Winnaar inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg

Winnaar inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg — De afgelopen maanden heb ik verschillende keren op deze site aandacht gevraagd voor de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Eerst om mensen uit te nodigen om kandidaten aan te dragen en vervolgens om het publiek op te roepen om te gaan stemmen op één van de twaalf genomineerden. Zelf heb ik geen stem uitgebracht, omdat ik in de jury zat.* En ik kan je vertellen, het was heel spannend, ook al was in een vroeg stadium al duidelijk wie zich in de voorhoede bevond. Inderdaad … de winnaar!

Kasteel Borgharen – met kartrekker Ronny Bessems, zijn vrouw Amal en de vele vrijwilligers die zich voor dit rijksmonument inzetten – heeft de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg gewonnen.* In het stukje hieronder, dat op Facebook stond, lees je waarom. Vervolgens passeert nog een aantal items de revue die de sfeer van dit project aardig weergeven.

En zo zijn er nog heel wat meer berichten op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram!

Naschrift item winnaar inspiratieprijs 2018

Hoe ik terugkijk op de non-profitwerkzaamheden voor deze prijsvraag? Op zich positief, maar het heeft wel veel meer tijd gevergd, dan ik van tevoren had ingeschat. Dat komt omdat de zorg voor de sociale media onverwacht bij mij terecht kwam. Waarom dat gebeurde, tja … er viel een gat. Intussen waren ook voorzitter Kiki van Aubel en jurylid Edmond Staal druk in de weer. En het resultaat was er naar … Wat zou ik graag een opdracht krijgen om dit project te evalueren. Het zou mooi zijn als dat er nog een keer van kwam. Vooral vanuit het thema sociale media en erfgoed kun je hier heel veel van leren! Hoe dan ook, dit is zeker de plek om if then is now te bedanken. Mijn collega monumentenexpert in de jury, Theo Oberndorff van Huis voor de Kunsten en ik hadden namelijk korte stukjes geschreven over de 12 genomineerden die centraal gepubliceerd zouden worden. Maar helaas kwam iets/iemand/een ding/organisatie/entiteit zijn of haar afspraak niet na en daar zaten we dan …

Hadden we toen geweten dat Dagblad De Limburger zoveel publiciteit zou geven aan de prijsvraag – applaus voor De Limburger! – dan hadden we het hierbij misschien kunnen laten.* Maar dat was niet te voorzien. Daarom is het des te fijner dat if then is now bereid was om de teksten te plaatsen. Die hobbel genomen, moesten Theo en ik het beeldmateriaal nog regelen. Gelukkig zijn de genomineerden niet bepaald scheutig geweest met het verschaffen daarvan; en wat hebben we weer kunnen profiteren van de beeldbank van de RCE.* Neem eens een kijkje op if then is now, waar de volgende items staan:

Het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg hoopt dat de inspiratieprijs leidt tot meer belangstelling voor monumenten in de provincie en dat die aandacht zich vertaalt in speciale aanvragen bij het fonds. Daar sluit ik me graag bij aan.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende informatie:

  • De jury van de Inspiratieprijs voor 2018 bestond uit leden van het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg (Kiki van Aubel, Edmond Staal en Jackie Smeets), aangevuld met externe deelnemers, waaronder de twee monumentendeskundigen. Dit jaar zijn dat: Chequita Nahar, Theo Oberndorff (coördinator Cultureel erfgoed bij Huis voor de Kunsten in Limburg) en Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • Zie het item op de site van het landelijke PBCF waar je tevens kunt zien hoe weinig publiciteit aan deze prijs is gegeven.
  • De volledige serie in Dagblad De Limburger is begonnen met het eerste kwartet d.d. 7/9/18: http://bit.ly/2x181uX-PBCFLimburg (Sphinxcomplex, Oud-Lemiers, Kasteel Borgharen, Fatima Huis en Franciscus Huis). Het tweede kwartet volgde 15/9/18: http://bit.ly/2xePify-PBCFLimburg (Hompesche molen, Clemensdomein, Hoogcruts, Schat van Simpelveld) en het derde kwartet 21/9/18: http://bit.ly/2DjxC91-PBCFLimburg (Cuypershuis, puddingfabriek, kasteelruïne Montfort, Miljoenenlijn).
  • Surf daarvoor naar http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2yVQC8U-PBCFLimburg

Unieke hashtag: #winnaar_inspiratieprijs_PBCFLimburg

De link naar de verzamelpagina van dit project volgt.

