Driekoningenfeest boven (en beneden) de rivieren (2018) #

Ik zie ons nog gaan, verkleed als herders en drie koningen, mijn broertjes, zusjes en ik. Van deur tot deur gingen we om iets lekkers op te halen en het lied dat we het meest zongen was:

  • Driekoningen, Driekoningen, geeft mij ‘ne nieuwen hoed
    M’n oude is versleten
    M’n moeder mag ’t niet weten
    M’n vader heeft ‘t geld
    Al op de toonbank neer geteld.

En ‘s avonds was het genieten van iets lekkers, waarin mijn moeder een boon had verstopt. Als je die tegenkwam was het helemaal feest, wat dan werd je met een papieren kroon tot koning uitgeroepen. Wat een opwinding was dat!*

Wie dit leest weet onmiddellijk dat ik van beneden de rivieren kom en dat klopt. Deze Brabantse traditie is zo uitzonderlijk dat ze op de ‘Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed’ is geplaatst en – als gevolg daarvan – op de ‘UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed’.* Die erkenning is terecht, zeker als je bedenkt dat dit feest vroeger ook boven de rivieren werd gevierd. Daar kwam ik achter door het onderzoek naar de nieuwe Bavo. Niet doordat de wijzen uit het oosten tot tweemaal toe in de kathedraal zijn afgebeeld – in het prachtige altaarretabel van Mari Andriessen (1929-1930) en de kleurrijke glazen van Han Bijvoet (1951) – maar dankzij weekblad Sint Bavo.*

De geschiedenis herhaalt zich; want net zoals nu in Haarlem een magazine circuleert voor de fondsenwerving ten behoeve van de restauratie – ‘Bavo in de steigers’ – werd in 1898 een tijdschrift opgericht om geld bij elkaar te sprokkelen voor de volgende bouwfasen van de kerk: godsdienstig weekblad Sint Bavo. De bisschop zou de bisschop niet zijn geweest als hij dat medium niet meteen gebruikte als spreekbuis voor zijn beleid. En tot dat beleid hoorde ook het vertrouwd maken van de gelovigen met aloude gebruiken uit de tijd van voor de reformatie. In mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem vertel ik wat meer over dit aspect van de zorg voor de kudde.* De geschiedenis werd aan de ene kant ingezet om de vaderlandse origine van het Nederlandse katholicisme tegenover de rest van het land te positioneren. Een groot deel van de natie was er namelijk van overtuigd dat een katholiek geen goed Nederlander kon zijn, omdat uiteindelijk toch de paus het voor het zeggen had. Aan de andere kant concentreerde de kerk zich op het eigen verleden om een wij-gevoel te kweken en gevoel van eigenwaarde onder de katholieken. Dat was wel nodig na eeuwenlang als tweederangsburgers te zijn behandeld. Vandaar de rubriek die E.H. Rijkenberg, hoogleraar aan het grootseminarie Warmond, opzette over ‘de volksgebruiken van onze Katholieke voorvaderen, hier in dit bisdom’.*

Rijkenberg begon met het feest van Driekoningen, waarvoor hij het naslagwerk Volksvermaken van Jan ter Gouw heeft gebruikt. Hieruit blijkt dat Driekoningen in vroegere tijden veel weg had van Sinterklaas: het was een dag om gul te geven, zodat ook berooide mensen zich konden vermaken. Arme kloosters kregen wijn van de stadsbesturen en de rijke kloosters ‘gaven „den armen luden” brood en bier tot „hun Coninxfeeste”’. Kinderen kregen die dag vrij en ook zij ontvingen ‘coninxgelt’ om Driekoningen te kunnen vieren. In dit verband noemt Rijkenberg herkenbaar genoeg het kinderliedje over de hoed hierboven, dat dus niet alleen in het Brabantse bekend was. Dat geldt niet minder voor de uitverkiezing van de koning door middel van de ‘coninckx-bone’ die in een taart of brood verstopt werd. Ook dat was overigens iets wat bij ons thuis nog werd gedaan. Het was, zoals Rijkenberg benadrukt, op dit soort dagen bij ‘onze voorvaderen gewoonte een gezelligen maaltijd te houden’. Ter illustratie verwijst hij naar een van Jan Steens Driekoningentaferelen.*

Jan Steen, Driekoningenfeest, Wikimedia (Museum of Fine Arts, Boston)
Jan Steen, Driekoningenfeest met de koningsboon, kaarsjesspringen en sterdraaien (1662). Boston Museum of Fine Arts. Foto Wikimedia.

