rechtsboven) bestaande figuren als uitgangspunt hebben gediend. Foto vanaf de steiger, Davique.nl 2017.
  5. Jojanneke Post en haar man Mario de Gilder die model heeft gestaan voor Lucas (tussen hen in, met de blauwe mantel). De foto is genomen vanaf de steiger in de kathedraal te Rotterdam. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  6. In het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram is voor de structuur het Fibonacci patroon gevolgd, dat onder meer bekend is van de zonnebloem. Foto bvhh.nu 2017
  7. Het uittekenen van het raster van het pseudo-mozaïek was een heel werk. Duidelijk zijn de elkaar overlappende cirkelbogen te herkennen. Foto bvhh.nu 2017.
  8. Jojanneke Post, Het rechterdeel van de schilderingen in wording met centraal de apostel wiens hoofd op het fotoportret van Kees Dunselman is gebaseerd. Links van hem zit een type, rechts is Paulus weergegeven, geïnspireerd door een man van Nederlands-Surinaamse afkomst. Foto bvhh.nu 2017.
  9. Jojanneke Post, Jonge, baardloze mannen als apostelen en evangelist Johannes. Hoewel ongebruikelijk volgt de kunstenares hiermee het precedent van Leonardo Da Vinci in zijn Laatste Avondmaal. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  10. Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Al het beeldmateriaal mag gebruikt worden op basis van de Creative Commons license (met naamsvermelding en zonder commercieel gebruik), behalve de foto’s van Léontine van Geffen-Lamers van Monumentenfotograaf.nl en het Stadsarchief Rotterdam, waarop alle rechten zijn voorbehouden en waarvoor dus toestemming gevraagd moet worden..

Download

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018. http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org. Het item is ook te vinden op ifthenisnow.eu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org

Het E-boek Tussen Gabriel en Michael


E-boek kathedraal | De verschijning kreeg een prelude dankzij RTV Rijnmond

E-boek kathedraal | De ontmoeting tussen Kees Dunselman en Jojanneke Post. Collage bvhh.nu 2018.

Het betrof deze opname van RT Rijnmond:

In ietwat gewijzigde vorm haalde dit item een dag later het NOS  journaal, zoals je kunt zien onder deze link.

Wil je weten hoe dit project het in de sociale media deed? Surf dan naar het Twittermoment.

B.

E-boek kathedraal | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2De11QF-LauElKat

Apsis kathedraal krijgt nieuwe schildering

Een interessant artikel in het blad van het bisdom Rotterdam Tussenbeide met een interview met projectleider Hans Beijersbergen. Het geeft een aardige indruk van hoe dit initiatief zich ontwikkelde en waar we op dit moment staan. Mooi om het werk van Kees (C.A.) Dunselman uit de vergetelheid te mogen halen.

Konings, Ted., Apsis kathedraal krijgt nieuwe schildering. (bit.ly)

Wil je een doorzoekbare versie van de pdf, volg dan deze link: http://bit.ly/2vuuwqX

B.

Jan Dunselman, Eerste statie van de kruisweg in de Laurentius-Elisabethkathedraal van Rotterdam (1916-1925). Foto bvhh nu. 2017.

 


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ujFosP
Terug naar de hoofdpagina!

Mirror ‘De kerk als buit’ bij @ifthenisnow

Tweet mirror de kerk als buit ifthenisnow. Collage bvhh.nu 2016

De opzet van de mirrors van if then is now is ideaal om te laten zien hoe actueel ‘t verleden is. Dat wordt ook duidelijk uit mijn eersteling die je kunt vinden onder deze link: http://bit.ly/2g4EuZd.

Behoorlijk confronterend, zeker als je bedenkt dat vorige week in de pers stond dat de inventaris van mijn oude parochiekerk in Tilburg – Margarita Maria Alacoque (1922) – momenteel verscheept wordt naar Polen.

Ondertussen heb ik een kleine hommage gebracht aan Wies van Leeuwen die in 1985 de sloop van de Dominicuskerk van Pierre J.H. Cuypers in Alkmaar documenteerde en het Cuypershuis in Roermond, waar spolia van dit monument tentoongesteld worden.

Ga het lezen, ga het zien!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract

Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract schreef ik eind 2016 – samen met Marij Coenen als beeld- en tekstredacteur – naar aanleiding van mijn ervaringen met het project #KunstinBreda. Het ligt aan de basis van het doorkijkje op de naoorlogse monumentale kunst in de desbetreffende brochure van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die begin 2019 uitkwam.1 

Charles Eyck, Het Fatimaraam (1957) in het Fatimahuis (voorheen Fatimakerk) van Pierre Weegels in Weert. Foto Marij Coenen 2016.

Het Fatimaraam van Charles Eyck in het Fatimahuis (voorheen de Fatimakerk) te Weert, uit 1957. Als Eyck de figuren had weggelaten, zou het glas niets aan zeggingskracht hebben ingeboet. Het bleek niet eenvoudig om een begaanbaar pad te kiezen tussen figuratief, decoratief of abstract in de na-oorlogse kerkelijke kunst. Foto Marij Coenen, mei 2016.