Druiven plukken op Roozendael

Deze diashow vereist JavaScript.

De stilte bestond uit zonlicht

Uit de wind die in de ranken draalde

Tegen een achtergrond van landbouwruis

En het zachte timbre van stemmen

De schreeuw van de buizerds in de lucht

begeleidt pirouettes boven de wijngaard.

Staccato geklik van de snoeischaar

gevolgd door de geluidloze plof

van trossen als kolven

’n palet van véle tinten blauw en groen

tot berstens toe ontploft

zoet fruit in je mond

papillair verrast … onstilbaar genot

Oogsttijd op Roozendael

Druiven plukken op landgoed Roozendael in Reuver. Foto Marij Coenen 2018.


Druiven plukken op Roozendael

Welk Roozendael zullen kenners als eerste vragen? Want er zijn wel heel veel Rozendalen in allerlei schrijf varianten in Nederland. Dit Roozendael is een landgoed in Reuver (Midden-Limburg) dat bestierd wordt door wijnboer Henk Stiekema en zijn vrouw, mijn Probus collega, Marieke Kruit. Na al het onderzoek wat ik in het verleden naar boerderijen en landelijke gebieden heb gedaan en begeleid, raak je je fascinatie voor toponiemen niet meer kwijt. Dat deel ik met de eigenaren, want op hun website staat dit aardige stukje:

Het landgoed bevindt zich op een maasterras, een voormalige dalbodem, aan de oostzijde van de rivier. Door deze ligging bestaat er geen gevaar voor wateroverlast bij hoge waterstanden van de Maas. Meer naar het oosten (richting Duitsland) bevinden zich nog een aantal hogere maasterrassen, zodat de geologische ontwikkeling van het gebied goed zichtbaar is in het landschap. De grond bestaat uit voormalige stuifzanden (maasduinen), maar in de diepte bevindt zich een oude kleilaag. Deze is in de jaren 60 van de 20ste eeuw doorgestoken, om wateroverlast in de nabij gelegen woonwijk te verminderen. Tot dan toe bevond zich aan de noordoostelijke zijde een groot ven met begroeiing. Daar is waarschijnlijk ook de naam van het gebied van afkomstig. Ross (maar ook reuss) is een oude benaming voor riet en dal duidt op een laagte in het land. Er zijn in Nederland meer plaatsen die op deze wijze een soortgelijke naam hebben gekregen. Dat de naam in de loop der jaren aangepast is, blijkt uit de topografische kaarten, waarop het gebied aangegeven is met de naam Roosendaal.*

Het landgoed wordt overigens niet alleen uitgebaat als wijngaard en wijnmakerij. Marieke heeft er ook haar atelier voor grafiek, beeldhouwen en glas in lood, waar ze eveneens cursussen verzorgt. Wijn en kunst, altijd een goede combinatie.

Het gedicht geeft het al aan: ‘t was een dag met een gouden randje. Waar anderen duizenden kilometers rijden om in mediterraan weer wijngaarden te bewonderen, konden Marij en ik hetzelfde doen op nog geen half uur van ons huis! En wat zo apart is … je stapt uit en bent haast meteen van de wereld! Alles valt van je af als je tussen de stokken zit en meter voor meter opschuift om de trossen te knippen. Af en toe een prikkende braamstengel weghalen of wat verhullende bladeren en verder niets. Er is een rust die alles omhult en waarin ook het praten telkens weer wegzinkt. Vredig …

En zoet! Zo zoet had ik het niet verwacht. Zelfs de spontaan ontwikkelde rozijnen die aan de trossen zaten, waren zoet en dat schijnt nogal bijzonder te zijn. Voor we zo’n tros in de emmer mochten doen, moesten we eerst proeven of de rozijn inderdaad niet zuur was, want anders … weg ermee. Maar de hoeveelheid zonuren had voor veel zoets gezorgd en dat was voor mij überhaupt een verrassing, omdat ik niet van zoet houd.

Door de hete droge zomer is de oogst dit jaar tweemaal zo groot als andere jaren. Dus wie belangstelling heeft om te plukken kan zich melden bij hoeve Roozendael via de website of Facebook.*

Tot slot nog een dankwoord aan mijn andere Probus collega en medeplukker, Steef Stevens, die tussen het plukken door mompelde dat ik vast aan het denken was over een gedicht.

Et voilà!

