De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo te Haarlem (foto BvHH 2013)

In geen gebouw is zoveel terracotta verwerkt als in de nieuwe Bavo te Haarlem, ontworpen door architect Joseph Cuypers. In geen gebouw is zo vroeg al verglaasde terracotta verwerkt. Toen de eerste bouwfase voltooid was – vanaf de apsis aan de oostkant tot en met de eerste bouwlaag van viering en transept, in 1898 – vormde het interieur een grote verrassing: het licht in de kathedraal werd opgevangen en gereflecteerd door vele strekkende meters terra cotta sierbanden over pijlers en muren, kapitelen en imposten en lijsten van ramen en bogen.

Er was op dat moment maar één fabriek in Nederland die in staat was dit toen nog hoogst experimentele bouwmateriaal te leveren: E.C. Martin te Zeist. En zo ingewikkeld was het maakproces dat slechts één op de vier exemplaren gaaf uit de ovens tevoorschijn kwam. Vandaar dat op verschillende plaatsen ook de misbaksel werden gebruikt, die werden gevernist om toch een glanzend, verglaasd effect op te roepen. Nu zou je denken dat dat alleen op verborgen plaatsen gebeurde, maar niets is minder waar. Als resultaat van een wordingsproces pasten de misbaksels bij uitstek in het concept van de Unvollendete, de bewust onvoltooide kathedraal van Joseph Cuypers. Of liever, de kathedraal van de potenties, want ieder onaf onderdeel heeft de potentie om iets te worden. Bij dit worden wordt een traject van trial and error afgelegd, dat geïllustreerd wordt door de misbaksels. Vandaar dat je deze op soms wel heel opvallende plaatsen ziet zitten, zoals bij het hoogkoor of in de top van een van de bogen bij de entree aan de westkant.

Bij de tweede bouwfase, toen transept, koepel en schip werden gebouwd (1902-1906), ging Joseph Cuypers aan de binnenkant verder met Martin. Hij leverde onder meer de sierstenen voor deze balustrade, waar de architect, zoals hij zelf vertelt, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft toegepast. Die herken je in de in elkaar geschakelde decoraties, ontworpen op basis van geometrische modules. Ter afwisseling zijn de consoles waarop de kolonetten van de koepel rusten, uitgewerkt als fraaie kopjes met verschillende gelaatsuitdrukkingen. Zouden het oosterse genii zijn, of andere wezens?

Heb je een idee waar deze voor staan? Geef het me dan door. Je weet het, ik ben dol op erfgoedraadsels.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • De intrigerende terracotta’s, de glanselementen en het thema van de Unvollendete heb ik meer diepgaand behandeld in mijn boek over de nieuwe Bavo: Hellenberg Hubar, Bernadette van,  De nieuwe Bavo te Haarlem.Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Thompson,M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Een interessant stuk over E.C. Martin staat op de site van Capriolus Contemporary Ceramics – Keramiek Galerie onder deze Evernote link.

Meer lezen, bestel het boek via: bit.ly/Bavo-Ao

Bezoekadres

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.

Errata en voortschrijdend inzicht boek nieuwe Bavo

Signeren op de Open Monumentendag in de nieuwe Bavo, 10 september 2016. Foto Marij Coenen.

Signeren tijdens de Open Monumentendag in de nieuwe Bavo, 10 september 2016. Foto Marij Coenen.

Errata

‘Waar gehakt wordt vallen spaanders’, luidt een oer-Hollands gezegde. Die spaanders nemen we hier onder de loep onder de noemer van errata (vergissingen). Vroeger bestonden die uit een los briefje in een boek, dat natuurlijk steevast kwijt raakte. Vandaag de dag kunnen we hiervoor het wereldwijde internet gebruiken. Of dat minder vergankelijk is dan zo’n strookje papier is de vraag, maar je bereikt er in eerste instantie wel meer mensen mee.

Loop je even met me mee? Dan zie meteen op welke momenten mijn hoofd tijdens het schrijven en corrigeren overliep.

  • p. 4: niet te geloven, maar bij de inhoudsopgave hebben we er met het hele team overheen gelezen dat bij paragraaf 4.3.6 hét Unvollendete staat. Dat moet natuurlijk zijn de Unvollendete.
  • p. 13: door wijzigingen op het allerlaatste moment zijn in het dankwoord twee namen weggevallen van mensen die me geweldig geholpen hebben. Dat is allereerst Carien van de Boer-van Hoogevest met wie ik archiefonderzoek heb gedaan naar de manier waarop de kathedraal kunstmatig verlicht werd. In het boek komt dat verder niet ter sprake, maar hier is het wel interessant om te vermelden dat dat van meet af met electriciteit gebeurde. Daarnaast drs David Mulder, werkzaam bij de atlas van het gemeentearchief van Amsterdam. Hij attendeerde me op die andere Unvollendete, de Willibrordus buiten de Veste te Amsterdam.
  • p. 27: Wies van Leeuwen attendeerde me er op dat Van Heukelom moet zijn Van Heukelum (op p. 91 staat de naam wel correct).
  • p. 39: Joseph Cuypers studeerde niet van 1878 tot 1882, maar van 1879 tot 1883 aan de Polytechnische School van Delft. Deze correctie heb ik ontleend aan de Joseph Cuypers Collectie op het Gemeentearchief van Roermond (GAR): voorl. nr 38 in combinatie met de ‘Biographie’ van Joseph Cuypers, voorl. nr [volgt]. Wat betreft het startjaar moet het lemma op Wikipedia aangevuld worden. Vreemd genoeg ontbreken deze jaren in het lemma van Arjen Looyenga in het Biografisch Woordenboek van Nederland. De foutieve datering kwam van een item van de archiefsite van het Nai.*
  • p. 43 t.h.v. noot 72: bij de Vioolstruikavond werd de ‘Gentilhomme bourgois’ of parvenu van Molière opgevoerd en niet de Tartuffe. Meer hierover is te vinden in het Spiegelend Venster van Matthijs Sanders of de Thijmbiografie van Michel van der Plas.
  • p. 72: De muurschilderingen van Bernard Meddens in de Willibrorduskapel heb ik verward met die van Jan van Druten in de Mariakapel (met dank aan Letty Muizelaar).
  • p. 269: abusievelijk staat in het bijschrijft de naam van Jan Loots, terwijl dat moet zijn Lambert Lourijsen. Ik heb de twee mozaïekmakers hier door elkaar gehaald (met dank aan Letty Muizelaar).
  • p. 321: bij noot 934 is een deel van de tekst weggevallen: Walle, H.J.,  ‘Verslag der 1057ste Gewone Vergadering, gehouden in het genootschapslokaal Hotel-Americain, Leidscheplein alhier op woensdag 15 sept 1897’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897), pp. 171-172. | http://bit.ly/ Architectura-Tresor. Deze titel ontbreekt ook in de bibliografie.
  • In de bibliografie ontbreekt volstrekt ten onrechte de prachtige tentoonstellingscatalogus van Gerard van Wezel van Jan Toorop (2016).

Zo zullen vast nog meer correcties en aanvullingen volgen.