Rijkenberg laat niet alleen de gedrukte bronnen aan het woord, maar heeft zich ook geconcentreerd op de oral history van het bisdom. Zo vermeldt hij een lied, opgetekend uit de mond van ‘„den ouden Gerrit” te Noordwykerhout […] in het jaar 1893 onder het draaien van een mooie groote Driekoningenster gezongen’. Het gaat daarbij om het gebruik dat we hierboven zo mooi uitgebeeld zien in de voorstellingen van Cornelis Troost en Bernard Picart: ‘Drie personen: twee blanken en een zwarte, stelden de drie koningen voor. De zwarte, die in het midden loopt, draagt een standaard, waarop een draaiende papieren ster met een brandende kaars daarachter is bevestigd’. Meestal waren deze sterren gemaakt van perkament. Sommige ervan waren zo uitgewerkt dat er hele taferelen in waren opgenomen die via een ingenieus draaisysteem naar voren kwamen op het moment dat de betreffende scene in het lied aan de orde was. Het belangrijkste lied dat daarbij gezongen werd, begint als volgt:

  • Wij komen getreden met onze sterre;
    Lauwerier de Gransio,
    Wij zoeken Heer Jesus, wy hadden Hem gerre;
    Lauwerier de knier,
    Wij kwamen al voor Herodes z’n deur
    Lauwerier de Gransio.

En zo gaat het nog een stuk of vijf coupletten verder.*

Dat de reformatie een einde heeft gemaakt aan dit volksfeest staat wel vast. Maar dat betekent niet dat het helemaal uit het zicht verdween. Tot ver in de zeventiende eeuw werd het zelfs nog door gereformeerden in huiselijke kring gevierd. En het rondtrekken met de ster hield – zoals ook Rijkenberg aangeeft – stand tot laat in de negentiende eeuw. Of dit sensibiliseren ertoe geleid heeft dat Driekoningen rond 1900 echt is gaan leven in het bisdom Haarlen, is zeer de vraag. Als we afgaan op weekblad Sint Bavo, wordt alleen in 1899 gewag gemaakt van een kinderfeest in Haasveld en daarna blijft het opvallend stil.* Maar dat is eigen aan het registreren en beschermen van historische fenomenen: dat gebeurt vrijwel steeds op een moment dat de bewuste traditie zelf niet langer levenskrachtig genoeg is om het vol te houden. Paradoxaal genoeg wijst ook de plaatsing van het Driekoningenzingen op de lijst van het nationale immateriële erfgoed daarop. Mogelijk heeft dat in dit geval tevens te maken met het feit dat het verkleden en rondtrekken al voldoende beleefd kan worden tijdens Carnaval en het geven en ontvangen centraal staat met Sinterklaas. Toch kan niet ontkend worden dat zich de laatste jaren een opleving voordoet die top down gestimuleerd wordt.

Ken jij een vergelijkbaar feest dat onder druk staat?