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar het volgende:

  • “Beschrijving Landgoed Roozendael”. Roozendael.nl, 2013. bit.ly/2Nvhuks-Roozendael. Voor deze informatie wordt verwezen naar Tussen Maas en Meerlebroek, Toponiemen in de gemeente Beesel. Auteur Loe Giesen, uitgave Heemkunde vereniging Maas- en Swalmdal, Reuver, 1990.
  • Voor de site zie de voorgaande noot. Voorts: “Hoeve Roozendael”. Facebook. Geraadpleegd 8 oktober 2018. bit.ly/2NuSAlc-Roozendael.

Routebeschrijving:

Verkorte link: bit.ly/2y75AID-VanHH2Org

Twittermoment inspiratieprijs 2018 PBCF Limburg

Twittermoment inspiratieprijs — Nee, nee, een Twittermoment slaat niet op een tijdseenheid, waarin je een tweet plaatst, maar op de collectie tweets die je via Twitter kunt verzamelen onder een noemer. Dat heb ik gedaan met de tweets over de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Vrijdag 5 oktober is de laatste dag dat er gestemd kan worden, dus het is interessant om geleidelijk de balans op te maken.

Om te beginnen liet Dagblad De Limburger weten dat er in de eerste week al meer stemmen waren binnen gekomen dan het totaal van de jaren ervoor bij de publieksdeelname aan deze inspiratieprijs. Onze regionale krant heeft een mooie, aansprekende reeks gemaakt van driemaal vier genomineerden die ze vervolgens on line hebben samengevoegd in het eerste item.* Tot slot heeft het dagblad afgelopen vrijdag gepubliceerd dat er toen in het totaal 2481 stemmen binnen waren.

De reeks van De Limburger kom je ook tegen in onderstaand Twittermoment. Scroll er eens doorheen en kijk eens wie wat heeft gedaan, los van de tweets die ik als jurylid heb geplaatst om stemmers te werven. Dat is gedaan via de accounts @Bern4dette en @Erfgoedverhaal. In het bijzonder is aandacht besteed aan de serie artikelen, die ik samen met medejurylid Theo Oberndorff en redacteur Walter Teeffelen voor het platform if then is now heb gemaakt.* Vind je dat de genomineerden onze voorzet goed hebben opgepakt of had dat beter gekund? Wie of wat mis je en wat zou je anders doen. Geef het door, want ik ben altijd blij met feed back!

Ook op Facebook zijn we druk in de weer geweest. Kijk eens op onze bedrijfspagina en bij die van If then is now. Verder zijn LinkedIn en Instagram bestookt met berichten, zij het in iets mindere mate. Wat ik er zelf opnieuw van leer, is dat je dit soort campagnes met een groep moet doen. Maar daar is de erfgoedwereld, zo is nu weer gebleken, nog niet rijp voor.

Mocht je nog willen stemmen, aarzel niet! Surf naar http://bit.ly/2x181uX-PBCFLimburg.

;-) B.



Naschrift Facebook

Een vergelijkbaar overzicht van Facebook kan ik jammer genoeg niet maken. Wel kun je goed volgen dat vooral Ronnie Bessems van het genomineerde monument kasteel Borgharen te Borgharen op dat medium voor veel reuring heeft gezorgd.

Op Facebook heeft Ronnie Bessems van het genomineerde monument kasteel Borgharen te Borgharen voor veel reuring gezorgd. Screenshot bvhh.nu 2081.

Eindstreep inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg

Eindstreep inspiratieprijs — De eindstreep van de verkiezing van het meest inspirerende monument van Limburg – in het kader van de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg – komt in zicht. Hoe het leeft blijkt onder meer uit de blog hieronder die ik schreef voor onze Facebookpagina hieronder.

Deze diashow vereist JavaScript.

De inspiratieprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg op If then is now, VanHH2FB

Wat let je om te gaan stemmen? Toe maar! Surf naar http://bit.ly/2x181uX-PBCFLimburg en doe mee!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Jury — De jury van de Inspiratieprijs voor 2018 bestaat uit leden van het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg (Kiki van Aubel, Edmond Staal en Jackie Smeets), aangevuld met externe experts. Dit jaar zijn dat: Chequita Nahar, Theo Oberndorff (coördinator Cultureel erfgoed bij Huis voor de Kunsten in Limburg) en Bernadette van Hellenberg Hubar.