_______________

Na de Tweede Wereldoorlog pakten de kunstenaars vrijwel allemaal hun figuratieve stijl op van voor 1940. Maar de nieuwe abstracte kunst drong op. Wat betekende dit voor de kerkelijke kunst? 

Je zou denken dat dit een theoretisch probleem is, maar dat is allerminst het geval. Los van hoe dit de kunstenaars aan het hart ging, heeft dit consequenties voor hoe wij hun werk waarderen. En dat heeft weer gevolgen voor het toekomstige lot van de fysieke objecten.

Het is inmiddels gemeengoed dat we midden in een hausse aan kerksluitingen zitten. En als het zover is, waar blijft dan de uitmonstering? Sterker nog, in hoeverre zijn de interieurstukken van de kerkgebouwen in Nederland geïnventariseerd of gewaardeerd? Want als we als maatschappij gaan besluiten welke kerken wel of niet behouden blijven, tellen de uitmonsteringen natuurlijk mee. Maar die verdwijnen vaak in de handen van opkopers, die hierover geen verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. En zo verdwijnen scheepsladingen overzee, zoals ik in mijn artikel ‘De kerk als buit’ heb aangetoond.2 Het helpt niet om tegen te werpen dat er al veel is geïnventariseerd. Zeker, er is veel werk verricht door met name de opgeheven Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland, beter bekend als SKKN, die in een zeer magere vorm is opgegaan in de afdeling Erfgoed in Kerken en Kloosters van het Catharijneconvent. Maar het schort aan waardestellingen en registratie van dit kunstbezit dat niet alleen uit roerende objecten bestaat, maar ook uit aard- en nagelvaste monumentale kunst, zoals glazen, altaren en schilderingen. Dat waarden stellen kan bovendien alleen adequaat gebeuren als we voldoende weten van de kunst in kwestie. Op dit gebied bestaat, zeker wat betreft de twintigste-eeuwse kunst, in de praktijk een vrij grote kennisleemte die onder meer is ontstaan, doordat kunsthistorisch Nederland lange tijd alleen oog had voor de avant garde.3 Maar er is heel wat meer gemaakt tijdens de wederopbouw en de daarop volgende decennia.

In Breda hebben ze op deze problematiek een voorschot genomen met het project #KunstinBreda, waarover ik eerder al enkele blogs schreef. De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met de waardering van een groot aantal religieuze kunstwerken in kerken, publieke gebouwen en de openbare ruimte. Een behoorlijk groot aantal hiervan dateert uit de periode 1935-1965, de tijdspanne waarover dit thema in het bijzonder gaat. In de jaren 1930 was het barok expressionisme wat de klok sloeg, zoals ik heb uitgelegd in het item over het wegkruis van Leen Douwes.4 Veel kunstenaars zetten dit voort na de oorlog, waardoor nog tot in de jaren zestig hiervan voorbeelden zijn te zien, zoals het tableau van Joep Nicolas in de Koninklijke Militaire Academie van Breda (1964). Daarnaast had je onder de glaskunstenaars de sterke invloed van Heinrich Campendonk, hoogleraar aan de Rijksacademie in Amsterdam, wiens invloed in naoorlogs Breda onder meer doorwerkte via het oeuvre van Marius de Leeuw, Jan Dijker en Gerrit de Morée. Zoals blijkt uit de recente vondst van een majeur werk van de laatste – het liturgisch centrum in de kerk van Prinsenbeek – zie je onder meer bij hen dat manoeuvreren met de kool en de geit tussen figuratief, decoratief of abstract.5 Collega-onderzoeker Monique Dickhaut, in 2019 gepromoveerd op het debat in de naoorlogse Limburgse kunst, wees me erop dat veel van wat als abstract gepresenteerd werd in feite decoratief was.6 Zelf viel me op dat veel van wat abstract wordt genoemd vanzelf weer figuratief wordt – of lijkt te worden – als gevolg van de spontane mimesis. Ik zal dit hieronder toelichten, maar hier kan al opgemerkt worden dat je in beide gevallen zou kunnen spreken van een ontsnappingsclausule. Dat had niet alleen met esthetische of maatschappelijke vraagstukken te maken – figuratief werd op een bepaald moment geassocieerd met het realisme van de totalitaire staten – maar ook, of liever opnieuw met de kerk.

De kerk en de kunst: figuratief, decoratief of abstract

Wie meer over de strijd van de kerk tegen de moderne kunst wil weten moet het boeiende artikel lezen van Jos Pouls, ‘Tussen Rome en Parijs’.7 Hierin bespreekt hij onder meer de reuring rond de eerste tentoonstelling over moderne kerkelijke kunst in Nederland in het Van Abbemuseum in 1951. Onder het motto dat Nederland wakker geschud moest worden, had Edy de Wilde deze overgenomen van Musee d’Art Moderne in Parijs. Dat wakker schudden lukte, want heel Nederland kwam er op af. Niemand die ook maar iets met kerkelijke kunst te maken had ontbrak. Was het dan zo schokkend wat er was te zien? Vandaag zouden we zeggen van niet – gelet op de expressionistische en kubistische signatuur – maar toen bleek het een graadmeter te zijn voor wat de Kerk (met een hoofdletter) accepteerde.

