Varia deel 1 | Van Thérèse Schwartze en de regie & in de JCC

Varia deel 1 van de JCC  — Een mens komt zoveel tegen als hij bezig is met historische stukken. Rijp, maar vooral groen passeren allerlei zaken de revue. Bij een collectie gaat het dan niet alleen om de inhoud, maar ook om de vorm. Hoe werden de stukken bewaard en waarom koos men voor bepaalde oplossingen? Was het weloverwogen of ging het om een tijdelijke oplossing? Was schaarste een drijfveer of gemakzucht? Ook dit soort dingen verdient aandacht in een E-boek over een collectie. 

In de loop van het project zullen we er een aantal van uitwerken in blogs of een webartikel. Wat je je daarbij kunt voorstellen? Ga eens kijken bij de rubriek Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Varia deel 1 – De brief van Anton van Duyl

In de Joseph Cuypers Collectie zitten niet alleen stukken van Joseph, maar ook van zijn familie, onder wie zijn vader Pierre J.H. Cuypers. Het is niet altijd duidelijk voor wie van de twee een bepaalde brief is bestemd. Dan moet je wat dieper graven en vooral niet schromen om de familie erbij te betrekken, zoals in het onderhavige geval.

Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze (1885-1909). Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.
Pierre J.H. Cuypers (I) door Thérèse Schwartze. De precieze datum is onbekend, maar wordt geplaatst tussen 1885 (opening Rijksmuseum) en 1918 (jaar voor de dood van de kunstenares). Op basis van de brief van haar echtgenoot, waaruit een amicale relatie blijkt, kan het laatste jaartal teruggebracht worden tot 1909. Herkomst en verblijfplaats Rijksmuseum.

Opnieuw gaat het om een brief die in een boek is opgeborgen. Ditmaal staat niet het boek als opslagmedium centraal, zoals hieronder bij Van Can, maar om een ingenesteld stuk dat iets vertelt over de betreffende publicatie. Het gaat om de biografie van Leo van Heemstede (pseudoniem van Leo Tepe) over Paul Alberdingk Thijm (1827-1904), uit 1909.* Paul was de jongere broer van Jozef en Nenny (Antoinette) en was als historicus gepromoveerd op een voor die tijd behoorlijk kritisch wetenschappelijk onderzoek naar Willibrordus.* In zijn biografie zit een brief aan vermoedelijk Pierre senior, gelet op de aanhef ‘Hooggeachte heer en vriend’ die een verschil in senioriteit suggereert. Het stuk is gedateerd op 15 december 1909 en gaat onder meer in op de genealogische onnauwkeurigheden in de biografie. Pierre M. Cuypers (III) was zo goed om de handtekening te ontcijferen en de scribent te identificeren. Hij schreef me het volgende:

Een aantal aanknopingspunten in de brief:

  • er wordt gerefereerd aan een verjaardag te Amsterdam kort voor 15 december (19)09:
  • ondertekenaar is: A.G.C. van Duyl senior
  • schrijver is geïnteresseerd in de familie en is inhoudelijk goed op de hoogte, want hij heeft gelijk over de onnauwkeurigheden: Johann Heinrich Alberdingk (* 14 mei 1719 in Herstelle) trouwt op 15 november 1750 in Amsterdam met Geertruy Clasen (* 6 mei 1725 in Amsterdam). Dit echtpaar zijn de overgrootouders van Joseph, Antoinette en Paul Alberdingk Thijm. Uit het eerste huwelijk van Joannes Franciscus Alberdingk met Elisabeth Reydon werden twee kinderen geboren: Catharina (1811-1831) en Theo (1813-1881). Beiden heetten dus Alberdingk, maar werden later ook tot Alberdingk Thijm hernoemd, toen JF voor de tweede maal trouwde met Catharina Thijm.*

Betreft wellicht Anton Gillis Cornelis van Duyl (1829-1918), echtgenoot van Thérèse Schwartze, die leden van de familie geschilderd had.
De verwijzing naar de verjaardag slaat waarschijnlijk op zijn 80ste verjaardag. De man was hoofdredacteur geweest van het Algemeen Handelsblad.*

En zo krijgen we steeds meer inzicht in het netwerk van de familie Cuypers. Voor een biografie – of die nu over de collectie of de persoon gaat – is dat ideaal. Van de portretten van Thérèse Schwartze bevindt zich dat van Cuypers senior in het Rijksmuseum en dat van Rosa Cuypers – uit het eerste huwelijk van Pierre (I) – in het Cuypershuis te Roermond.* Schwartze was een belangrijke society portretschilder, wat opnieuw aangeeft dat de familie Cuypers – zonder meer dankzij het huwelijk van Pierre met Nenny – zich in Amsterdam op stand bewoog.