Voortschrijdend inzicht en nieuwe vondsten

Naar mate de tijd voortschrijdt en er meer onderzoek uit deze periode beschikbaar komt, zal inhoudelijk eveneens het nodige aan het boek toegevoegd kunnen worden. Dat zal me niet verdrietig maken, maar trots, omdat ik met dit boek een aantal nieuwe thema’s op het podium heb gezet – zoals het bewust onvoltooide ontwerp van Joseph Cuypers – dat ongetwijfeld tot een verdiepingsslag zal leiden. Dat hoort allemaal bij het proces van trial and error, waarmee we de wetenschap vooruit helpen.* Om maar een voorbeeld te geven:

  • Af en toe is het ontsluiten van archiefcollecties – zoals de Joseph Cuypers Collectie – echt priegelwerk. Zo ben ik (november 2018) een hele ochtend bezig geweest om de juiste datering te achterhalen van de studietijd van Joseph Cuypers aan de Polytechnische School in Delft. Die staat fout op de oude site van het Nai en dus ook in mijn boek over de nieuwe Bavo (op p. 39): de architect volgde niet van 1878 tot 1882, maar van 1879 tot 1883 de opleiding tot ‘civiel-bouwkundig ingenieur’.* Deze correctie heb ik ontleend aan een collegedictaat in de Joseph Cuypers Collectie (voorl. nr 38) in combinatie met de ‘Biographie’ die hij in 1931 schreef (voorl. nr [volgt]). Wat betreft het startjaar moet het lemma op Wikipedia aangevuld worden. Vreemd genoeg ontbreken deze gegevens in het lemma van Arjen Looyenga in het Biografisch Woordenboek van Nederland dat zo langzamerhand integraal herschreven zou moeten worden.*
  • Onlangs (oktober 2017) kreeg ik toegang tot Kerkcollectie digitaal van het Catharijneconvent voor mijn E-boek over de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam. Kerkcollectie digitaal kan sinds december 2015 geraadpleegd worden en omvat onder meer een groot deel van de vroegere inventarisaties van de opgeheven Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland. Zo ontdekte ik dat de vroegste kalligrafie van de eerste strofe van het Te Deum niet in de nieuwe Bavo zit, maar in de kapel van het bisschoppelijk paleis van Utrecht: circa 1901. Het maakt deel uit van het ontwerp van een schildering van de genadestoel (Drie-eenheid) van F.W. Mengelberg (1837-1919), uitgevoerd door zijn medewerker Nicolaas Poland (1862-1949). Niet alleen was Mengelberg in de Haarlemse kathedraal actief, maar ook lid van de katholieke kunstkring De Violier. Hij zat dus zowel in het netwerk van A.J. Callier als van Joseph Cuypers.
  • Door het onderzoek naar de schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal belandde ik – samen met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken – in het Dunselmanarchief dat ligt bij Museum Amstelkring/Ons’ Lieve Heer op Solder. En wat bleek! De schilderingen rond het heilig Hartaltaar in de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die ik toeschreef aan architect Joseph Cuypers, blijken van Kees Dunselman te zijn!* Meteen vraag je je dan af of de heren hierover contact hebben gehad. Ze kenden elkaar immers via De Violier, waar Joseph en Jan direct na de oprichting in 1900 in het bestuur zaten. Kees werd pas relatief laat lid in 1906. Het kleurenschema van het werk in de Urbanuskerk is in ieder geval opvallend Cuyperiaans. De foto toont centraal het heilig hartaltaar met een gesneden beeldengroep van Christus die verschijnt aan Margareta Maria Alacoque, mogelijk uit het atelier van Cuypers. Op zich is de solitaire positie van deze voorstelling al vrij bijzonder. Hierboven houden geschilderde engelen een banderol vast met de tekst: ‘Ziedaar het hart dat u zoozeer bemint’. Links en rechts zijn engelen weergegeven tussen vazen met lelies. Ze zijn geplaatst in een gotische arcade dat rust op een gesjabloneerde lambrisering. Ook op de kopmuur bevinden zich schilderingen, maar daar is geen foto van in het Dunselmanarchief.
    Blijkens de jubileumkrant van de Urbanuskerk van 2016 – die ik spijtig genoeg niet meer heb kunnen raadplegen voor mijn boek – heeft Kees Dunselman hier meer werk verricht, waaronder de schilderingen aan de westkant en in de Antoniuskapel.*
  • Dankzij de voornoemde jubileumkrant staat nu vast dat de tegeltableaus van de kruisweg (1904) en de doopkapel (1899) ontworpen zijn door Joseph Cuypers. De bijzondere tegelvloer met het Benedicite is echter naar ontwerp van Theo Molkenboer (1904), eveneens een van de eerste leden van de Violier en betrokken bij de Haarlemse kathedraal.*
  • In het kader van een ander project – #KunstinBreda – kwam ik er achter dat de manier waarop Bekkers en Meijsing in hun boek uit 1923 de kathedraal als gebouw vergelijken met het mystieke lichaam van Christus, waar alle gelovigen deel aan hebben, geïnspireerd is door de liturgische visie van de priester-theoloog R. Guardini.* Dat is in meer opzichten interessant, omdat deze man zich in de voorhoede bevond van de liturgische vernieuwing. Wat zegt dat over de situatie in Haarlem? Wat zegt dat over bouwheer en architect die immers beiden hun goedkeuring aan dit boek hebben gehecht?
  • Van Philip Weijers ontving ik een stuk met interessante feed back die hier op termijn een plaatsje zal krijgen.
  • Verder wees Harrie-Jan Metselaars me op enkele frappante overeenkomsten met de Sacré Coeur in Parijs (1871-1914). Die zijn er zeker, hoewel daar in de primaire teksten over de nieuwe Bavo geen melding van wordt gemaakt. Het lijkt me spannend om dit een keer op een rij te zetten, want Joseph Cuypers heeft de kerk in Parijs ongetwijfeld bezocht. Voorlopig blijft het nog bij deze observatie.

Wie aan dit voortschrijdend inzicht bij wil dragen is van harte welkom, of dit nu op een letterlijk niveau is, of inhoudelijk!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronverwijzingen en bibliografie

Annotatie via de * in bovenstaande tekst

De * verwijst naar de volgende bronnen en annotaties, waarvan de verkorte titels refereren aan de projectbibliografie.

  • Voor het belang van trial-and-error zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 28-31. Het fenomeen wordt op een aantrekkelijke manier over het voetlicht gebracht in dit mooie item: Groot, Corlijn de. “Waarom is fouten maken zo belangrijk?” NPO Focus, 2019. http://bit.ly/2UnBKJ8.
  • Joseph Cuypers, Biographie.
  • Het betreft de volgende titels.
    • Joseph Cuypers, Biographie.
    • Steenberg, “Joseph Cuypers“. Wikipedia.
    • Looyenga, “Cuijpers, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)”.
    • Nai, “Op zoek naar een eigen stijl“.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 244. Museum Amstelkring/Ons’ Lieve Heer op Solder, Dunselmanarchief, historische foto zonder nummer. Meer informatie over het Dunselmanarchief is te verkrijgen bij conservator Robert Schillemans.
  • Ontleend aan “Kees Dunselman”. Wikipedia, 17 oktober 2016. http://bit.ly/2ulMo8I.
  • Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. In dit document zijn verschillende data opgenomen, ontleend aan het parochiearchief, waaronder werk van Kees Dunselman.
  • Theo Molkenboer: Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 34, 40-41, 64, 176-177; 181.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 215-219. Melchers, Marisa, Het nieuwe religieuze bouwen, liturgie, kerken en stedenbouw, Amsterdam 2015, p. 59.
Aanvullingen op de bibliografie van het  boek over de nieuwe Bavo

Bij onderstaande literatuur is de verkorte link veranderd. Er komt nog een automatische doorverwijzing, maar voortaan kunnen deze titels als volgt geciteerd worden:

  • Cuypers, Joseph, ‘Van hedendaagsche bouwkunst in ’t algemeen en de kathedraal van Sint Bavo in ’t bijzonder.’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 1-16; 100-116 (i.h.b. p. 3 en p. 103): http://bit.ly/Bavo2all
  • Leeuwen, A. J. C (Wies) van. Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek. Ohé en Laak: Cuypers Genootschap, 1989. http://bit.ly/2retpLg-VanLeeuwen.

Werkzaamheden aan het schipdak van de nieuwe Bavo (Foto Marij Coenen, maart 2015).
Werkzaamheden aan het dak van de nieuwe Bavo. Foto Marij Coenen, maart 2014.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2eJhLjZ

Joseph Cuyperscollectie

Benieuwd waar dit over gaat? Klik op de afbeelding of op deze link.

Joseph Cuypers in De Limburger (11 februari 2016).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo | 5 feb 2016

Het valt toch werkelijk niet altijd mee voor Joseph Cuypers. Zit je al met die zware schaduw van je vader, aan wie een groot deel van je oeuvre wordt toegeschreven, en dan wordt ook nog eens voortdurend je naam verhaspelt. Daar heb ik zelf nog aan meegedaan, zoals je kunt lezen in deze blog op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Jos, Jos. of Joseph?