Kort en goed was er nauwelijks iets veranderd ten opzichte van de situatie van voor de oorlog, ook al was de sterke vernieuwingsbeweging vanuit Frankrijk – waarvan de bovenstaande diaserie een indruk geeft – evenmin te stuiten. Ik heb de belangrijkste jaartallen aan de hand van Pouls in een kroniek gerangschikt.8 Wat blijkt als we ze langslopen:

  • 1920 | De veroordeling van de expressionistische kruisweg van Albert Servaes (hierover vertelde ik al iets bij het wegkruis van Leen Douwes). De waardigheid van Christus was in het geding.
  • 1931 | De veroordeling van de tentoonstelling van expressionistische moderne religieuze kunst in Essen als ‘arte blasfema’: met name de vertekening en misvorming van de door God geschapen ‘werkelijkheid’, die in de visie van de kerk geïdealiseerd hoorde te worden in vorm, factuur en kleur, was onacceptabel.
  • 1946 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Pablo Picasso en Henri Matisse.
  • 1947 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: Piet Mondriaan (2.9).
  • 1947 | De encycliek Mediator Dei stelt dat ‘moderne voorstellingen en vormen niet uit vooringenomenheid mochten worden verworpen en dat kerkelijke kunstenaars vrij moesten worden gelaten’. Dit ging niet zonder mitsen en maren, want opnieuw klinkt het verzet tegen moderne kunstwerken die immers ‘misvormingen en verkrachtingen zijn van de gezonde kunst en bovendien menigmaal flagrant in strijd met de christelijke betamelijkheid, zedigheid en vroomheid’.
  • 1947-1949 | Met het voorgaande was de toon gezet voor de strijd rond de ‘blasfemische’ kruisweg van Aad de Haas in Wahlwiller die hij tenslotte zelf verwijderde uit de kerk. Omdat hier nooit een officieel verbod op is gelegd door Rome, kon deze in tegenstelling tot die van Albert Servaes, teruggeplaatst worden.
  • 1947-1948 | De dominicanen M.A. Couturier en P. Regamey – bevriend met onder meer de filosoof Jacques Maritain en zijn netwerk van hedendaagse kunstenaars – starten in hun tijdschrift Art sacré een offensief voor de toepassing van moderne kunst in de kerk.
  • 1948 | Tentoonstelling Stedelijk Museum: De experimenteelen (Cobra) (dia 2.9).
  • 1948 | P. Régamey is als spreker aanwezig op het con­gres over ‘Nederland’s Nieuwe Kerken’ in Rotterdam, waar hij vernieuwing bepleit. Zijn lezing wordt gepubliceerd in het Katholiek Bouwblad.
  • 1948 | In het Gildeboek (een periodiek voor kerkelijke kunst) wordt verslag gedaan van het congres over moderne religieuze kunst in Parijs, opgezet door M.A. Couturier en P. Regamey.
  • 1950 | Onder invloed van Art sacré worden de eerste moderne kerken in Frankrijk gebouwd en ingericht met behulp van – deels niet-katholieke – kunstenaars. Een van de meest aansprekende voorbeelden hiervan is Notre Dame de Toute Grâce in Assy, waar de dominicaan Couturier onder meer als glaskunstenaar bij betrokken was (dia 1.2). Hier vind je tegeltableaus van Henri Matis­se (dia 1.7) en Marc Chagall (dia 1.4), glazen van onder meer Georges Rouault (dia 1.3) en een bijzonder crucifix van Germaine Richier (dia 1.6). De voorgevel is gesierd met een reusachtig mozaïek van Fernand Léger (dia 1.1). Een ander voorbeeld in dit medium komen we tegen aan de binnenkant en dat is van een kunstenaar die ook in Breda heeft gewerkt: Théodore Stravinsky (dia 1.5). Als we de monumentale kunst in deze kerk onder een stilistische noemer willen samenvatten, dan is het expressionisme, en wel in een vorm die voor de oorlog al gangbaar was. Wat dat betreft hoeft alleen gewezen te worden op George Raoult, van wie werk opgenomen is in het toonaangevende naslagwerk van de kunsthandelaar Clemens Meuleman – Hedendaagsche religieuse kunst – uit 1936.
  • 1950 | Recensie in Limburgsch Dagblad van de tentoonstelling van ‘moderne Franse religieuze kunst in het Palazzetto Venezia’ te Rome, ‘welker welsprekende woordvoerder, de Dominicaner pater Pie Régamey is’: met onder meer werk van Marc Chagall, Alfred Manessier (dia’s 2.4 en 2.8). Henri Matisse, Georges Raoult en Georges Braque. De recensent verwijst onder andere naar Jacques Maritain en meent: ‘ook deze expositie herbergt haar deformaties, haar extremiteiten’, maar het zijn er relatief weinig.
  • 1951-1955 | In een van de meest progressieve bisdommen van Frankrijk, Besançon, kwam hèt icoon van de moderne kerkbouw tot stand: Notre-Dame-du­-Haut in Ronchamp van Le Corbusier (dia 2.2). Hij ontwierp zowel het gebouw als de monochrome glazen die hij zelf gebrand zou hebben.
  • 1951 | Tentoonstelling ‘Moderne religieuze kunst uit Frankrijk’ in het Van Abbe­museum in Eindhoven met een sterke expressionistische nadruk. De reacties varieerden van uitgesproken positief tot negatief. Apart is de vaak positieve aandacht die Alfred Manessier(dia’s 2.4 en 2.8) krijgt die als een van de weinigen met haast volledig abstracte doeken aanwezig is. Hij past bij uitstek in de visie van Couturier en Regamey dat met name de abstracte kunst goed ingezet kon worden om het religieuze ‘binnenleven’ uit te drukken.
  • 1950-1953 | Reactie Vaticaan: veroordelingen, anti-modernistische richtlijnen en verplaatsing kunstvoorwerpen. Casus: crucifix van Germaine Richter werd verwijderd uit de kerk van Assy (dia 1.6).
  • 1951-1955 | Katholieke kunstenaars en hun organisaties omarmen het voorbeeld uit Frankrijk. Exponenten in Nederland zijn onder meer de glaskunstenaar Daan Wildschut (dia 2.5) en beeldhouwer Nic Tummers (dia 2.6).
  • 1957-1958 | Omslag in het Vaticaan met de bedevaartkerk Madonna della Lacrime in Syracuse (Italië) in een futuristische kegelvorm uit gewapend beton (1957) (dia 2.7). Voorts werd het semi-abstracte werk ‘Doornenkroon’ van Alfred Manessier uit 1954 door de kerk in 1958 bekroond (dia 2.8).
  • 1962-1965 | Tweede Vaticaans Concilie.