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  1. Als kind heb ik tussen 1963 en 1986 deelgenomen aan het Driekoningenzingen in Tilburg, waar ik van 1960 tot ik ging studeren in 1974 heb gewoond.
  2. Zie de volgende artikelen:
    • Jager, Jef de. “driekoningen rituelen en tradities”. Rituelen & Tradities, t.p.q. 2012. http://bit.ly/2F2FUit-Driekoningen.
    • “Driekoningenzingen in Midden-Brabant”. Immaterieel Erfgoed, 2012. http://bit.ly/2F81Mc7-Driekoningen.
    • Cultureel Brabant. “Driekoningenzingen”. Cubra.nl, 12 december 2012. http://bit.ly/2F1QFRX-Driekoningen.
    • Driekoningen Werkgroep. “Driekoningen zingen in Tilburg”. Erfgoed Tilburg, 1 december 2017. http://bit.ly/2F55Hql-Driekoningen.
  3. Rijkenberg, E.H. “Volksgebruiken uit den Roomschen tijd”. Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898): 28–30. http://bit.ly/2Efh3H1-Driekoningen
  4. Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 60, 71-87.
  5. Zie de noten 3 en 4 hiervoor.
  6. Zie noot 3. Het plaatsje Haasveld dat in weekblad Sint Bavo van 1899 wordt genoemd, heb ik niet kunnen localiseren. Mogelijk was het een buurtschap. Mocht iemand dat weten, dan heel graag een reactie geven onder dit artikel.
  7. Lees ook mijn andere artikel over Driekoningen en de nieuwe Bavo: over het wapen van bisschop Bottemanne en de eerste bedevaart naar het heilige Land. Volg daarvoor deze link.

Beeldmateriaal in de diapresentatie

  1. Cornelis Troost, Driekoningen, 1750, Teylersmuseum Haarlem. Met dank aan Teylersmuseum dat de foto ter beschikking stelde.
  2. Bernard Picart, Het Hollandse gebruik van zingen met de ster langs de deuren met Driekoningen te Amsterdam, 1732. Rijksmuseum: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.482491
  3. Jan Steen, Driekoningenfeest met de koningsboon, kaarsjesspringen en sterdraaien (1662). Boston Museum of Fine Arts. Foto Wikimedia.
  4. In de Kerstkapel van de nieuwe Bavo zijn de Driekoningen zowel te zien in het raam van Han Bijvoet als in het altaar van Mari Andriessen. Rechtsonder een detail met het retabel van het altaar. Met dank aan het heilig Kerstmisgilde voor het ter beschikking stellen van de foto.
  5. Omslag van het weekblad Sint Bavo, waarin vanaf 1898 ook aandacht werd besteed aan oude katholieke volksgebruiken in het bisdom Haarlem. Foto bvhh.nu 2016.
  6. Screenshot van de site van immaterieel erfgoed in Nederland (bvhh.nu 2016). De foto blijkt – na raadpleging begin 2018 – vervangen te zijn. Zie “Driekoningenzingen in Midden-Brabant”. Immaterieel Erfgoed, 2012. http://bit.ly/2F81Mc7-Driekoningen.

Op alle foto’s berust auteursrecht, met uitzondering van de nummers 2 en 3 en de twee laatste. Nummer 2 hoort tot het ‘Public domain’; nummers 3 en 5 vallen onder de ‘Creative Commons’ licentie: http://bit.ly/2F5Yje8-CC-BY-NC-SA-4-0; nummer 6 is als screenshot rechtenvrij.

Bestel het boek over de nieuwe Bavo!

Nieuwsgierig naar meer verhalen over de kathedraal van Haarlem? Bestel dan het boek dat in september 2016 is verschenen via http://bit.ly/Bavo-Ao of http://bit.ly/WBOOKS-nBavo.

Het boek over de nieuwe Bavo!

‘Ad orientem’ of ‘Gericht op het oosten’ slaat op de ligging van de nieuwe Bavo, waardoor de oostkant op de meeste dagen van het jaar beschenen wordt door de roodkleurige ochtendzon, zoals hier. Ontwerp omslag Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015: http://bit.ly/WBOOKS-nBavo.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt in de versie, waarin het in 2016 verscheen op if then is now, deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2AxOaGp-VanHH2Org

Zalig Kerstfeest allemaal!

Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is (circa 1895)
Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is en herders en wijzen hem kwamen bezoeken. Uit het artikel van pastoor A.H.W. Kaag over de eerste Nederlandse bedevaart naar Palestina in 1895 (Weekblad Sint Bavo, 1898).

Voor mijn digitale vrienden schreef ik een brief om samen met hen het jaar door te lopen. Ik sluit af met een muzikale tip om in de sfeer te komen …

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Sint Jozef op 19 maart

Sint Jozef — Dit verhaal schreef ik in 2016 voor mijn vader, Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar (1916-1996), die dat jaar op Sint Jozefdag 100 zou zijn geworden!