Het hele verhaal lezen? Surf dan naar: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Ben je geïnteresseerd in meer van dit soort blogs, ga dan naar ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo‘ op deze site.

O ja, en ik ben natuurlijk héél benieuwd of iemand die andere plaats in de kathedraal met bouwvaksymbolen kan vinden.

;-) B.1

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Zie ook What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph? op deze site. 

Joseph Cuypers in De Limburger

Joseph Cuypers in De Limburger —  Op 20 januari 2016, op de sterfdag van de architect, werd de collectie van Joseph Cuypers door zijn kleinzoon Pierre M. Cuypers aan het gemeentearchief van Roermond overgedragen. Maar er gebeurde meer in die dagen, zoals ik begin februari 2016 in de aanhef van dit bericht schreef:

Het zoemde in de pers over de nieuwe Bavo deze week. Enkele dagen geleden werd het nieuws bekend dat prinses Beatrix op 4 maart bij de afsluiting van de derde fase van de restauratie zal zijn. Dat was hét moment voor de stichting Kathedrale Basiliek om de schijnwerper op de nieuwe glazen van Jan Dibbets te richten, waarvan de laatste van de week op 9 februari zijn geplaatst.1 De blog die ik zo’n anderhalf jaar geleden over dit project schreef, heeft de afgelopen dagen opvallend veel bekijks gehad.2 Ondertussen heeft journalist Peter Janssen in De Limburger aandacht besteed aan het archief van Joseph Cuypers dat de nazaten in bewaring hebben gegeven aan het gemeentearchief in Roermond.3 De nieuwe Bavo komt hierin prominent aan de orde. Als voorbeeld van de ‘kathedraal vol potentie’ wordt het glas in lood van Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier in Tilburg, hierin eveneens besproken.4

Het artikel vind je in het scherm hieronder. Je kunt het downloaden via de knop rechts van de ‘Zoom’.

Joseph-Cuypers-De-Limburger-11-feb-2016-Peter-Janssen

Getallen zeggen niet alles, maar het is wel aardig om te noteren dat bovenstaand artikel vanaf de plaatsing in februari 2016 ruim 10.000 keer is bekeken.

Inmiddels heeft de gemeente Roermond voor 2018-2019 geld ter beschikking gesteld voor de ordening van de collectie, als onderdeel van het E-boek over Joseph Cuypers. Hiermee is ons schrijverscollectief (Bernadette van Hellenberg Hubar &Marij Coenen) aan de slag. Daarnaast gaat de stichting Cuyperiana fondsen werven voor een biografie over deze architect. Overigens is voor dit project aanvullende financiering nodig, dus wie suggesties heeft, is van harte welkom!

Over Joseph Cuypers is behalve bij de JCC en Cuypers assortiment allerlei interessants te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal/KoepelKathedraal Haarlem.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

B&M5

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Naar de hoofdpagina van Cuypers Assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie


  1. Zie het bericht op de site van Van Hoogevest Architecten. 

  2. Zie ‘Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers’. 

  3. Peter Janssen, ‘Joseph, de (nog) te onbekende zoon van Pierre Cuypers’, in De Limburger van 11 februari 2016. Het proefschrift dat hij vermeldt, wordt voorbereid door Gert van Kleef, Cuyperskenner en oud-penningmeester van het Cuypersgenootschap. 

  4. Zie de site van Glasatelier Hagemeier. 

  5. Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Ga dan naar de bestelpagina http://bit.ly/Bavo-Ao. Er is nog maar één plaats waar je het kunt krijgen. Voor de rest is het boek uitverkocht!
    Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1PHUJ7J. 

Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De lichtinval in het schip van de nieuwe Bavo gaat een sfeervolle interactie aan met de zachte, organische tinten van de baksteen en glanselementen als de glasharde terracotta’s, de terrazzo vloer en de houten banken (2014).

De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak

De nieuwe Bavo is een bron van artistieke inspiratie. Dat laat Jan Dibbets zien met zijn ontwerp voor de nieuwe beglazing van het schip en dat laat ook de jonge fotograaf Niels Polak zien met zijn werk in het kader van de Kunstlijn Haarlem (31 oktober – 2 november 2014 en daarna nog de hele maand november in Kunsthandel Courbois). Het opvallende is dat beide kunstenaars vanuit hun aanvliegroute de kathedraal haast intuïtief, in een oogwenk weten te vatten; een proces waarover kunsthistorici als ik soms jaren doen.

De fascinatie van Polak met de kathedraal levert boeiende foto’s in zwart-wit op die laten zien wat het licht doet als hij de ruimte op het juiste moment vanuit de juiste plek observeert. Dan slaat hij toe, precies zoals Henri Cartier-Bresson het formuleerde: want fotograferen is immers een spontane impuls die ontstaat door voortdurend kijken en die het moment in zijn eeuwigheid grijpt.[1] Dat bijzondere moment in zijn eeuwigheid is nu precies wat Niels Polak (1977) en Joseph Cuypers (1861-1949), de architect van de nieuwe Bavo, met elkaar gemeen hebben. Daarover wil ik het hier hebben en om dat uit te leggen gaan we terug in de tijd.[2] Die achterwaartse reis wordt telkens onderbroken met voorbeelden van hoe Polak het licht in de nieuwe Bavo interpreteert. Het gaat immers niet zomaar om een afstandelijke observatie van wat Cuypers bedoelde, maar om wat hij daar als kunstenaar mee doet.

Licht en ‘atmospheer’

Van de bergkam van Goethe naar de Hollandse polder — Architect Joseph Cuypers, zoon van de man die het Rijksmuseum ontwierp, heeft verschillende artikelen over de nieuwe Bavo geschreven die zijn visie op het gebouw etaleren. Het meest elementaire stuk is gepubliceerd in het tijdschrift Van onzen tijd in 1906-1907. Hierin introduceert hij onder meer het woord ‘atmospheer’ dat hij globaal in twee verschillende betekenissen gebruikt: hij bedoelt er aan de ene kant de tijdsgebonden invloed mee van het weer op het bouwmateriaal – letterlijk de verwering. Anderzijds gaat het om de waarneming van licht en kleur. Veelzeggend is de passage die volgt op de constatering dat de Nederlandse bouwkunst van het verleden veel meer horizontale lijnen toont dan elders in Europa rond dezelfde tijd:

‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’ [3]

Je zou bijna zeggen, een impressionistische beschrijving pur sang. Inmiddels weten we dat Joseph Cuypers in deze passage sterk beïnvloed was door de tekst der teksten over dit type observatie uit niet minder dan de Farbenlehre van Goethe. Dit werk dat door zijn vader al was omarmd bij de ontwikkeling van zijn polychromie, had in Nederland tot in de schoolboeken voor het schildersambacht zijn weg gevonden.[4] Ik kan het niet laten, dus ik neem je mee op een kleine omweg langs Goethe die een prachtige analyse van het blauw in de lucht noteert:

‘Wird die Finsternis des unendlichen Raums durch atmosphärische vom Tageslicht erleuchtete Dünste hindurch angesehen, so erscheint die blaue Farbe. Auf hohen Gebirgen sieht man am Tage den Himmel königsblau, weil nur wenig feine Dünste vor dem unendlichen finstern Raum schweben; sobald man in die Täler herabsteigt, wird das Blaue heller, bis es endlich, in gewissen Regionen und bei zunehmenden Dünsten, ganz in ein Weißblau [afblekend] übergeht’.[5]

‘Als de duisternis van de oneindige ruimte door atmosferische, door het daglicht verluchte nevels [van de dampkring] bekeken wordt, dan verschijnt de blauwe kleur. Op hoge bergen ziet men overdag de hemel koningsblauw, omdat daar maar weinig [wolken]sluiers voor de oneindige donkere ruimte zweven; zodra men naar het dal beneden gaat, wordt het blauw heller, totdat het uiteindelijk in bepaalde gebieden en bij een toenemende bewolking volledig in een witblauw overgaat [afbleekt]’.