Ik zou de lijst nog wel wat verder kunnen uitbreiden, maar dit is voldoende om te begrijpen waarom datgene wat we standaard als het gevolg van Vaticanum II karakteriseren, vaak al enige jaren ouder is, terwijl opnieuw duidelijk is dat de uitgesproken en dramatische versie van het expressionisme na de oorlog niet alleen opnieuw ‘modern’ was, maar onveranderd de gebeten hond bleef van Rome. Dit kan een extra aansporing zijn geweest voor al die kunstenaars om vast te houden aan de barokke variant die na 1931 tot ontwikkeling kwam, zoals Leen Douwes en Jacob Ydema.9 Tegelijkertijd valt op dat maar weinig artiesten zich aan de abstracte kunst waagden, zelfs al was deze door de twee dominicaner pioniers was gepromoveerd tot volwaardig medium voor de uitdrukking van kerkelijke kunst en religieuze gevoelens. Een van de weinigen die daarin heel ver ging was Alfred Manessier die hier voor de oorlog al mee experimenteerde. Zijn werk geeft aan dat het de mannen van Ars sacré ook echt te doen was om abstract in de zin van optimaal non-figuratief.

Mimesis trouvé

De goede verstaander hoort het al: optimaal non-figuratief. Waarom ik deze nuance introduceer? Omdat het bijna ondoenlijk is pure abstracte kunst te maken. Óf het werk gaat in de richting van de geometrische abstractie, waarbij al snel een decoratieve boventoon doorklinkt. Óf de lijnen en vlakken hergroeperen zich in onze ogen tot herkenbare vormen: de spontane mimesis of mimesis trouvé die vaak geassocieerd wordt met Leonardo Da Vinci. Hij beschreef als eerste (?) hoe zich uit de wolken en – minder romantisch – bevlekte en vol gespogen muren figuren losmaakten.10 De moraal van het verhaal is duidelijk: het menselijk oog kan zichzelf niet beletten om in de chaos van vormen het herkenbare naar voren te halen en de meest elementaire daarvan zien we bij de vroegste tekeningen van ieder kind: de kopvoeters die Cobra tot een artistiek leidmotief maakten (dia 2.9).

Wat het met onze waarneming doet valt goed te illustreren aan de hand van het ‘moderne’ hoogaltaar van de heilig Hartkerk in Breda (dia 2.10). Toen het onder invloed van Vaticanum II regel werd om de mis te vieren met het gezicht naar het kerkvolk toe, was een nieuw hoogaltaar nodig. Het bestaat uit een tombe en altaarblad uit natuursteen met een zeer eenvoudige, maar weloverwogen ornamentiek. De inkepingen in de mensa suggereren stenen plooien. Op de tombe is het kruis in het midden het enige herkenbare embleem dat omringd wordt door omhooggaande, ‘zittende’ lijnen die vanuit de mimesis trouvé geïnterpreteerd kunnen worden als gelovigen rondom Christus. Het is duidelijk een van die voorbeelden waarbij de kerkelijke kunst de zwenking naar het abstracte maakt, maar wel op die manier dat het ook als decoratief geïnterpreteerd kan worden, zodat het geen aanstoot zou geven. Tegelijkertijd wordt de spontane mimesis geprikkeld die tot een figuratieve beleving leidt.