Overigens bevindt zich in de correspondentie van Nenny Cuypers-Alberdingk Thijm een brief van Thérèse Schwartze over de portretten van Pierre J.H. en Mia Cuypers, waarin ze zich ‘onaangenaam’ bejegend verklaart. Daar komen we nog op terug (GAR JCC v.n. 85).

Varia deel 1 – De regie

In het archief gedeelte van de collectie bevindt zich van Joseph Cuypers, onder meer een ‘Biographie’, een ongedateerde typoscript van levensdata. Het laatste jaar dat ik erin vond was 1927, waarachter Joseph in potlood 1932 heeft geplaatst. Het stuk start als een egodocument met persoonlijke herinneringen, waarna een kroniek volgt. Die kroniek lijkt sterk op wat je terugvindt in verschillende herdenkingsartikelen bij gelegenheid van de 70ste verjaardag van de architect in 1931. Heeft men hem hierom gevraagd of heeft Joseph dit uit eigen beweging gedaan om de regie in de hand te houden. Dat laatste zou overeenkomen met het beeld in mijn artikel in De Spiegel van Roermond van 2017.*

Wat het des te interessanter maakt, is dat in een van die herdenkingsartikelen niet alleen Joseph, maar ook zijn vrouw Delphine lijkt te bepalen wat er gebeurt. Het betreft het themanummer in het tijdschrift Van bouwen en sieren uit 1931.* Aanvankelijk dacht ik dat Pierre (II) hier als regisseur naar voren trad, maar dat blijkt, gelet op de verschillende handschriften, zijn moeder Delphine te zijn.* Op de omslag staat in potlood: ‘Pierre Cuypers’, in haar schuins lopende handschrift. Dit komt vaker voor bij meer nummers van hetzelfde tijdschrift, die zij kennelijk verdeelde onder de kinderen. In een van de artikelen zit een strookje aantekeningen in haar handschrift met het oog op publicatie in andere bladen. Los daarvan is later nog een krantenknipsel toegevoegd over het nieuwe raadhuis te Haaksbergen d.d. 10 mei 1939, van Joseph en Pierre (II) Cuypers.* Of dit een actie is van Delphine of haar zoon, valt niet uit te maken.

Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 75ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Pierre (II) Foto bvhh.nu 2018
Pagina uit het artikel van Jan Stuyt over Joseph Cuypers bij zijn 70ste verjaardag in ‘Van bouwen en sieren’ uit 1931. Het strookje met aantekeningen links is van Delphine Cuypers-Povel. Foto bvhh.nu 2018.*

Frappant dat we hier de vrouw achter de architect tevoorschijn zien komen. Van Josephs moeder, Nenny, wisten we dat ze nauw betrokken was bij de bedrijfsvoering, maar van Delphine niet. Wie weet wat er nog meer tevoorschijn gaat komen. Los daarvan is dit een mooi thema voor het E-boek: wat vertellen de stukken over hoe en dankzij wie de architectenfamilie zich profileerde?

Varia deel 1 – Ingenestelde stukken en de oude ordening

Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.
Het boek van Matheus van Can over Alberdingk Thijm dient tevens als opslagmedium voor allerlei stukken van en over Thijm. Foto bvhh.nu 2018.