Dat was de kern van de kleurenleer van Goethe, dat het niet alleen maar gaat om een natuurkundig fenomeen van frequenties en golven, maar om een atmosferische gewaarwording die we vandaag de dag vertalen in termen van sfeer en stemming. Daar pakt Joseph de draad van het verhaal op en legt hij uit hoe anders dit werkt in het Nederlandse landschap waar Goethes bergkammen ontbreken en de ruimte voelbaar wordt door het geboomte en ‘de tinteling der atmospheer’. Laat dit nu de sfeer zijn die Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo naar binnen wilde halen. Dat benadrukt hij als hij het heeft over de kleur in de kathedraal, waarvan de zachte gele toonzetting door de toename van kleurige decoraties meer en meer naar de achtergrond zal wijken:

‘Toch is het aangewezen om hier in gevoelige schakeerin­gen te blijven, zooals de natuur van het licht in ons Vaderland dat naar mijn oordeel steeds eischt. Wat wij ook van de Italiaansche en andere in ‘t Zuiden gestichte bouwwerken mogen leeren, de krasse verlichting die daar enkel door kleine bovenlichten eene groote betoovering aan de gebouwen geeft, zou in ons land gedurende meer dan de helft van ‘t jaar een onvoldoende verlichting geven’.[6]

Vandaar dat hij telkens weer een pleidooi zal houden voor de toepassing van lichte, witte partijen in de glazen die in ‘onze lage en breede Kathedraal, en in ons klimaat hoog noodig’ zijn.[7] Alleen zo zal het licht de kans krijgen om zowel op heldere als bewolkte dagen de sfeer in de binnenruimte te bepalen.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Licht en schaduw in het schip van de nieuwe Bavo vanaf de galerij van het transept (2014). Het gaat hier niet om de zon in zijn volle kracht, maar om het wisselende licht dat tussen de wolken door schiet en gedempte tonen veroorzaakt die de fotograaf een extra accent geeft door geeft door middel van belichtingsinstellingen. De vele tinten schaduwgrijs illustreren de ‘gevoelige schakeeringen’ die Joseph Cuypers als een reflectie beschouwde van het Nederlandse klimaat. De meer donkere pijlers en bogen op de voorgrond omlijsten het lichtere tafereel in het schip en werken als een repoussoir waardoor het oog de diepte in wordt getrokken. Daar wordt het opgenomen in de wisselwerking tussen haaks op elkaar staande richtingen – hoogte, breedte, diepte – die via de ronding van de gewelven en bogen in balans worden gebracht. Zelfs in een statisch medium als een foto weet Polak de factor beweging van Joseph Cuypers tot uitdrukking te brengen.

Van het schilderachtige naar het impressionisme

De factor beweging — Was het nieuw wat Joseph Cuypers met licht deed? In dit stadium ben ik geneigd om te zeggen: ja, maar niet zonder kanttekeningen. In relatie tot atmosfeer als stemming waren zijn collega-architecten er, gelet op de vakliteratuur, nauwelijks mee bezig.[8] Maar los daarvan hebben we ook nog te maken met de schaduw of liever de lichtval van zijn vader. Om dit in perspectief te plaatsen, ga ik het eerst hebben over iets wat daar in hoge mate mee samenhangt, namelijk beweging, en wel de beweging van ons, mensen in en om een gebouw. Al vanaf de achttiende eeuw houden architectuurtheoretici zich bezig met de ‘schilderachtige’ belevingswaarde die ontstaat doordat men al wandelend verschillende indrukken ontvangt van een gebouw.[9] Dit werd niet langer opgevat als een statisch object, maar als een bron van aangename variatie, doordat het tijdens het bewegen als het ware voortdurend veranderde. De volgende stap in dit bewustwordingsproces was dat architecten hierop in gingen spelen. Beïnvloed door de romantische landschapstuin die al in de achttiende eeuw furore maakte, ging men er toe over om ‘momenten’ te ensceneren, waardoor het gebouw in zijn diverse vormen tot zijn recht kon komen. Er kwam een choreografie van routes en vues die de toeschouwer quasi-spontaan stuurde en zo een nieuwe dimensie gaf aan de beleving van architectuur. Voor deze kwaliteit introduceerde de architectuurhistoricus Manfred Bock de factor beweging. Hij licht dit toe aan de hand van het Rijksmuseum, dat hij als een ‘modern gebouw’ typeert onder meer vanwege:

‘het feit dat Cuypers de factor beweging bij het ontwerp incalculeert en er dus voor zorgt dat de ruimtelijke structuur niet zo maar vanuit één punt afleesbaar is, maar pas in de tijd ervaren kan worden’.[10]

Deze opmerking kan moeiteloos doorgetrokken worden naar de lichtwerking, waarvoor immers bij uitstek geldt dat die alleen in de tijd ervaren kan worden. Van dat laatste was Cuypers senior zich welbewust, zoals blijkt uit de manier waarop hij scènes in licht en kleur in zijn ruimten regisseerde. Deze aanpak maakte dat er eigenlijk nooit sprake was van één gebouw, maar een verzameling momentane gebouwen die zich naar gelang de lichtinval en de factor beweging, ingezet door de wandelende toeschouwer, manifesteerden.[11] Bij de nieuwe Bavo is het al niet anders. Zijn zoon nam hier letterlijk de ruimte om gebruik te maken van het parallaxeffect: een voortdurende verandering van de ruimte als je langs of tussen de ritmisch geordende, zware pijlers van het schip loopt of in de arcade van de kooromgang. Ook met de dubbelschalige opzet van de wanden met hun vele galerijen heeft Joseph Cuypers hierop ingezet: niet alleen geven de verticale kolommen een extra impuls aan de factor beweging, maar gaat de diepte van de galerijen gepaard met licht- en schaduweffecten die het plastische aanzien van de binnenruimte vergroten.[12] De kathedraal behelst een meesterlijk ontworpen choreografie die beleefbaar wordt als je in en met het gebouw meebeweegt.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Het licht gevangen in de neggen van de ramen in de noordertoren van de westbouw. De ritmische geleding, de diepte van de dagkanten en de balustrades in steen en hout geven het geheel een plastische effect. Door dit in combinatie met de lichtval uit te buiten speelt Polak in op een van vele ‘momenten’ die Joseph Cuypers in de kathedraal had ingepland (2014).

De schilderachtige visie van Cuypers senior — Dit talent hadden vader en zoon dus duidelijk gemeen, maar waar lag dan het verschil? Dat wordt duidelijk wanneer we nagaan hoe Pierre Cuypers met licht omging. Dat had in zijn geval alles te maken met de ontwikkeling van zijn visie op polychromie: veelkleurige uitmonsteringen, zoals die in het Rijksmuseum. In zijn werkwijze valt een overgang te bespeuren van relatief zachte, heldere tinten naar een zwaarder kleurengamma dat als middeleeuws geafficheerd werd. Hierover merkte ik in mijn studie ‘De muziek van het licht’ het volgende op:

‘Zeker was het een winstpunt dat het verzadigde ‘middeleeuwse’ palet meer rekening hield met de werking van glas-in-loodramen. Cuypers kon zo verbluffende clair-obscur momenten realiseren die de factor verandering en beweging in zijn interieurs optimaal uitbuitten.[13] Opnieuw zijn daarin Engelse invloeden te bespeuren en wel via het tijdschrift The Ecclesiologist, dat zowel door Thijm[14] als Cuypers geraadpleegd werd. Met de auteur van het artikel in kwestie, architect G.E. Street, had Cuypers als erelid van The Ecclesiological Society in 1862 in Londen kennis gemaakt. Street hield reeds in 1852 een pleidooi voor de integratie van ‘those lovely alterations of light and shade, when nature gives them to us in briljant sunshine.’[15] Dit doet sterk denken aan de rol die Brouwers[16] ‘het klaarder en meer donker licht’ toekent bij de afstemming van polychromie. Cuypers parafraseerde Street nog in 1891 met zijn beschrijving van de traceringen van de Utrechtse Dom, ‘die het schitterend licht met het geheimzinnige halfdonker in schilderachtige schakeering afwisselt.’ Om dit effect te bereiken adviseerde Street de architecten ‘to concentrate the admission of light on particular points.’[17] Een van de interieurs waar Cuypers dit het meest overtuigend bereikt had, betrof de verdwenen uitmonstering van de Sint Servaaskerk: de afwisselende lichtkwaliteit, variërend van gedempt tot volop stralend, genereerde hier even zovele momenten, waarin een compleet register aan clair-obscur en kleurharmonieën werd opengetrokken.[18] Door deze meerwaarde speelde de verzadigde polychromie nog beter in op de gevoelens van grootsheid, melancholie en ‘wellustige droefgeestigheid’ (‘pleasing gloom’), dat een schilderachtig beleven van architectuur vergde. Maar terwijl dit zintuiglijk deelhebben voor de één doel op zich was, moest het in de visie van de clerus leiden tot ‘huiver der heilige plaats’, tot vatbaarheid voor Gods boodschap en aldus tot het ‘Sursum Corda’, dat Brouwers met Pugin[19], Cuypers en Thijm het ultieme doel achtte van de kunst.’[20]

Naar een impressionistische visie — Waar Cuypers senior met name inspeelde op wat de heldere lichtinval via het zware glas-in-lood in zijn gebouwen deed, concentreerde Joseph zich op een veel breder gamma van het typisch Hollandse licht, dat hij ook op minder uitgesproken zonnige dagen in zijn kathedraal wilde binnenhalen. Vandaar ook dat hij afstand neemt van de verzadigde Chartres-achtige ramen en pleit voor lichte glazen. Vandaar ook dat hij heel bewust glanselementen in de nieuwe Bavo toepast, te beginnen met de glasharde gele terracottabanden die door hun spiegelende kracht bij uitstek als lichtverspreiders aan te merken zijn. Maar daar blijft het niet bij: alles doet in dit spel van reflectie mee: de luchters en het koorhek, de vergulde accenten op de sculptuur, de polychromie en het edelsmeedwerk, de fluorescerend brons geschilderde deuren en vooral niet te vergeten het glanzend opgewreven hout van de banken.[21] Het gaat niet langer om het creëren van dramatische scenes, maar om een subtiele opeenvolging van verstilde momenten, waarvoor Joseph Cuypers niet zomaar het Hollandse polderlandschap als referentie nam. Je zou kunnen zeggen dat hij de schilderachtige toonzetting van zijn vader actualiseert door een impressionistische visie te ontwikkelen. Dat hij daarmee een antwoord bood op wat men in die tijd meer en meer in architectuur waardeerde, wordt bevestigd door de kunstcriticus Jan Kalf: in een artikel over Joseph Cuypers uit 1908 liet hij zich ontvallen dat hij afziet van ‘eene architectonische of impressionistische beschrijving’ van de nieuwe Bavo, omdat er daar al zoveel van waren.[22]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De Mariakapel pal in het oosten van de nieuwe Bavo (2014). Het felle licht corrigeert via de camera de donkergekleurde glazen van dom Jacques van der Meij. Door met een lange sluitertijd te werken en vaak in te flitsen is de sculptuur van het altaar in zijn detaillering zichtbaar gebleven ondanks de sterke lichtval. In werkelijkheid is de kapel op dit moment zo niet waar te nemen. Met deze opname benadert Polak het beeld dat Joseph Cuypers voor ogen stond, vooral omdat het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas oorspronkelijk ook nog indirect licht vanuit het priesterkoor ving.

Tussen Monet en Schubert — Het idee van de beleving van een gebouw als een verzameling momenten wordt door de meeste mensen niet geassocieerd met architectuur en waarschijnlijk al helemaal niet met het oeuvre van vader en zoon Cuypers. Voor het gros is dit concept vrijwel exclusief verbonden met de beroemde momentopnamen van één en hetzelfde object van de impressionistische schilder Claude Monet. Een wel heel toepasselijk voorbeeld vormt de serie van de kathedraal van Rouen die hij door de dag heen in een steeds ander licht geschilderd heeft (1890-1894): de fameuze ‘instantanéité’, of zoals Cartier-Bresson zou zeggen, momenten in hun eeuwigheid.[23] Nauwelijks veel later lijkt Joseph Cuypers deze nieuwe versie van een schilderachtige visie op architectuur op te pakken om een architectonische variant van de ‘instantanéité’ ontwikkelen. Wat Monet op het doek registreerde bouwde hij in in zijn concept van de kathedraal: een verzameling momenten die onder bepaalde omstandigheden onder invloed van licht en beweging realiteit kunnen worden. Dit rijmt wonderwel met dat andere concept dat aan de kathedraal ten grondslag ligt: het gebouw als Unvollendete, als een onvoltooide symfonie à la Schubert, voltooid in zijn onvoltooidheid. Er waren heel wat overwegingen die aan dat concept ten grondslag lagen, maar als we het op de meest pragmatische houden dan is het geld. Joseph Cuypers wist dat hij de nieuwe Bavo nooit in eenmaal zou kunnen realiseren, hetgeen alleen al blijkt uit de drie bouwfasen: 1895-1898, 1902-1906 en 1927-1930. Maar dit gold ook voor het interieur met zijn noodbeglazing, dito polychromie, hoogst noodzakelijke meubilair et cetera. Dit incomplete krijgt doelbewust een plaats in het concept, zoals onder meer afgelezen kan worden aan de ruwe blokken steen die her en der de buitenkant sieren en de vele onvoltooide kapitelen, basementen en zelfs misbaksels van terracotta aan de binnenkant. De kathedraal was niet zomaar een gebouw: ze was opgetuigd met kwantumachtige potenties die in de toekomst al dan niet realiteit konden worden, zoals de glazen van Jan Dibbets laten zien.[24] En dat brengt ons weer terug bij de vraag hoe vernieuwend Joseph bezig was.

Innovatie of articulatie

Van ingrediënten naar receptuur — We zagen het al met de factor beweging: de meeste ideeën komen niet zomaar uit de lucht vallen en hebben een lange incubatietijd nodig om het niveau van een levensvatbaar artistiek concept te bereiken. Dat geldt ook voor de atmosferische lichtwerking, de architectonische instantanéité en de Unvollendete. De ingrediënten waren zonder meer aanwezig: de schilderachtige effecten waar Cuypers senior op inzette, het onvoltooide karakter van kunst waarover zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm (de peetvader van Joseph) al had geschreven, de sfeervolle Hollandse landschappen die op schilderijen waren vereeuwigd en in de Voorhal van het Rijksmuseum zaten de eerste glazen met redelijk veel wit … het lag allemaal klaar als rijp fruit. Waarom juist bij Joseph Cuypers de vonk oversprong had te maken met zijn bijzondere, zo niet unieke positie als zoon van zijn vader. Toen hij na zijn studie in Delft in 1883 toetrad tot het productieve architectenbureau Cuypers heeft hij als weinig anderen van zijn tijdgenoten het bouwproces in een veelheid van facetten in de praktijk mee kunnen maken. Wat daarbij zeker beslissend is geweest voor de ontwikkeling van zijn visie is dat hij heel wat kerken heeft gezien in de eerste fase van de afronding: klaar om in gebruik te worden genomen, maar grotendeels oningericht. Hoe vaak zal hij niet rondgelopen hebben in zo’n gebouw met een rijk palet aan geologisch bepaalde kleuren dankzij de materiaalpolychromie, met lege afgepleisterde muurvelden, waar zich nog geen schilderingen op bevonden, en een atmosferische lichtinval als gevolg van de heldere noodbeglazing. Hoe je die laatste kwaliteit kunt behouden bij de overstap naar definitief glas-in-lood liet hij zien in zijn eerste echte eigen kerk, de Urbanus in Nes aan de Amstel (1889-1891). Daar hield hij zelfs rekening met de wisselende lichtintensiteit aan de noord- en zuidzijde van het schip.[25]

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, De patroonheilige van de nieuwe Bavo in de lichtval vanuit de koortravee (2014). In het voetspoor van zijn vader schiep Joseph Cuypers in zijn kathedraal ook ruimte voor een type instantanéité met sterke clair-obscurpotenties. Het bronsachtig glanzende houten beeld is van de hand van Albert Termote (1958).