Toets: de Fatimakerk in Weert

In dit verband is het interessant om een uitstapje te maken naar Weert, naar de Fatimakerk van Pierre Weegels (1953) (dia 2.1). Hier ontwierp Hugo Brouwer in 1959 – naar verluidt – de eerste abstracte ramen voor een kerk, nadat Charles Eyck in 1957 zijn grote Fatimaraam boven de orgeltribune zag geplaatst. Dit laatste oogt als een explosie van wervelende zonnen die het centrum vormen van uitschietende vleugels van kleur, waarin de futuristisch beïnvloede zaagtandlijnen voor nog meer snelheid zorgen. Te midden van deze nagenoeg volledig abstracte dynamiek bewegen zich enkele figuren als dragers van het verhaal. De uitdrukking van dit machtige gebeuren gaf de kunstenaar een – mogelijk ook in zijn ogen – legitieme gelegenheid om over de grenzen van zijn figuratieve idioom te kijken. En een sterke expressionistische flair is het resultaat.

Wanneer Hugo Brouwer een paar jaar later, in 1959, opdracht krijgt voor de beglazing van het schip kiest hij voor een heel andere route dan Charles Eyck. Ze hebben dan al eerder aan een project gewerkt: de Catharinakerk van Pierre J.H. Cuypers te Eindhoven, waar door het oorlogsgeweld alle glazen verdwenen waren.11 Eyck heet daar onder meer abstracte roosvensters ontworpen te hebben, maar die zijn nu net bij uitstek decoratief en borduren voort op de geometrische ontwerpmethode waarin de generatie van Joseph Cuypers zo sterk was (dia 2.11). De twee voorbeelden van Charles Eyck vormen een pittig contrast met het werk van Brouwer. In de Fatimakerk ontwierp de kunstenaar liefst twee maal vijf ramen in de lichtbeuk van het schip en twee in die van de apsis, terwijl hij voorts op het niveau van de zijbeuk verschillende medaillons met glas bezette. Hij koos hierbij voor een wisselend palet in verschillende combinaties, waarbij vooral de optische kwaliteit van het gekleurde glas werd benut, met naast elkaar geplaatst vlakken van gelijke kwaliteit. Grisaille werd achterwege gelaten om plastische suggesties van schaduwen te vermijden (dia’s 2.14-2.17).

Opzet was om het lineaire, tweedimensionale karakter van het ontwerp optimaal tot uitdrukking te laten komen. Daardoor wordt ook het decoratieve karakter van dit werk bepaald. De vernieuwing ligt in de stap die Brouwer vervolgens zet. Hij laat zich inspireren door het idioom van toonaangevende kunstenaars uit de Parijse scene om vervolgens met eigen oplossingen te komen. Het is fascinerend hoe hij omgaat met de surrealistische beeldtaal van Joan Miró (dia 2.12). Maar de meest veelzijdige invloed die hij ondergaat is die van Pablo Picasso (dia 2.13). Zo ontstonden ramen, waarin het motief van de stromende lijnen van Miró of Matisse is overgenomen. Hiertussen zijn basale geometrische figuren gevlochten die je bij Miró als geïsoleerde schema’s tegenkomt, ieder met hun eigen archetypische lading. Brouwer heeft duidelijk een voorkeur voor cirkels, driehoeken en ellipsen (dia 2.14). De invloed van Picasso herken je onder meer in een raam, waar uit de lijnen en gesloten omtrekken een grotendeels naakte, gedeformeerde vrouwenfiguur tevoorschijn komt. Hierbij wordt duidelijk ingespeeld op de mimesis trouvé. Dat gaat nog sterker op voor een van de andere glazen, waarin je een soort geabstraheerde, zij het geheel geklede Venus van Milo kunt herkennen. Iconografisch zou je die twee kunnen herleiden tot Eva en Maria of Judith (dia 2.15). Of dat correct is vraagt om een ander type onderzoek.

Behalve de twee vrouwenfiguren zijn er ook enkele dieren te herkennen, evangelistensymbolen nog wel: de vogel (adelaar) van Johannes, de stier van Lucas en de leeuw van Marcus (dia 2.16). Met elkaar maken ze deel uit van een oeuvre waarin de mimesis trouvé voor een groot deel is losgelaten en het decoratieve karakter van de abstracte kunst weer naar voren treedt. Wat bij dit segment opvalt, is de – vermoedelijke – toepassing van het automatische handschrift dat zich vaak uit in enkele alles verbindende lijnen (dia 2.17).12 Hoewel op dit gebied nog veel vergelijkend onderzoek gedaan moet worden, is het wel duidelijk dat Hugo Brouwer een bijzondere prestatie heeft neergezet in Weert, waarbij een serieuze stap is gezet om de eigentijdse abstracte beeldtaal te implementeren in de kerkelijke kunst.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in bovenstaande tekst verwijst naar de volgende bronnen, samengesteld met behulp van Zotero.