Archivarissen zijn gek op een oude ordening. Die lijkt zich onder meer voor te doen bij de publicatie van Matheus (H.L.M) van Can, J.A. Alberdingk Thijm, Zijn dichterlijke periode, proefschrift Leiden (1ste dr. Rotterdam: Vox Romana, 1936). Dit proefschrift is niet alleen een boek, maar ook een opslagmedium voor allerlei brochures en overdrukken van en artikelen over Thijm. In de inventaris beschrijf ik dit fenomeen als ingenestelde stukken. Omdat er geen brieven of andere archivalia in de strikte zin van het woord bij zitten, ligt dit probleem op het terrein van de bibliothecaris. Het exemplaar is van Joseph Cuypers, dus het ligt voor de hand om de inhoud apart als een deel van zijn bibliotheek te beschrijven. Wat denk je, geldt dat ook voor de krantenknipsels?

Varia deel 1 – Het Gildeboek

In de collectie zit een los deel van Het gildeboek, Orgaan van het St. Bernulphusgilde, uit 1948, met in potlood Charlot (Charles Cuypers). Het gildeboek blijkt in de laatste jaren van zijn bestaan uitgegeven te worden door Het Limburgsch Dagblad (Heerlen). Zegt dit wat over de invloed van het bisdom Roermond in die tijd op dit landelijke gilde? De redactie blijkt over heel Nederland verspreid te zijn en een realistische afspiegeling van clerici en leken in de kunst te bieden. Van de laatste zijn er dus meer dan van de eerste.

Dat is behoorlijk veelzeggend als je bedenkt dat het Gildeboek het tijdschrift was van het Bernulphusgilde dat in 1869 startte als educatief gezelschap voor kerkelijke kunst voor uitsluitend geestelijken.* Later in de eeuw opende het gilde zijn kringen voor leken. Tussen de clericale kopstukken treffen we al heel snel Joseph Cuypers en zijn vriend Antoon Derkinderen aan (1888).* Anno 1948 behoren tot de toonaangevende leken in de redactie onder meer de kunstcritici Pieter van der Meer de Walcheren en Jan Engelman, die ik uitvoerig behandeld heb in De genade van de steiger.*

Varia deel 1 – Opslagmedium of collectiestuk?

Een deel van het bestand aan tekeningen en foto’s van de Joseph Cuypers Collectie is opgeslagen in de omslag van september 1887 van de jaargang 1886-1887 van Documents classés de l’art dans les Pays-Bas du Xe au XVIIIe siècle, recueillis et reproduits par J.-J. Van Ysendyck.* Op zich heel interessant, omdat het vol prachtige foto’s zit van gebouwen in Vlaamse renaissance die nauwelijks verschilt van de ‘Oud-Hollandsche’ stijl, waardoor Cuypers senior zich liet inspireren voor zijn profane gebouwen. Mogelijk is dit nog gebruikt voor het Centraal Station te Amsterdam.

Wat doe je met deze vorm van hergebruik? Behandel je het item als een afzonderlijk collectiestuk? Maakte het origineel deel uit van de bibliotheek van Pierre J.H. Cuypers? En wat is er met de inhoud gebeurd?

Voor een foto van dit stuk volg deze link.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Varia deel 1 – Bronnen en wat dies meer zij

Nota bene — De * in het stuk hierboven linkt door naar de verwijzingen hieronder. De volledige titels van verkorte literatuur zijn te vinden in de Joseph Cuypers Collectie Bibliografie.