In de Jozefkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem.
Het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2008.

Vandaag is het sint Jozef, of zoals we in het zuiden zeggen, sint Joep. Voor mij een heiligendag om nooit te vergeten, want het is de geboortedag van mijn vader. Stel dat we nu een eeuw terug zouden kunnen kijken, dan hadden we misschien niet alleen bij mijn grootouders de vlag uit zien hangen, maar in Haarlem horen vertellen dat de architect van de nieuwe Bavo zijn naamdag vierde. Wie weet was Joseph Cuypers die dag toevallig in de kathedraal en heeft hij een kaarsje opgestoken bij het altaar in de Jozefkapel, dat hij zelf ontworpen had.

De historische Jozef — Wie was Jozef nu eigenlijk en wat weten we van hem. Als we afgaan op de bronnen valt dat behoorlijk tegen. Een boeiend verhaal kwam ik tegen op de site van J.P. van de Giessen – Aantekeningen bij de Bijbel – die zich afvroeg welk beroep Christus had:

  • ‘Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons’ Marcus 6:3 (NBV) In bovengenoemde tekst wordt gesteld dat Jezus timmerman is, in Mattheus 13:55 wordt gesteld dat hij de zoon van de timmerman Jozef is. Gezien de leeftijd van Jezus toen Hij ging optreden, namelijk ~30 jaar, is het zeer goed mogelijk dat hij enkele jaren samen met Jozef heeft gewerkt als timmerman. De vraag die ik me stelde is wat betekent het Griekse woord tektōn wat in alle vertalingen met ‘timmerman’ wordt vertaald. Volgens de verschillende woordenboeken is het iemand die werkt met hout of steen, in tweede instantie wordt aangegeven een handwerker (als tegenpool van een metaalbewerker of smid). Het is iemand die huizen bouwt of construeert, waarbij wij in het laatste geval zouden zeggen een architect.’*

Timmerman of architect? Ambachtsman of denker? Het is interessant om te zien wat de geschiedenis ervan heeft gemaakt.

Zou je dat willen weten? Lees dan hieronder verder en laat je verrassen!

De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2016.
De bruiloft van Maria en Jozef op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2015.

Legenda aurea — Vergeleken met andere heiligen, komt de verering van Jozef relatief laat op gang. Tot ver in de middeleeuwen verschijnt hij vaak als een wat anekdotische oude man bij kerstscènes. Maar dat is slechts één beeldtraditie, want vanaf het verschijnen van de Legenda aurea tegen het einde van de dertiende eeuw, komt de bruidegom van Maria meer in het licht te staan. Door toedoen van bisschop van Genua, Jacopo da Voragine, werden de tot dusver bekende heiligenlevens in deze Gouden legenden – al dan niet opgesierd – gebundeld. Het idee was om een naslagwerk te produceren met bruikbaar materiaal voor preken. Door het grote succes verschenen al snel over heel West-Europa vertalingen, ook in Nederland. Het geeft maar aan dat de markt behoefte had aan een meer gedetailleerd beeld van deze idolen van de katholieke kerk. Zo raakten scènes populair als de bruiloft van Jozef en Maria, die we ook in het Jozefaltaar van de nieuwe Bavo tegenkomen.*


Charles Vos, Theresa van Avila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Charles Vos, Theresa van Àvila, pijlerbeeld bij de Barbarakapel aan de zuidelijke zijbeuk in de nieuwe Bavo. Foto RCE beeldbank/Margaretha Svensson 2013.