  1. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980). Onder redactie van Marij Coenen en Bernice Crijns. Brochures Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Amersfoort: RCE, 2019. bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org.
  2. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “De kerk als buit”. if then is now, 2016. http://bit.ly/2g4EuZd. Deze mirror is samengesteld uit:
    1. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Spolia”. if then is now, 2016. http://bit.ly/2f4Bvkq; en: 
    2. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Uitmonstering”. if then is now, 2016. http://bit.ly/2dPFUas.
  3. Positieve uitzondering is onder meer Kuipéri, Judith. “Kerkelijke kunst”. Jan Dijker 1913-1993, 2013. http://bit.ly/2dewvZu. Voorts het hierna geciteerde werk van Jos Poels.
  4. Over het barokke expressionisme zie: Hubar, van Hellenberg, Bernadette, Angélique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Amersfoort-Zutphen: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Walburg Pers, 2013, pp. 379-385. Voorts Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Het expressionistische wegkruis van Leen Douwes in vakblad Vitruvius”. VanHellenbergHubar.org (blog), 20 december 2017. http://bit.ly/2B6AMYg-Vitruvius.
  5. Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters.” Ohé en Laak, 2017. Dit project werd uitgevoerd in nauwe samenwerking met Marjanne Statema. Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Voor en na Vaticanum II in Prinsenbeek (1963)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/2fVUrAz. De vondst staat op naam van Door Jelsma
  6. Dickhaut, Monique F.A. Arcadië voorbij: het Limburgse kunstdebat in de wederopbouwperiode (1945-1965). Nijmegen: Vantilt, 2019.
  7. Poels, Jos. “‘Tussen Rome en Parijs’, De context van een omstreden tentoonstelling van moderne religieuze kunst in Eindhoven (1951).” Trajecta. Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden 11 (2002): 129–54.
  8. De kroniek aan de hand van Pouls is aangevuld met significante momenten, ontleend aan Jobse, Jonneke. De schilderkunst in een kritiek stadium? critici in debat over realisme en abstractie in een tijd van wederopbouw en Koude Oorlog: 1945-1960. Kunstkritiek in Nederland 1885-2015. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2014.
  9. Zie voor Leen Douwes noot 4. Voor Ydema zie Hubar, De genade van de steiger, pp. afb. 2, afb. 388, afb. 389, afb. 391, 13, 16-17, 21, 171, 381, 388, 456, 458-460, 463, 465.
  10. Beyst, Stefan. “‘Mimesis: herwaardering van een schijnbaar onbruikbaar geworden concept’.” D-sites. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2dvXY6K.
  11. Zie de volgende bronnen:
    1. “Fatima Huis Historie”. Fatima Huis. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZjrqE.
    2. Reliwiki. “Weert, Coenraad Abelsstraat 31a – Onbevlekt Hart van Maria – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZc1nb.
    3. Thoben, Peter. “De ramen van de St.Catharinakerk – De historische en eigentijdse encyclopedie van Eindhoven”. Geraadpleegd 26 december 2016. http://bit.ly/2ixF16t.
    4. Brouwer, Jos, Sybrand Zijlstra, en Hugo Brouwer. Hugo Brouwer. Eindhoven: (Z)OO producties, 2013. 
  12. “Surrealisme”. Het modernisme (blog), t.p.q. 2013. http://bit.ly/2jZx2Ue.
  13. Reliwiki. “Tilburg, Ringbaan West 300 – Margarita Maria Alacoque – Reliwiki”. Geraadpleegd 3 januari 2017. http://bit.ly/2iZ5sRw.

Jan Dijker, glazen apsis Margarita Maria Alacoquekerk, Ringbaan West 300, Tilburg. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.
Jan Dijker, De abstract-decoratieve glazen in de apsis van de Margarita Maria Alacoquekerk aan de Ringbaan West te Tilburg dateren van 1961.13 Ik heb hier veel herinneringen liggen, omdat dit mijn parochiekerk was. Foto Reliwiki/Anton van Daal 2002.

_________

Versies van dit artikel

  • De versie van dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’, op: Vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2folRjT (2016). Op deze site is het zowel geplaatst in het hoofdstuk #kerkverhalen als – door middel van een doorverwijzing – op #glas. Het is op 31 augustus 2019 bijgewerkt, onder meer naar aanleiding van de spectaculaire vondst van de kunstenaar van het monumentale liturgisch centrum van de kerk van Prinsenbeek, te weten Gerrit de Morée, door Door Jelsma.
  • Het item is in de oorspronkelijke vorm ook te vinden op het platform ifthenisnow.eu: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “#Kerkverhalen | Figuratief, decoratief of abstract?” if then is now, 2016-2017. http://bit.ly/2iA2yq2.
  • Tenslotte is het later enigszins aangepast analoog gepubliceerd als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 10 (2017): 10–15. http://bit.ly/2BI1Hgq-Vitruvius

Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2folRjT

Terug naar de hoofdpagina #Kerkverhalen!
Terug naar de hoofdpagina #Glas!

#Kerkverhalen | topic spolia

Algemeen: sloopafval of buit? Toeval of bewust?