  • Voor Leo van Heemstede zie Krol, ‘Leo Tepe Van Heemstede’.
  • Zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 199-220.
  • Voor een genealogisch overzicht van Joannes Franciscus Alberdingk Thijm volg deze link.
  • Mail van Pierre M. Cuypers (III) d.d. 14 juni 2018. Voor Thérèse Schwartze zie het lemma op Wikipedia.
  • Voor een overzicht van de kinderen en de directe familie van Pierre Cuypers (I) volg deze link. Het portret van Rosa Cuypers staat op de beeldbank van het Cuypershuis. Daarnaast is er een portret van Mia Cuypers (particuliere collectie) dat het Cuypershuis bij gelegenheid van het Cuypersweekend in 2018 op Facebook heeft geplaatst.
  • Hubar, ‘De sortering van het verleden’.
  • Volledige titel: Redactie (Nic. Molenaar junior?) en Jan Stuyt. “Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar”. Van Bouwen en Sieren. Veertiendaagsch-Tijdschrift Officieel Orgaan van de groepen Bouwkunst en Beeldende Kunst der Algem. R.K. Kunstenaars-Vereeniging, 1931. GAR, Collectie Joseph Cuypers.
  • Voor de verschillende handschriften zie de brieven in de doos ‘Brieven Joseph Cuypers e.d. [onleesbaar door waterschade] + kroniek’ (fotonummer JoCuy-IMG_4376.JPG). Tijdens de inventarisatie worden deze brieven geordend naar adressant. Behalve van Pierre (II) zitten hier ook brieven tussen van Michael Cuypers die in 1920 met zijn gezin via Londen naar Amerika vertrok.
  • In het ‘Avondblad’ van een onbekende krant. Nog achterhalen via Delpher.nl.
  • Redactie e.a., ‘Themanummer Joseph Cuypers 70 jaar’.
  • Voor meer informatie zie met name Lankhorst en Timmerman (Katholiek Documentatie Centrum),  Bibliografie van katholieke Nederlandse periodieken.
  • Zie het lemma ‘St. Bernulphusgilde’ op Wikipedia.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 56.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 130-144; 144-166.
  • Zie bibliografie JCC. Voor meer informatie over Jules Jacques van Ysendyck zie het betreffende lemma op Wikipedia.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze Facebookpagina en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

Wil je het gemeentearchief van Roermond bezoeken? Dat kan door de week van maandag tot en met donderdag van 9:00 tot 17:00 uur.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2INMw9I-VanHH2Org | http://bit.ly/2INMw9I

Voor D.

Voor D.

Voor D. | Versteende bomen, Molenplas, Ohé en Laak, (bvhh.nu 2018)

Ik begroef mijn vader hoogzomer
Jij nam afscheid begin van de lente
Zomaar een tijdsbepaling
in iets wat geen tijd meer kent
Brengt het berusting, een vergeten
of juist een diepe scherpe rouw?
De eerste man in ons leven
De hand waarin die van ons verdween
de armen als een beschermende kom
Een hoofd vol weetjes en verhalen
Een omslag in de puberteit?
Schampsteen of vraagbaak?
Dialoog of woordenstrijd?
Voorwaardenscheppend voor groei
tot grootvader van onze kinderen
Een maatje, een mentor, een mens
werd zelf hulpbehoevend
Zo sleet de tijd tot dit moment
Dona eis requiem

Voor D. | Bloeiende meidoorn, Aesterbergse plas, Ohe en Laak (bvhh.nu 2018)

____________________________

Postscriptum — Je vader verliezen doe je maar een keer. Misschien dat ik daarom aan mijn vriendin D. schreef: ‘Ik was al een paar keer begonnen aan een condoleancebrief, maar alles klonk zo nietszeggend. Toen heb ik het maar op deze manier gedaan’.

‘Wat prachtig en treffend’, schreef ze terug, ‘Dank!’

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verhalen en herbestemming

Verhalen en herbestemming van historische gebouwen, wat heeft dat nu met elkaar te maken? Dat vertel ik je in dit artikel voor MMNieuws.

Wil je het on line lezen met actieve links en er met de zoektoets doorheen gaan? Volg dan deze snelkoppeling.

Schrijf verhalen | De vergeten kant van herbestemming - MMNieuws

Hoe belangrijk verhalen zijn voor het duurzaam functioneren van een kerkgebouw – al dan niet in combinatie met een liturgische functie – kun je op deze site bij de volgende projecten vinden:

  • De nieuwe Bavo te Haarlem: medegebruik door de benadrukking van de museale kwaliteit van de inrichting, de orgelconcerten en het KathedraalMuseum.
  • De Clemenskerk te Merkelbeek: herbestemming voor kleinschalige publieke bijeenkomsten en optredens.
  • De Paterskerk: herbestemming als ceremoniehuis voor DELA en evenementen voor en door derden. Dit project dreigt een karakteristiek voorbeeld te worden van hoe verhalen in de marge worden gedrongen.

B.

Verhalen en herbestemming | Heb je vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

MMNieuws is een (deels gesloten) platform voor de creatieve en culturele industrie. Met ontwikkelingen, trends, cases, interviews, blogs, vacatures, recensies, whitepapers etc etc. Doe mee en registreer of abbonneer je via deze link.