Theresa van Àvila — De verering van Jozef kreeg een krachtige impuls door de inzet van Theresa van Àvila (1515-1582), een van de stuwende krachten tijdens de contrareformatie. Dankzij Jozefs tussenkomst – zo vertelde ze later – ontwaakte ze uit een coma dat drie jaar had geduurd. Theresa was wat je noemt een vrouw met drive, en wat voor een drive. Tijdens haar leven reorganiseerde en stichtte zij verschillende kloosters, waarvan ze er een onder de bescherming van Jozef plaatste. Ze was niet alleen beroemd vanwege haar organisatievermogen, maar vooral om haar mystieke geschriften. Zo wordt ze in de nieuwe Bavo afgebeeld door Charles Vos (1952-1953). Net als bij Augustinus wordt haar hart doorboord met een pijl, hier als teken van de consumptie van het mystieke huwelijk met God als hemelse bruidegom. Bij haar oor bevindt zich de heilige Geest als duif die haar liefdesgezangen influisterde en haar zo inspireerde tot het schrijven van een eigen Hooglied, dat ze in haar hand houdt. Vergelijkbaar met het oudtestamentische bruidspaar in dit Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon)*, viert zij haar extatische eenwording met haar goddelijke bruidegom. Dankzij deze mystica die aan de ene kant voor contemplatie en meditatie koos en aan de andere kant zeer krachtdadig was, promoveerde Jozef tijdens de contrareformatie tot een heilige met persoonlijkheid. Dat bleek de opmaat voor de negentiende eeuw, toen hij klaargestoomd werd voor het grote publiek.


Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Jozef als beschermvorst van de kerk, centraal op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.

Patroon van de kerk — De verering van Jozef was niet meer te stuiten, toen paus Pius IX hem in 1877 uitgeroepen had tot beschermer van de R.K. Kerk. Hoger kon je als heilige nauwelijks stijgen, want als patroon van de kerk stond Jozef zelfs boven Petrus, de eerste paus. Vandaar dat hij op het altaar in de nieuwe Bavo wordt weergegeven als een vorst met in de ene hand de bloeiende tak als symbool van de zuiverheid (ook uit de Legenda aurea) en in de andere hand een boek.*

De kerk had eeuwen ervaring in het promoten van heiligen en men deed dat op een manier waarop menige marketeer vandaag de dag jaloers zou zijn. Rome probeerde in te spelen op wat men meende dat de achterban nodig had. In de eeuw van het opkomende socialisme, de maatschappelijke onzekerheid als gevolg van de op scherp gezette gezagsverhoudingen en een groeiende verpaupering, waar de traditionele armenzorg geen antwoord meer op had, was dat Jozef: hij was de archetypische vaderfiguur die als summum van betrouwbaarheid gold omdat hij Jezus had opgevoed. Omdat hij ondanks deze vooraanstaande taak eenvoudig was gebleven, konden grote groepen gelovigen zich goed met hem identificeren. De boodschap was dat eenvoud, trouw en bescheidenheid niettemin tot een hoge positie konden leiden en dus het navolgen waard waren. De timmerman Jozef werd van meet af aan ingezet om de werkbijen onder het kerkvolk aan de kerk te binden en op die manier een tegenwicht te bieden aan moderne stromingen die het heil buiten de kerk zochten. Erger nog, die een paradijs op aarde verkondigden, zonder verlossing van de ziel of koppeling aan Gods rijk in het hiernamaals. In dit opzicht vond de kerk het liberalisme net zo bedreigend als het socialisme.

Tegenwicht in de sociale kwestie — Dit betekende niet dat de kerk, zoals wel wordt gesuggereerd, met de rug naar de maatschappelijke noden stond. Toen men zich eenmaal realiseerde dat de traditionele armenzorg niet langer voldeed, werd de ontwikkeling van een eigen sociaal beleid ter hand genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de latere bisschop van Haarlem, J.D.J. Aengenent die zich hier vanaf 1898 mee bezighield en een belangrijke speler op nationaal niveau was.* De functie die Jozef als rolmodel toebedeeld had gekregen, bleek moeiteloos in deze transitie op te gaan. Hij bleef het tegenwicht tegen het niet-kerkelijke socialisme: hij getuigde hoe eenvoud en grootsheid samengingen door simpelweg zijn bijrol als voedstervader – degene die Christus opvoedde – te accepteren. Hij stelde een voorbeeld door de hem door God toegewezen taak eerlijk, maar zonder valse ambities of borstklopperij uit te voeren. In die eenvoud werd de brug naar het volk geslagen door hem als een nederige timmerman te profileren. Vader, werkman, echtgenoot, maar niettemin beschermvorst van de kerk. Hoe veel dichter bij huis kon je het hebben? Deze opgang benadrukte nog maar eens dat de eersten de laatsten zouden zijn, zoals Christus zijn leerlingen voorhield, en de laatsten de eersten.*


De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909)
De heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven (1909): vader, werkman, echtgenoot!