Spolia zijn buit, maar niet zomaar buit. Het zijn de vaak kostbare restanten die na een veldtocht geroofd of meegenomen werden en later verwerkt zijn in een gebouw of voor de inrichting van een heiligdom. Op een gegeven moment slaat het begrip ook op overblijfselen die hergebruikt zijn. De vroegchristelijke kerken van Rome zitten er vol van! Vooral basementen, zuilen en kapitelen, afkomstig uit vervallen of verwoeste tempels, waren populair. Ook Nederland kent dit soort voorbeelden, waaronder de Romeinse elementen in de O.L. Vrouwekerk van Maastricht en de Barbarossakapel van Nijmegen.* In dat laatste geval werd zeer waarschijnlijk de boodschap afgegeven dat de keizer zich als directe erfgenaam van zijn illustere Romeinse voorgangers beschouwde. Heel anders is het gesteld met de sloop van kerken vanaf circa 1970. Dan wordt alles  te gelde gemaakt wat ook maar iets waard is, vaak alleen al om de sloopkosten te drukken. Een diaspora van kerkelijke kunst is het gevolg.

Tijd: van alle tijden! Schaarste en overvloed

Spoliatie treffen we al aan in het Oude Testament, bij de bouw van de tabernakeltent voor de ark van het verbond, waarvoor de schatten uit Egypte, de spolia Ægyptiorum, werden omgesmolten. Door de schaarste aan bouwmaterialen was het vroeger sowieso gebruikelijk om materiaal uit gesloopte gebouwen te hergebruiken. Kijken we naar kerken dan komt spoliatie met betrekking tot de inrichting voor vanaf de eerste golf kerksluitingen die een aanvang nam in de jaren 1970. Het glas in lood van de Dominicuskerk in Alkmaar (ontworpen door Pierre J.H. Cuypers in 1863 en gesloopt in 1985) verdween om een nieuwe bestemming te krijgen in Amerikaanse kerken.* Maar ook dichter bij huis vonden vormen van spoliatie plaats. In Roermond liet het Cuypershuis een basement, zuil en kapiteel van deze kerk in de pandgang van het museum opnemen. Zo is tenminste één voorbeeld van de rijke bouwsculptuur van deze Cuyperskerk voor het publiek behouden gebleven.

Plaats: de kleine Eusebius op de wereldmarkt

Spoliatie is alleen mogelijk als er een voorraad is aan her te gebruiken materiaal. En daarvan is voldoende, zoals blijkt uit de lotgevallen van de inboedel van de Kleine Eusebiuskerk uit Arnhem (gesloopt in 1990).* De inventaris is opgeslagen met als waarschijnlijke doel Japan: ‘Ze bouwen daar de Notre Dame en de San Marco na als attractie’, vertelde de opkoper.* Bij dit voorbeeld van spoliatie zal het niet blijven. Veel kerken worden gesloten en herbestemd of gesloopt. Zo komen uitmonsteringen vrij, die nergens naartoe kunnen omdat een centrale opslag ontbreekt. Het Catharijneconvent probeert te bemiddelen, maar beperkt zich tot kleine, roerende objecten en loopt zo met een grote boog om de eigenlijke problematiek heen.* De provincie Limburg heeft een depot voor glas in lood opgericht, maar dat is slechts een deel van de inventaris.* Opkopers vullen onvermijdelijk het gat in de markt.


Op de achtergrond

De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met de zuil uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Foto bvhh.nu 2015.
De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met een zuil basement en kapiteel uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Hij staat hier opgesteld tussen gipsen voorbeelden van bouwsculptuur. Foto bvhh.nu 2015.
_____________

De handel in spolia die al vanaf de oudheid bestaat, heeft er vanaf het laatste kwart van de vorige eeuw een nieuwe dimensie bijgekregen door de sloop van kerken en de verhandeling van hun uitmonstering. Zelf kwam ik daar voor het eerst mee in aanraking tijdens de sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar in 1985, als secretaris van het Cuypersgenootschap. Als bestuur raakten we daar in een veel te laat stadium bij betrokken en voor ons restte dan ook niet veel meer dan fysiek afscheid nemen van dit bijzondere oeuvre van de naamgever van ons genootschap. De keren dat we er waren viel ons op hoe mooi de kerk ondanks de verregaande onttakeling nog was. Toen het feitelijke moment van sloop dichterbij kwam, kwamen ook telefoontjes van diverse figuren en organisaties die geïnteresseerd waren in de spolia: de een vanwege het cultuurhistorisch belang, de ander omwille van het gewin. Wies van Leeuwen heeft toen bij wijze van requiem een uitgebreide fotoreportage gemaakt en een vlammend betoog geschreven voor De Sluitsteen.

  • ‘En hoe beschamend is die sloop zelf! Tientallen Alkmaarders kunnen zien hoe het van buiten grijs verweerde kerkgebouw als het ware openbreekt als een kleurige bloem die nog eenmaal in alle rijkdom van kleur haar bogen, pijlers, kapitelen en het veelkleurige baksteenmozaïek toont. Naast de ruïne en op een stukje industrieterrein liggen de bewaarde onderdelen: gebroken kolommen, hardstenen goten en geblutste kapitelen. Want zachtzinnig gaat het allemaal niet. Tijd is geld. Beschadigde kapitelen kosten 150 gulden, gave 500 gulden, gewelfschotels 150 gulden. De glasramen gaan naar Amerika. Wat niet verkocht kan worden, wordt vermorzeld. De noordbeuk heeft men laten instorten. De kapitelen zijn met een grijper in een container gegooid en op een hoop gekiept. Het puin wordt op oernederlandse wijze gebruikt voor het op delta-hoogte brengen van de dijk bij Wieringen’.*

Bij de opkopers bevond zich ook ons lid, de steenhandelaar Martien Mol uit Schoorl, die verschillende zuilen, kapitelen en basementen wist te bemachtigen. Daar ben ik nog altijd blij om, ook al was het toen schrale troost. Op die manier is één stel behouden gebleven in het Cuypershuis te Roermond, dankzij wijlen Harrie Tillie, de toenmalige directeur, die daar achteraan ging.