In Nederland zijn verschillende partijen en specialisten bezig met het behoud van kerken en kerkelijk erfgoed. Enkele ervan – onder wie ikzelf – vind je hieronder met hun twitteraccount:

  • @AJCvanleeuwen | Wies van Leeuwen
  • @Bern4dette | Bernadette van Hellenberg Hubar
  • @Catharijne | Catharijneconvent
  • @Cuypersgenoten | Cuypersgenootschap
  • @EMFVerheggen | Evelyne Verheggen
  • @Heemschut | Heemschut
  • @Ifthenisnow | If then is now
  • @JvanHest1 | Joost van Hest
  • @Kerkverhalen | platform van ifthenisnow.eu en VanHH.org
  • @RCE_erfgoed | De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed:
  • @Reli_erfgoed | Platform RCE Religieus Erfgoed
  • @Reliwikicontrol | Reliwiki
  • @Sander_van_Daal ‏| Sander van Daal
  • @TaskForceKerken | Taske Force kerken

Gedicht op maandag | #Gom op Twitter

De serie ‘Gedicht op maandag’ #Gom kan direct op twitter bekeken worden via deze link.

Wat ik daar nu toch mee wil, met dit soort gedichten, lees je hieronder naar aanleiding van mijn eerste bundel ‘Assez de place’ (2008).


Mijn eersteling*

Ik liep er al een hele tijd mee rond, voordat ik me waagde aan mijn eerste bundel gedichten – Assez de place pour être heureux – die ik schreef tijdens een excursie in de Picardie met het gezelschap ‘Kunst der vormen’ in 2008. De titel is ontleend aan de tekst die Marjan ons tijdens een briefing voorlas, waarin de regel voorkwam: ‘Pense qu’il faut si peu de place pour être heureux’. Wat mij betreft, was er op de plek waar we waren ‘assez de place pour être heureux’. Ik heb het als een gunst ervaren om zowel in ambiance als gezelschap zoveel inspiratie te vinden dat mijn droom werkelijkheid werd. De ‘notice explicative’ bij de gedichten ben ik gestart met een soort beginselverklaring die niets van haar kracht verloren heeft:

De gedichten zijn het resultaat van vrije associatie en zijn in de kiem vaak in enkele minuten op locatie tot stand gekomen, waarna het tijdrovende schaafwerk en het wikken en wegen van subtiele woordschakeringen volgde. Bij de opzet ervan heb ik vanwege de beoogde relatie met de ‘kunst der vormen’ geen enkele poging gedaan me los te maken van mijn discipline als kunsthistoricus. Ook al deed zich hier niet de noodzaak voor om mijn interpr taties wetenschappelijk te onderbouwen, om ze te kunnen geven – hoe verdicht ook – moest ik een beroep doen op mijn individuele schatkamer aan beelden en woorden. Daar schuilt natuurlijk ook een pracht van een paradox achter die ik graag bewaar voor een volgende keer.

Net zoals architectuur – en de kunst in het algemeen – kunnen gedichten vanuit verschillende lagen gelezen worden. Dat geldt al helemaal als er ook nog een plaatje bij zit. Het bleek een spannende worsteling te zijn om een goede onderlinge groepering te vinden tussen de twee media. Bij een gedicht op locatie zijn woord en beeld immers onverbrekelijk met elkaar verbonden. Eigenlijk gaat het om een soort stripverhaal en dan staat zo’n zin er zonder figuratieve ondergrond maar naakt bij.

Bij deze stripgedichten bestaat de eerste laag van de interpretatie uit datgene wat iedereen er zelf van maakt. En dat kan iets heel anders zijn dan ik bedoelde. Dat is niet erg. Zoals de kunstfilosoof Jacques de Visscher ooit met de nodige verve beweerde, is de bestemming van de kunst niet de maker zelf, ‘maar het publiek, en dat bijgevolg de zaak van het begrijpen van een kunstvoorwerp niet in de eerste plaats bij de maker ligt die dit dan buiten het werk om aan de toeschouwer als aangesprokene dicteert’. Kunstwerken zijn niet aansprekelijk omdat ze ‘in de particulariteit van de wereld van de maker’ gevangen zitten, maar juist omdat ze steeds weer ‘nieuwe verhalen genereren’. Het staat ieder dus vrij er van te maken wat men wil, zoals ik met mijn vrije associatie eveneens heb gedaan. Maar de meeste mensen blijken daar wel een handvat bij te kunnen gebruiken. Vandaar dat ik enige achtergrondinformatie bij de gedichten geef.