Icoon — Hoe pakte dat nu uit in de praktijk van de kunstproductie? Omdat, zoals gezegd, over het optreden van Jozef nauwelijks authentieke bronnen bekend waren, werd het plaatje geleidelijk aan zelf tot in detail ingevuld. Het doet denken aan de fanfictions vandaag de dag: hordes fans storten zich als ware scriptschrijvers op populaire series om daar extra episodes voor te bedenken. De voorstelling van de heilige Familie op het Jozefaltaar van de gebroeders Custers in de Paterskerk in Eindhoven is hier een goed voorbeeld van.* Op gezag van Rome werd een quasi-fictief plot uitgewerkt volgens de regels van de historieschilderkunst, waarin waarheid en verbeelding tot een verhaal werden gecombineerd: Jozef wàs een timmerman, althans ‘tektōn’ (bouwer, maker, schepper, et cetera), hij wàs met Maria getrouwd en wàs de pleeg- of voedstervader van Jezus, haar kind. Dit zijn de onomstotelijke historische ingrediënten die men combineerde in een imaginair tafereel, waarbij de geschiedkundige werkelijkheid verbeterd werd door het kind als helper van zijn vader voor te stellen en Maria met spinrokken in de hand af te beelden. Zoals de schildering van Gebhard Fugel in weekblad Sint Bavo van 1900 laat zien, werd dit thema in allerlei  variaties getoond.* De moraliserende boodschap is die van het gehoorzame, behulpzame kind en het eenvoudige, nijvere gezin dat de hoeksteen was van de katholieke samenleving.

Het geeft te denken. Je kunt er niet om heen om je af te vragen hoe het verhaal zou zijn afgelopen als tektōn als architect was vertaald. Dan had de bouwmeester van de nieuwe Bavo nog dichter bij zijn patroonheilige gestaan.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto Stephan van Rijt 2014.
Het ‘zalige’ sterfbed van Jozef te midden van zijn gezin. Zoals weekblad ‘Sint Bavo’ uitlegt: ‘De H. Josef wordt vereerd als de Patroon der kerk, van het Vaderland, van het christelijk huisgezin en van een zaligen dood’.* Rechterpaneel op het altaar in de Jozefkapel, ontworpen door Joseph Cuypers en uitgevoerd door Johannes Maas (1896-circa 1898). Foto bvhh.nu 2016.

Meer informatie & bestelgegevens van Ad orientem

Met dank aan Stephan van Rijt voor de foto’s en de plezierige samenwerking.

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen die hieronder staan vermeld.

  • Giessen, P.J. van der, ‘Welk beroep had Jezus’, op: http://bit.ly/1ihkyyl, verwijst naar Mattheüs 13:55 en Markus 6:3.
  • Voor de Legenda aurea zie Wikipedia.
  • Voor Theresa van Àvila zie heiligen.net en Wikipedia.
  • Voor het Canticum canticorum Salomonis (Lied der liederen van Salomon), zie Hubar, De genade van de steiger, p. 414. → bibliografie. Ook te vinden op deze site: http://bit.ly/VHH-Jonas1.
  • Hubar, De genade van de steiger, pp. 197-198. → bibliografie.
  • Vergelijk de definitie van marketing op Wikipedia.
  • Voor de kerk en het anti-modernisme zie onder meer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Pius_IX. Voorts het bijzondere artikel van Salemink, ‘Liberale waan’ (2002). Een beeld van de weerzin van de kerk tegen – een overdreven – individualisme, dat geassocieerd werd met romantiek en pantheïsme, is ook te vinden in: Hubar, ‘“Eerdienst en kunst op het naauwst vereenigd”’, pp. 151-176. → bibliografie
  • Voor de iconografische details van Jozef zie: Timmers,  Symboliek en iconographie, pp. 185-186; 501. Voorts: Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 120-121. → bibliografie.
  • Voets, B., ‘Aengenent, Johannes Dominicus Josephus (1873-1935)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RqGPgl (1985; 2013).
  • Zowel te vinden in Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 als Lucas 13, 30, op onder meer willibrordbijbel.nl.
  • Hubar, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, 17, 46, 50, 53, 58-59, 63. → bibliografie.
  • Voor spinrokken zie Wikipedia.
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 5 (1900), p. 280.
    Gebhard Fugel H. Familie Weekblad Sint Bavo 1900
  • Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 3 (1898), p. 168.
  • Meer weten over het beeldprogramma van de nieuwe Bavo? Bestel dan mijn boek: Bernadette van Hellenberg Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting surf naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