Die atmosferische beleving was echter niet het enige dat tot de vernieuwende impuls leidde: Joseph Cuypers wist uit ruime ervaring dat veel kerken de eerste tijd door geldgebrek een pas op de plaats moesten maken. Op het meest noodzakelijke meubilair na zouden sommige gebouwen pas decennia later ingericht worden. En het kon nóg erger: het meest dramatische voorbeeld op dit gebied had Joseph van nabij meegemaakt met de kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de veste die na de eerste fase van priesterkoor en pastorie (1873) maar niet voltooid leek te kunnen raken. Joseph zou deze kerk in plaats van zijn vader afbouwen. En hij doet dat analoog aan de nieuwe Bavo op een manier die ruimte laat voor verdere afwerking. Dat was in 1897 toen de eerste fase van de Haarlemse kathedraal bijna klaar was.

Van de nood een deugd — Vanuit deze ervaring zet Joseph Cuypers bij de nieuwe Bavo een beslissende stap: hij maakt van de nood een deugd door de nog niet voltooide kerk tot de inzet van zijn ontwerp te maken: een voldragen Unvollendete met de potentie om ooit of misschien wel nooit afgebouwd en ingericht te worden. Een gebouw dat in zijn onaffe toestand zoveel kwaliteit heeft dat het als af kan gelden, maar ruimte houdt voor toevoegingen. Dat betekende echter niet dat er grenzeloos toegevoegd mocht worden, dat er geen kaders waren waar de toekomstige sierkunstenaars zich aan te houden hadden. Een van de voorwaarden waar Joseph Cuypers streng aan vasthield was nu juist die atmosferische lichtval. Dat liet hijzelf zien met het wit dooraderde glas-in-lood van zijn vader in de apsis en zijn engelenglazen in het hoogkoor. En daar zit ook het grote verdriet van deze man: dat zijn opdrachtgever, de bisschop, in een vrij vroeg stadium hier vanaf is gestapt. Zo kwamen er hoge koorbanken die de lichtwerking in de koorgang en de kapellen sterk verhinderen. Zo kwamen er conflicten met Han Bijvoet en dom Jacques van der Meij die met hun glazen terugkeerden naar het Chartres-achtige palet, waarin voor wit of zachte partijen geen ruimte was.[26] Hierdoor kon het ook gebeuren dat de toepassing van licht glas welbeschouwd opnieuw uitgevonden zou worden. Dat gebeurde in 1925 met de glazen van Derkinderen in het gebouw van de Algemene Handelmaatschappij te Amsterdam van K.P.C. de Bazel. Doordat deze door het onverwachte overlijden van Derkinderen voltooid werden door Joep Nicolas, kreeg het witte glas een plek in het idioom van de volgende generatie glazeniers.[27]

Innovatie of articulatie — Dat brengt ons terug bij de vraag of Joseph Cuypers innovatief bezig was of de erfenis van zijn vader articuleerde. Het antwoord kan zijn: beide. De vondst ligt in de ontdekking van de impressionistische schoonheid van de maar net afgebouwde kerk die volgens de rationele uitgangspunten van zijn vader was ontworpen. Door dit stadium als esthetisch doel te articuleren zet Joseph zijn ontdekking op het artistieke plan en zet hij de toon voor een volledig nieuwe benadering van de kerkbouw. De manier waarop hij dit concept in de nieuwe Bavo en de Willibrordus heeft uitgevoerd, is naar het zich laat aanzien eenmalig geweest: tot dusver is geen andere Unvollendete tevoorschijn gekomen. Wel is zijn impressionistische visie op atmosfeer en licht in de kerk, waarmee hij een hele verzameling instantanéitées regisseerde, een stabiele factor in zijn werk en dat van anderen gebleken.[28] Het zijn deze instantanéitées die als momenten in hun eeuwigheid zijn geïnterpreteerd en vastgelegd in de monochrome foto’s van Niels Polak.

Bernadette van Hellenberg Hubar

____________

Nota bene — De voorgaande analyse maakt deel uit van het voorbereidende onderzoek van de auteur ten behoeve van een publicatie over de nieuwe Bavo naar aanleiding van de huidige restauratie. Dit project vindt plaats in opdracht van de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem.

De verkort aangegeven literatuur in de noten verwijst naar titels die volledig zijn geciteerd in de bibliografie op de site van Vanhellenberghubar.org.[29]

Op de foto’s van Niels Polak berust auteursrecht en zijn alle rechten voorbehouden! Toestemming voor gebruik kan geregeld worden via: niels@silicium.nl.

Niels Polak, Licht en atmosfeer in de nieuwe Bavo te Haarlem (2014)
Niels Polak, Vue op het schip en koor van de nieuwe Bavo vanaf de orgeltribune (2014). De rustige ritmiek van de nieuwe Bavo met de schaduwslag van banken en kolommen nodigt uit tot een processie door het middenschip die alles in beweging zet.

Noten

[1]    Voor Henri Cartier-Bresson zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Cartier-Bresson. Voor de nieuwe Bavo volg http://bit.ly/VHH2nB-Haarlem.

[2]    Deze tekst is voor een deel ontleend aan de waardenstelling die ik in 2013 over de nieuwe Bavo schreef: Hubar, Auto intextum, paragraaf 4.3.

[3]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 102-103.

[4]    Hubar, Auro intextum, paragraaf 4.3. Polman, De kleuren van het Nieuwe Bouwen, pp. 39-41, 55; 56-58.

[5]    Goethe, Farbenlehre, p. 110, stelling 155.

[6]    Joseph Cuypers, Sint-Bavo, Van Onzen Tijd (1906-1907), pp. 111-112.

[7]    Brief van Joseph Cuypers aan bisschop Aengenent, 13 januari 1930, geciteerd naar Erftemijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[8]    Een kleine steekproef via het zoekprogramma van de KB, Delpher – www.delpher.nl – met de termen architectuur en atmospheer brengt als vroegste voorbeeld het artikel geciteerd in noot 6 naar voren!

[9]    Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114. De factor beweging valt te herleiden tot de tweede helft van de achttiende eeuw.

[10]  Bock, Cuypers-Berlage-De Stijl, Forum (1986), pp. 102-103.

[11]  Hubar, De gepatineerde droom, p. 40. Hubar, Arbeid en Bezieling, p. 114.

[12]  Voor de dubbelschalige opzet zie de analyse van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 76-83. De vraag van Looyenga waarom Joseph Cuypers hiervan zo’n overvloedig gebruik maakte is hiermee wel beantwoord.

[13]  Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 23, 114.

[14]  J.A. Alberdingk Thijm, kunstcriticus, -theoreticus, zwager van Cuypers en schrijver van de toonaangevende publicatie over kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie (1858). Voor de nieuwe Bavo is dit handboek van grote invloed geweest.

[15]  Muthesius, High Victorian movement, 39-58; m.n. 41: citeert G.E. Street, ‘The true principles of architecture and the possibilities of development’, The Ecclesiologist 13 (1852), 247-262; m.n. 257-259.

[16]  J.W. Brouwers was priester, publicist en een huisvriend van Thijm en Cuypers. Hij schreef onder meer over Cuypers’ schilderingen in de Servaaskerk en op de piano van diens vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm (zie Brouwers, Muurschilderingen). Brouwers vormde samen met zijn vrienden het ‘Roomsche ABC’: Alberdingk Thijm, Brouwers en Cuypers. Zie: http://bit.ly/Brouwers-dbnl.

[17]  Zie de vorige noot en Cuypers, Voordracht 1892, pp. 5-6.