De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.
De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

_____________

Na een nauw verwante lijdensweg als de Dominicuskerk deed zich vijf jaar later de volgende casus voor: de afbraak van de kleine Eusebius te Arnhem ontworpen door H.J. van den Brink in zogenaamde stukadoorsgotiek (1864-1865). Ondanks een realistisch herbestemmingsplan van architect Egbert Hoogenberk, dat we als Cuypersgenootschap steunden, vond men ook hier sloop lucratiever dan behoud. Ditmaal geen grof geweld, maar dissectie van het gebouw en zijn uitmonstering, waarvan de laatste stukken nu wachten op verscheping naar Japan.*

Er zijn ook positieve voorbeelden, zoals de herbestemde Annakerk in Breda laat zien. Ook daar is niet alles in situ behouden – er zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden – maar de preekstoel, de glazen en de schilderingen bleven in het zicht. Waar de pijn in zit, is wat als handelswaar uít het zicht verdwijnt. Hier zullen de verantwoordelijke partijen met elkaar afspraken over moeten maken om een registratie op te zetten waardoor duidelijk is wat waarheen gaat én om rijp en groen van elkaar te scheiden. De kans is groot, dat we anders opnieuw zullen beleven hoe kunst die – meestal achteraf – van nationale betekenis bleek, uit ons land verdween.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


 

Bronnen 

De * in de teksten van dit topic slaat – in volgorde – op de volgende bronnen:

Herkomst beeldmateriaal in de kop

  • Algemeen: de Barbarossakapel te Nijmegen. Herkomst: Wikimedia, Hermann Luyken 2013, http://bit.ly/2eQGXHz
  • Tijd: Cuypers’ Dominicuskerk te Alkmaar werd in 1985 jammerlijk gesloopt! Deze foto is afkomstig uit het fotoarchief van de RCE, maar op de beeldbank niet te vinden. De fotograaf is (dus) onbekend. Mogelijk G.J. Dukker, circa 1970.
  • Plaats: screenshot artikel met foto Jan Rikken uit De Gelderlander (z.j.) over de inventaris van de kleine Eusebiuskerk bij Fluminalis, fluminalis.com | http://bit.ly/2eZRVrL

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘#Kerkverhalen | topic spolia’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2foGuww (2016).
Eerder verscheen het op ifthenisnow.eu onder de verkorte link: http://bit.ly/2f4Bvkq

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2foGuww

Onttakelde kerk Joseph Cuypers Sas van Gent

Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers in Sas van Gent, de Maria Hemelvaartkerk uit 1891-1892, is sinds 2013 onttrokken aan de eredienst en staat nu te koop voor circa 140.000 euro. Een groot deel van de uitmonstering, waaronder de originele beelden en meubels, is verdwenen. Het glas in lood uit het atelier Frans Nicolas & Zonen te Roermond en Hendrik Coppejans te Gent is nog aanwezig en valt onder de bescherming van de kerk als Rijksmonument. Helaas zijn er voorbeelden te over, waarbij die bescherming met voeten is getreden. Herkomst: kindtenbiesbroeck.nl

_____________________

#KunstinBreda op de sociale media

#KunstinBreda op de sociale media — Van de de rijkdom van dit project krijg je alleen al een beeld door de serie collage’s hieronder.

Nota bene — Wil je rustig door de dia’s kunnen gaan, navigeer dan zelf met de muis of bij een touchscreen met je vinger.

In deze diashow zit een selectie van de items die via de sociale media zijn verspreid: voor een deel gaat het om collage’s met tekst die ik heb gepost en voor een deel om screenshots van het resultaat.

Om een indruk te krijgen van wat #KunstinBreda via de sociale media heeft gebracht, kun je via deze snelkoppelingen surfen naar Twitter en Facebook.
Dan wordt duidelijk hoe groot tegenwoordig de expertise is waar via de sociale media gebruik van gemaakt kan worden. Professionals delen hun kennis en varen er allemaal wel bij.
Achteraf vind ik het jammer dat ik niet eerder systematisch ben gaan werken met de hashtag #KunstinBreda, want er zijn nog meer interessante gegevens tevoorschijn gekomen, zoals over het bedrijfsstempel van de firma Nicolas.

We kunnen er niet om heen en ik wil er ook niet om heen: er zal wel een discipline ontwikkeld moeten worden, om dit soort gegevens duurzaam op te slaan.

Wie denkt mee?

;-) B.

KunstinBreda op de sociale media | Hemels Jeruzalem in de Laurentiuskerk van 't Ginneken, #KunstinBreda (bvhh.nu 2016).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ecnmPv

Terug naar de projectpagina.