Om mijn boek over de kathedraal te bestellen, klik je op deze link: http://bit.ly/Bavo-Ao.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is verkort gepubliceerd op de Facebookpagina van de kathedraal, 19 maart 2016 en op ithenisnow.eu op 19 maart 2018. Verkorte link van deze blog: http://bit.ly/VHH-Jozef

Een ster en een kroon ¨

Dit is een doorverwijspagina naar Een ster en een kroon (2016).

Doorverwijspagina collectie webpagina's. Woordwolk bvhh.nu 2018.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


De Kerstkapel van de nieuwe Bavo

Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, De Kerstkapel in de nieuwe Bavo, voorheen heilige Familiekapel (1896).* Foto BvHH 2014.

Tijdens het onderzoek voor de nieuwe publicatie over de kathedraal ben ik heel wat verrassende dingen tegen gekomen, zoals dit katern in goudopdruk dat zo van de drukker lijkt te komen. Het gaat om een nummer van het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin van 1896. Bij nader inzien blijkt het de jubileumuitgave te zijn bij gelegenheid van het gouden priesterfeest van bisschop Caspar Bottemanne (1823-1903). Op zich is dat al interessant, maar wat het nog mooier maakt is de artist’s impression van de Kerstkapel, die ondertekend is met ‘Jos. Cuypers inv.’ en ‘Jan Stuyt, del’. De afkortingen verwijzen naar termen uit de grafische kunst, waarbij inv. staat voor invenit (ontwierp het) en del. voor delineavit (tekende het).* Oftewel, Joseph Cuypers ontwierp de kapel en Jan Stuyt die als opzichter of uitvoerder bij de eerste bouwfase betrokken was (1893-1898), maakte de tekening. Hij heeft overigens meer van dit soort impressies gemaakt. Opvallend genoeg zie je op zijn voorstelling geen banken staan. Mensen dwalen in stille devotie door de ruimte, vergezeld door een enkele priester. Eigenlijk krijg je hier een beeld dat voor de contrareformatie in alle kerken was te zien: een ruimte gevuld met altaren, maar zonder banken voor het kerkvolk. Je kunt je afvragen of dit ook het ideaal was van de programmamaker van de kathedraal, A.J. Callier die Bottemanne in 1903 opvolgde.

De kapel was oorspronkelijk gesticht voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie die het genoemde zondagsblad uitgaf. Bisschop Bottemanne zette de broederschap in als een van zijn sociale instrumenten: de organisatie was namelijk opgericht als wapen tegen de ontkerstening, die in de loop van de negentiende eeuw alleen maar toe dreigde te nemen onder druk van het opkomende socialisme. Zolang men zich in het gezin – hoeksteen van de maatschappij – concentreerde op het katholiek leven, de vervulling van de godsdienstplicht en de devoties, verminderde de kans op afvalligheid. Bij dit katholiek leven hoorden ook zaken als het berusten in het lot, zoals vanaf 1898 met grote regelmaat staat te lezen in godsdienstig weekblad Sint Bavo. Het zou al te gemakkelijk zijn om dit uit de context van de tijd te trekken. Sinds het pontificaat van Leo XIII was de kerk namelijk oprecht bezig om een sociaal beleid te ontwikkelen, maar de manier waarop bleek ver achter de realiteit aan te sjokken. Pas onder bisschop Aengenent, de opvolger van Callier, zou dit serieus van de grond komen.