[18]  Hubar en Van Leeuwen, De beginselloosheid tot adagium verheven, pp. 83-85.

[19]  Brouwers, Muurschilderingen, pp. 13. King, Pugin, pp. 135-141 (De Engelse architect A.W.N. Pugin was met name aan het begin van de carrière van Cuypers een belangrijk rolmodel voor zowel hem als Thijm). Stoks, Cuypers Gedenkboek, pp. 19-25; m.n. 25. Het begrip ‘wellustige droefgeestigheid’ is afkomstig van de romanschrijver Rheinvis Feith: voor deze en aanverwante termen en hun herkomst zie Hubar, Arbeid en Bezieling, 429-432.

[20]  Deze passage is in haar geheel overgenomen uit Hubar, De muziek van het licht, p. 65.

[21]  Door de chemische inwerking van de onderlaag van de bronzen beschildering van de deuren is het glanseffect hiervan versterkt (onderzocht door Judith Bohan, kleuronderzoeker en restaurator, en Luc Megens van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed).

[22]  Kalf, Joseph Cuypers, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1908, p. 372.

[23]  Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kathedraal_van_Rouen_%28Monet%29. Voor een goede uitleg zie: http://bit.ly/NGA-Monet, ontleend aan: Michael Lloyd & Michael Desmond, European and American Paintings and Sculptures 1870-1970 in the Australian National Gallery, 1992 p.72.

[24]  Zie Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[25]  Zie Hubar, Urbanuskerk, http://wp.me/P4eh3s-bK en Hubar, Dibbet’s ramen, http://wp.me/p4eh3s-Uo.

[26]  Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 214-215.

[27]  Hubar, Genade van de steiger, pp. 404-407.

[28]  Een mooi voorbeeld is de Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) van twee Cuypersleerlingen, P. Bekkers en J. Hegener, generatiegenoten van Joseph Cuypers. De atmosferische lichtinval en polychromie zijn in 2014 geanalyseerd door middel van een waardenstelling: Hubar, Paterskerk, http://wp.me/p4eh3s-pI.

[29]  Zie http://bit.ly/VHH2bibliografie.

Titel, verkorte link, tentoonstellingsadres et cetera

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De atmosferische lichtval van Joseph Cuypers in de foto’s van Niels Polak’, op: ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-Polak (2014) / op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak (2014).

Meer foto’s van Niels Polak zijn te zien op: http://bit.ly/Niels-Polak-500px en www.nielspolak.nl.

Tentoonstellingsadres:
Kunsthandel Courbois
Schaghelstraat 14
2011 HX Haarlem
www.kunsthandelcourbois.nl

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Cuypers-Polak

Lovende recensie lezing

De koepel van de nieuwe Bavo te Haarlem als symbool van het hemels Jeruzalem. Foto vanaf de steigers, bvhh.nu 2013.
De koepel van de nieuwe Bavo te Haarlem als symbool van het hemels Jeruzalem. Foto vanaf de steigers, bvhh.nu 2013.

Ga eens kijken op de site van Van Hoogevest Architecten.* Daar wordt een mens blij van, van zo’n recensie. Heel informatief en interessant om te lezen hoe de presentatie over de Caelestis urbs is overgekomen. Fijn ook dat de twee partners bij het kleuronderzoek en de reconstructie daarvan, Judith Bohan en Jojanneke Post, worden genoemd. Wie weet wat onderzoek in de toekomst nog meer gaat brengen.*

Wil je meer weten over de avond of de presentatie in PDF downloaden, volg dan deze link.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum
  • Mocht de pagina op de site van van Hoogvest niet eer beschikbaar zijn, volg dan deze naar Evernote.
  • Het thema van het hemels Jeruzalem en vooral de samenhang met het thema van de bruid uit het Hooglied (in het boek ‘de bruid van het westen’) heeft zich ontpopt als een terugkerend motief in het boek over de nieuwe Bavo. Dit kan opgespoord volgen via het register on line.
  • Voor mij heeft de foto een bijzondere betekenis, omdat ze deel uitmaakt van de sessie met Gerard van Wezel op de steigers.Soms kom je iemand tegen die voor een beslissende wending zorgt in je loopbaan. Gerard was niet alleen mijn opdrachtgever namens de RCE van De genade van de steiger, maar heeft ook bemiddeld in de opdracht voor het boek over de nieuwe Bavo. Sindsdien ben ik boeken blijven schrijven en werd ik, wat ik acht jaar oud al worden wilde: schrijver.

Het boek over de nieuwe Bavo is te bestellen via deze link.

Vue op de nieuwe Bavo

Mijn boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers: op het gebeeldhouwde monogram, bekroond met de miniatuur koepel van de Sint Pieter van Rome, zijn onlangs de kleuren terug gebracht. Foto BvHH 2013.

Ik kan er maar geen genoeg van krijgen! Het is daar zo mooi op de steigers van de nieuwe Bavo. Dat vond ook RKK Katholiek Nederland TV toen de koster, Stephan van Rijt, materiaal stuurde over de beelden. Het resultaat was een uitzending over de restauratie die op 19 oktober 2013 uitgezonden werd, maar jammer genoeg niet meer beschikbaar is. Wat kwam er in deze gefilmde vue op de nieuwe Bavo zoal ter sprake:

De Unvollendete — Joseph Cuypers wist dat hij vanwege geldgebrek de kathedraal niet in één keer zou kunnen bouwen. Sterker nog, hij was zich er van bewust dat er meer generaties voor nodig zouden zijn om de kathedraal te voltooien. In overleg met de bisschop en de vicaris bedacht hij daarom een concept dat je zou kunnen opvatten als de architectonische tegenhanger van de beroemde Unvollendete (de onvoltooide symfonie) van Schubert:

  • Daardoor is het gebouw af en onaf tegelijkertijd: een optelsom van kwantumachtige momenten die elk de potentie hebben werkelijkheid te worden.
  • Tegelijkertijd schuilt hierachter een rijke christelijke symboliek die met name bepaald wordt door de visie dat het onvoltooide ons onweerstaanbaar naar de bron van alle voltooiing trekt: God. Maar zeker zo belangrijk is het – katholieke – besef dat het kruisoffer van Christus tijdens de eucharistie niet zomaar herdacht wordt, maar telkens weer opnieuw herhaald én voltooid wordt.
  • In het kielzog van het Oriëntalisme onderging ook Joseph Cuypers de aantrekkingskracht van de Arabische cultuur die een extra dimensie had, omdat ze het toenmalige aanzien bepaalde van het Heilige Land, waar Christus zijn verlossingswerk had verricht. In dit verband synchroniseerde de architect de ‘heilige leegte’ uit de christelijke en islamitische traditie door middel van lege poortnissen (in de koepel) en onbezette baldakijnen binnen en buiten de kerk. Omdat de leegte in principe ooit vol zal kunnen worden, maken ook deze deel uit van de Unvollendete.
  • Daarnaast speelde Joseph Cuypers in op een fenomeen dat in de achttiende eeuw werd ontdekt en afgelopen decennia door hersenonderzoek bevestigd werd: de voltooiende werking van onze ogen. Hoe sterk dat bij de nieuwe Bavo speelde, wordt vooral duidelijk als je bedenkt dat nu pas – tijdens de restauratie – ‘gezien’ werd hoeveel onafgewerkte brokken steen in het gebouw zitten. Te beginnen in de dominante koepel op de viering.
Detail van de koepel op de vieringtoren van de nieuwe Bavo te Haarlem

Pas tijdens deze restauratie vielen de hoeveelheid voorbewerkte blokken natuursteen op die de plaats innemen van beelden. Waren ze wel al gesignaleerd onder de baldakijnen van de lijst direct onder de koperen koepel, op de andere plaatsen in en buiten de kathedraal werden ze nu pas ontdekt. Foto BvHH 2013.