En zo ben ik dat blijven doen.

Meer weten over de gedichten die ik vanaf 2006 schreef? Volg dan deze link.

;-) B.

Omslag gedichtenbundel 'Assez de place' (2008) | Gedicht op maandag #Gom
De eerste bundel met erfgoedgedichten op locatie was ‘Assez de place’.

* Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2fEzLO1-Assez

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Hoe het begon … if then is now

Screenshot Twitteraccount @Kerkverhalen

Op 12 mei 2016 is een eerste bijeenkomst geweest in de Laurentiuskerk te Alkmaar rond het thema: De kerk in het midden. Hoe je met verhalen kerkelijk erfgoed helpt, georganiseerd door ifthenisnow.eu en vanhellenberghubar.org. Hiermee is de start gemaakt met de ontwikkeling van een virtuele community rond kerkelijk erfgoed op if then is now, met het idee om de onzichtbare musea – die kerken vaak blijken te zijn – bekend te maken bij een groot publiek. Als er één groep monumenten gebaat is bij de bevordering van erfgoedtoerisme, dan wel deze. De komende jaren zullen steeds meer kerken moeten kiezen voor integrale herbestemming of aanvullende functies, waarvoor het belangrijk is om publiek te trekken. Profileren is dus het motto.

Meer weten over wat deze dag heeft gebracht? Lees dan verder via deze link: http://bit.ly/KihM-alg (even naar beneden scrollen).

#Kerkverhalen

Naar aanleiding van de bijeenkomst in Alkmaar is op ifthenisnow.eu de rubriek #Kerkverhalen gestart. Met de hashtag#kerkverhalen krijg je via het zoekscherm een overzicht van de items die tot dusver zijn gepubliceerd. Daar zit van alles bij, dus niet alleen items die in te ontsluiten kerkgebouwen staan, maar ook algemene verhalen zoals die van André Droogers, die vol humor #kerkverhalen als antropoloog benadert.

Bij mij zitten de verhalen vol weetjes, maar dat zal mensen die al vaker iets van me hebben gelezen niet verbazen. Voor een deel staan deze webartikelen ook – aangekondigd – op deze site. De meeste items over de nieuwe Bavo in Haarlem zijn van vóór #kerkverhalen, dus die kun je eenvoudig vinden met de zoekterm ‘nieuwe Bavo’. Op dit moment hebben mijn #kerkverhalen hoofdzakelijk betrekking op het project #KunstinBreda.

Ga eens kijken, want misschien wil je hier wel aan meedoen. Als dat het geval is kun je contact opnemen met menno@ifthenisnow.eu (06-31974866) of met mij (zie de contactgegevens rechtsboven op dit scherm).

We zijn trouwens niet alleen geïnteresseerd in gloednieuwe #kerkverhalen, maar ook in stukken die (vroeger) analoog zijn gepubliceerd of op een site met een totaal andere doelgroep. Zolang de stukken actueel zijn – of wel gedateerd, maar representatief voor een bepaald tijdsbeeld – en vallen binnen de reikwijdte van kunst, cultuur en erfgoed, kunnen we je een groot lezerspotentieel bieden.

Wil je niets missen? Volg ons dan via @kerkverhalen@ifthenisnow en @Bern4dette.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2g28S6d

Koppelingen voor sociale media


Warning: require_once(D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs/wp-includes/class-wp-oembed.php): failed to open stream: No such file or directory in D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs\wp-content\plugins\embedpress\EmbedPress\Shortcode.php on line 97

Fatal error: require_once(): Failed opening required 'D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs/wp-includes/class-wp-oembed.php' (include_path='.;C:\php\pear') in D:\appdata\IIS\vhosts\vanhellenberghubar.org\httpdocs\wp-content\plugins\embedpress\EmbedPress\Shortcode.php on line 97