Je zou verwachten dat de heilige Familiekapel in de jaren zestig werd omgedoopt tot Kerstkapel, toen de algehele teloorgang van kerkelijke devoties ook de betreffende aartsbroederschap raakte. Maar dat klopt niet. Het van oorsprong middeleeuwse heilig Kerstmisgilde kreeg nog voor de oorlog, in 1925, toestemming om deze ruimte te gebruiken en verder in te richten. De brochure op de website van het gilde vermeldt dat hierdoor de naam Kerstkapel inburgerde:

Vanaf dat moment is de kapel dankzij het gilde volledig ingericht op een wijze, zoals die voor alle (straal)kapellen bedoeld was. Mari Andriessen ontwierp het altaar, dat in 1929 werd gerealiseerd, tezamen met de daarboven als retabel geplaatste kerstscènes, Han Bijvoet maakte de ontwerpen voor de vier kroonluchters (1948) die in de loop der jaren werden uitgevoerd door de Haarlemse edelsmid Theodoor Thijssen. Datzelfde geldt voor de door Bijvoet ontworpen glas-in-loodramen en zijn evenals de kroonluchters verspreid over de jaren 1932-1957 geplaatst. In 1936 ontwierp architect B.J.J.M. Stevens de communiebank en de hardstenen vloer (1937). De bestuursbank voor het gilde werd in 1959 door beeldhouwer A.P. Termote ontworpen terwijl Bijvoet in die tijd de muurschilderingen boven de glas-in-loodramen verzorgde, evenals de wandschildering van David boven de deur, die toegang geeft tot de tribune van het transeptorgel (1965).*

De Kerstkapel vormt dan ook een prachtig ensemble van architectuur en toegepaste kunsten: een gesamtkunstwerk*, zoals dat in vakliteratuur wordt genoemd.

Kalligrafie zuiver hart Kerstkapel nBavo
Joseph Cuypers, Pijler met de kalligrafie ‘Mundi corde Deum videbunt’ (De zuiveren van hart zullen God zien). Foto www.heiligkerstmisgilde.eu.*

Waar ik tot slot nog de aandacht op wil vestigen?

Op de fraaie terracotta’s van Joseph Cuypers tegen de pijlers, ook omdat hierin de oorspronkelijke boodschap staat te lezen: Mundi corde Deum videbunt (De zuiveren van hart zullen God zien) en Deus humilibus dat gratiam (God geeft aan de nederigen zijn genade). Hoewel de aartsbroederschap dit moraliserend bedoelde om de gelovigen deugden als kuisheid en nederigheid in te prenten, gaat de strekking daar ver overheen.*

Zo begon het immers ooit, daar in Bethlehem met de herders die het kind kwamen begroeten, in alle eenvoud en onbevangen.

Een zalig kerstfeest voor iedereen!

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Benieuwd naar de Kerstkapel en de nieuwe Bavo? Dat komt mooi uit, want de kathedraal is ook tijdens de kerstvakantie geopend. Volg deze link voor de openingstijden.

De * in de tekst staat voor de volgende informatie:

  • Het katern met de tekening in de kop van het artikel is afkomstig van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.
  • Voor de grafische terminologie zie de site van de kunstbus.
  • Voor de Aartsbroederschap van de Heilige Familie zie de site Warsage en die van het Meertensinstituut/KNAW.
  • De brochure Een moderne kapel kan gedownload worden via www.heiligkerstmisgilde.eu. Ook de foto van de terracotta kalligrafie komt van deze site en kan daar gedownload worden.
  • Het begrip Gesamtkunstwerk komt van de componist Richard Wagner, voor wie het om een samenspel ging van muziek, toneel, architectuur en toegepaste kunsten. Het begrip is in Nederland zodanig ingeburgerd dat het met een kleine letter geschreven wordt.
  • Voor de tekst en de oorspronkelijke boodschap zie J.S., ‘Kathedrale kerk van St. Bavo te Haarlem, Heilige Familiekapel’, in Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin 32 (1896), nr 33 d.d. 16 augustus, p. 264. Dit is gelijkluidend met Marie A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898, p. 79.
  • Voor de opzet van het beeldprogramma zie: Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Om het boek te bestellen volg je deze link.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.