De juwelen van de bruid — Als devies draagt de kathedraal het motto Sicut sponsa ornata, getooid als een bruid. Dit is afkomstig uit de Apocalyps van Johannes en wel uit het hoofdstuk, waarin hij het hemels Jeruzalem ziet nederdalen, getooid als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Op zijn beurt heeft Johannes dit prachtige beeld weer ontleend aan het Hooglied van Salomon. De kathedraal is symbolisch bezien de bruid, terwijl de selectief toegepaste buitenpolychromie de rol vervult van het snoer met juwelen rond haar hals. Opvallend genoeg zijn de kleuren vrijwel zonder uitzondering op bekroningen te zien, of dat nu torens betreft of topgevels.

Het dakenlandschap met de gepolychromeerde torens aan de noordoostzijde van de nieuwe Bavo.

De juwelen van de bruid. Foto BvHH 2013.

Microkosmos van de schepping — Stephan van Rijt merkte op dat je de beelden van Joseph Cuypers rond de nieuwe Bavo zou kunnen beschouwen als de tegenhangers van die van Viollet-le-Duc bij de Notre Dame van Parijs. Opvallend zijn de vele monsters die als symbool van de duistere kant van de schepping inherent zijn aan het wereldbeeld dat de kerk representeert: de strijd tussen goed en kwaad, licht en donker en noem maar op, wordt juist op gewijde plaatsen op het scherp van de snede uitgevochten. Daar vindt de apocalyptische kortsluiting plaats tussen de tegenstellingen die ons als mens raken, maar ook de verzoening met het aardse onvolmaakte dat een afspiegeling van de hemelse volmaaktheid toont. Bij de nieuwe Bavo tref je op verschillende plaatsen ambivalente wezens aan die hier en daar gekoppeld zijn aan een helend element: zo staan de meest bijzondere exemplaren op de Sacramentskapel, terwijl de duivel bij een van de beren rond de apsis achter de exorcist is geplaatst.

De monsters boven de sacramentskapel van de nieuwe Bavo

De wezens boven de sacramentskapel maken deel uit van de kosmische tegenstelling tussen goed en kwaad die de kathedraal als microkosmos van de schepping toont. Foto BvHH 2013.

Waardenstelling — De voorgaande gegevens zijn ontleend aan de waardenstelling waarmee ik bezig ben ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo.1 Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht.

Een nieuw boek over de kathedraal — Naar aanleiding van de resultaten van de waardenstelling kreeg ik in 2014 de opdracht om een boek te schrijven naar aanleiding van de huidige restauratie van de nieuwe Bavo: Ad orientem | Gericht op het oosten. Dit boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

Wil je het productieproces volgen? Abonneer je dan op mijn site of surf naar mijn blog!

B.2

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


  1. Hubar, Inauro textum, 2013, passim. 

  2. Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7u.

    ← Door naar de hoofdpagina

Vue op de nieuwe Bavo

Onderstaand bericht maakt deel uit van het productieproces van mijn boek over de nieuwe Bavo. Dit is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag adresgegevens met e-mail vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

Vue op de nieuwe Bavo

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers: op het gebeeldhouwde monogram, bekroond met de miniatuur koepel van de Sint Pieter van Rome, zijn onlangs de kleuren terug gebracht.

Ik kan er maar geen genoeg van krijgen! Het is daar zo mooi op de steigers van de nieuwe Bavo. Dat vond ook RKK Katholiek Nederland TV toen de koster, Stephan van Rijt, materiaal stuurde over de beelden. Het resultaat was een uitzending over de restauratie die afgelopen week het licht zag en die je onder deze link kunt bekijken als eerste item van het programma Nieuws uit de Nederlandse katholieke kerk en het Vaticaan (29 oktober 2013). Ik was bij de opnames aanwezig om de jongste ontdekkingen over de nieuwe Bavo bondig samen te vatten, zodat ze voor TV bruikbaar waren. Wat kwam er zoal ter sprake:

De Unvollendete — Joseph Cuypers wist dat hij vanwege geldgebrek de kathedraal niet in één keer zou kunnen bouwen. Sterker nog, hij was zich er van bewust dat er meer generaties voor nodig zouden zijn om de kathedraal te voltooien. In overleg met de bisschop en de vicaris bedacht hij daarom een concept dat je zou kunnen opvatten als de architectonische tegenhanger van de beroemde Unvollendete (de onvoltooide symfonie) van Schubert:

  • Daardoor is het gebouw af en onaf tegelijkertijd: een optelsom van kwantummomenten die elk de potentie hebben werkelijkheid te worden.
  • Tegelijkertijd schuilt hierachter een rijke christelijke symboliek die met name bepaald wordt door de visie dat het onvoltooide ons onweerstaanbaar naar de bron van alle voltooiing trekt: God. Maar zeker zo belangrijk is het – katholieke – besef dat het kruisoffer van Christus tijdens de eucharistie niet zomaar herdacht wordt, maar telkens weer opnieuw herhaald én voltooid wordt.
  • Daarnaast speelde Joseph Cuypers in op een fenomeen dat in de achttiende eeuw werd ontdekt en afgelopen decennia door hersenonderzoek bevestigd werd: de voltooiende werking van onze ogen. Hoe sterk dat bij de nieuwe Bavo speelde, wordt vooral duidelijk als je bedenkt dat nu pas – tijdens de restauratie – ‘gezien’ werd hoeveel onafgewerkte brokken steen in het gebouw zitten. Te beginnen in de dominante koepel op de viering.
Detail van de koepel op de vieringtoren van de nieuwe Bavo te Haarlem

Pas tijdens na een bijna een eeuw vielen de voorbewerkte blokken natuursteen op die de plaats innemen van de beelden onder de baldakijnen van de lijst direct onder de koperen koepel.

De juwelen van de bruid — Als devies draagt de kathedraal het motto Ut sponsa ornata, getooid als een bruid. Dit is afkomstig uit de Apocalyps van Johannes en wel uit het hoofdstuk, waarin hij het hemels Jeruzalem ziet nederdalen, getooid als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Op zijn beurt heeft Johannes dit prachtige beeld weer ontleend aan het Hooglied van Salomon. De kathedraal is symbolisch bezien de bruid, terwijl de selectief toegepaste buitenpolychromie de rol vervult van het snoer met juwelen rond haar hals. Opvallend genoeg zijn de kleuren vrijwel zonder uitzondering op bekroningen te zien, of dat nu torens betreft of topgevels.

Het dakenlandschap met de gepolychromeerde torens aan de noordoostzijde van de nieuwe Bavo.

De juwelen van de bruid.

Microkosmos van de schepping — Stephan van Rijt merkte op dat je de beelden van Joseph Cuypers rond de nieuwe Bavo zou kunnen beschouwen als de tegenhangers van die van Viollet-le-Duc bij de Notre Dame van Parijs. Opvallend zijn de vele monsters die als symbool van de duistere kant van de schepping inherent zijn aan het wereldbeeld dat de kerk representeert: de strijd tussen goed en kwaad, licht en donker en noem maar op, wordt juist op gewijde plaatsen op het scherp van de snede uitgevochten. Daar vindt de apocalyptische kortsluiting plaats tussen de tegenstellingen die ons als mens raken, maar ook de verzoening met het aardse onvolmaakte dat een afspiegeling van de hemelse volmaaktheid toont. Bij de nieuwe Bavo tref je op verschillende plaatsen ambivalente wezens aan die hier en daar gekoppeld zijn aan een helend element: zo staan de meest bijzondere exemplaren op de sacramentskapel, terwijl de duivel bij een van de beren rond de apsis achter de exorcist is geplaatst.

De monsters boven de sacramentskapel van de nieuwe Bavo

De wezens boven de sacramentskapel maken deel uit van de kosmische tegenstelling tussen goed en kwaad die de kathedraal als micokosmos van de schepping toont.

Waardenstelling — De voorgaande gegevens zijn ontleend aan de waardenstelling waarmee ik bezig ben ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht. De waardenstelling maakte deel uit van van het onderzoek voor mijn boek Ad orientem | Gericht op het oosten: http://bit.ly/Bavo-Ao2.

Wordt vervolgd!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!