Waar de jury op let Er wordt niet alleen gekeken naar het gebouw of het complex op zich, maar ook naar wat het doet met zijn omgeving. Er zijn prachtige voorbeelden van hoe bevlogen initiatiefnemers een monument met veel kunst en vliegwerk van sloop wisten te redden en zo als het ware teruggeven aan de gemeenschap. Maar ook het revitaliseren van een gebouw binnen de omgeving – het kweken van een wij-gevoel – valt binnen het prijskader. En over wij-gevoel gesproken, hoe inspirerend is het niet als je met heel de buurt gezamenlijk de schouders eronder zet om een beeldbepalend ensemble te behouden en te onderhouden! Allemaal zaken waar de jury naar kijkt.

Nominaties — De twaalf genomineerden zijn:

  • Catharinakerk met schilderingen Hans Truyen, Oud-Lemiers
  • Clemensdomein, Oud-Merkelbeek
  • Cuypershuis, Roermond
  • Fatima Huis en Franciscus Huis, Weert
  • Hompesche Molen, Ohé en Laak/Stevensweert
  • Kasteel Borgharen, Borgharen
  • Kasteelruïne Montfort, Montfort
  • Kloosterruïne Hoogcruts, Hoogcruts (Margraten)
  • Miljoenenlijn ZLSM, Simpelveld
  • Puddingfabriek, Venlo
  • Schatkamer van Simpelveld (Huize Loreto), Simpelveld
  • Sphinxcomplex, Maastricht

Verkorte link van dit item: bit.ly/2NMNy8y-VanHH2Org

De genade voorbij | Het Laatste Oordeel in Alkmaar

De genade voorbij

Deze diashow vereist JavaScript.

Ze zijn zich van geen kwaad bewust
en staan verbaasd om
zich heen te kijken
Naakt als in het paradijs
Mooi van lijf en leden
Blij … maar waren ze niet dood?
Kijk daar en daar en daar
Familie, geliefden en die daar …
Zijn dat mijn kindskinderen?

Maar veel tijd voor verbazing is er niet.
De wind steekt op en met iedere vlaag
… trompetgeschal
Engelen uit grimmiger tijden
Hun gewaad in scherpe knipplooien
met in hun handen de weegschaal,
overgedimensioneerd …
neemt Michael de mensheid de maat
De schroeiende hitte van
de hellemond voelbaar

Centraal in het gewelf de wereldrechter
Gods zoon zonder twijfel

met ‘n poker face
sierlijk gebarend naar links en rechts
scheidt hij de goeden van de kwaden
na voorspraak van moeder en doper
de genade voorbij

Jacob Corneliszoon van Oostsanen m.m.v. Cornelis Buys, Het Laatste Oordeel in de Grote Laurenskerk te Alkmaar (1519), gerestaureerd door Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den brink (2003-2011). Foto bvhh.nu 2018.

_______________________________

De genade voorbij

Twee jaar geleden was het ‘De wonderlijke klim’ in Den Bosch, dit jaar gooit Alkmaar er nog een schepje bovenop met ‘De klim naar de hemel’.* In het ene geval de aardse microkosmos, in het andere geval het einde der tijden.* Ik was er met ons kwintet, Wim Eggenkamp, Eduard Kimman, Harrie-Jan Metselaars en Gert van Kleef, welke laatste nauw betrokken was bij de organisatie van ‘De klim naar de hemel’ en de feestelijkheden rond het 500-jarig bestaan van de Grote Laurenskerk. Een geweldige ervaring om hoog boven het dak van de kerk te wandelen en over het golvende patroon van de geschubde leien naar de stad te kijken. En dan de stap naar binnen … oog in oog met het Laatste Oordeel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1519): schilderingen op een houten gewelf die normaal ver boven je uitstijgen en waarvan de details door de afstand en speling van het licht aan je oog ontsnappen. Een geweldige ervaring daar boven op de steigers, zoals je kunt zien aan de laatste foto’s in de diaserie.

Steigers … mijn fascinatie voor steigers houdt nooit op. En waarom dat is? Misschien wel omdat je je eigenlijk in het luchtledige bevindt, even houvast hebt op plaatsen waar buiten alleen vogels kunnen komen, scherend over een dak of langs rijzige gevels; en binnen hooguit de rook van kaarsen of de klanken van het orgel. Eigenlijk bestaat de plek waar je op de steiger staat niet.

Het thema op zich hoeft iconografisch nauwelijks introductie, zeker niet na de belangstelling die het werk van Jeroen Bosch in het jubileumjaar 2016 heeft ondervonden. Met mijn gedicht volg ik de driedeling van het gewelf in de zaligen (links), de voltrekking van het oordeel (midden) en de verdoemden (rechts), waarbij Maria en Johannes de Doper als voorsprekers zijn afgebeeld.


Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.*

Restauratiegeschiedenis | Slepen met een gewelf 

Restaurator Willem Haakma Wagenaar heeft tijdens de restauratie van 2003 tot 2011 een artikel geschreven voor de nieuwsbrief van de stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen, de Jacobsbode, waarin hij de lotgevallen van het houten gewelf beschrijft. Ook hier manifesteerde zich de ‘educatieve roofzucht’ van het rijk (lees het hoofd van de afdeling Kunsten & Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Victor de Stuers en zijn rijksadviseur, Pierre Cuypers). Tussen 1885-1886 werd geregeld dat het gewelf beetje bij beetje naar het Rijksmuseum getransporteerd werd in ruil voor subsidie om een nieuw houten beschot aan te brengen. Los van de discussie over hoe je met dit soort kunst om moet gaan – conserveer je heel terughoudend of streef je naar een evocatie van het origineel – is het voor mij heel interessant dat twee schilders die ik behandeld heb in ‘De genade van de steiger’, gevraagd werden de schilderingen in orde te maken. In eerste instantie, 1902-1904, was dat Jan Dunselman, bevriend met Joseph Cuypers, die vooral bekend is geworden van de uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam.* Mede doordat de houten drager werd ingekort om het gewelf in het Rijksmuseum te kunnen plaatsen, heeft Dunselman er vrij veel aan moet doen.

Als gevolg van gewijzigde inzichten verdween het houten gewelf uit de opstelling van het Rijksmuseum: directeur Frans Schmidt Degener had niet veel op met de educatieve visie van Cuypers en De Stuers, noch met hun belangstelling voor monumentale kunst. Daar kwam bij dat de toeschrijving inmiddels veranderd was van Jacob Corneliszoon naar zijn broer, Cornelis Buys, waardoor de kunsthistorische waarde van het oeuvre kennelijk daalde. Om kort te gaan, het gewelf werd opnieuw gecompartimenteerd en teruggebracht naar Alkmaar, waar het moest wachten tot 1940 om weer op zijn oude plek hersteld te worden. Ditmaal was het Gerhard Jansen die aan de slag ging. Over hem is Haakma Wagenaar nog minder enthousiast dan over Dunselman, vooral vanwege het gebruik van vernis. Ook al zou vandaag de dag – terecht – niemand dat meer doen, Gerhard Jansen was bepaald geen amateur. Hij had grote ervaring als restaurator en als kerkschilder. Toen Antoon Derkinderen aan het experimenteren was met het schilderen direct op de muur, deed hij dat onder meer met Gerhard Jansen in de Doopkapel van de Nicolaaskerk van Jutphaas (1904). Uiteindelijk is dat het enige oeuvre in dit genre dat van Derkinderen behouden bleef, die overigens ook voor het technische kunnen van Jan Dunselman grote waardering had. Het zou goed zijn als tijdens zo’n grote restauratie meer onpartijdig gekeken zou kunnen worden naar de ingrepen van voorgangers, waardoor ook andere aspecten van hun inmenging in het licht komen te staan. Dat maakt gewoonweg deel uit van de geschiedenis van het kunstwerk in kwestie, die nu voor een groot deel is weggepoetst, zoals onder meer uit de aanpak van de Christusfiguur blijkt. Daarnaast vergroot zo’n onderzoek de kennis over de technische vaardigheden van in casu Dunselman en Jansen en die komt weer van pas op het moment dat hun werk wordt hersteld. In het geval van de eerste hebben de laatste decennia al grote conserveringsprojecten plaatsgevonden, met name door Rob Bremer en Wil Werkhoven.*

Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.
Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.

Tekenachtig schilderen

Ik noem Derkinderen hier ook, omdat er sprake is van een opvallende synchroniciteit tussen zijn stijl en die van Jacob Cornelisz. van Oostsanen: beiden hadden een tekenachtige manier van schilderen, zoals specialist Daantje Meuwissen bij Van Oostsanen ontdekte en ik bij Derkinderen. Of dat helemaal op toeval berust is zeer de vraag. Derkinderen kende dat andere monumentale werk van Van Oostsanen dat naar het Rijksmuseum was overgebracht, heel goed: het beschilderde houten gewelf van Warmenhuizen dat zich in de ‘kapel’ van de Oefenschool bevond op het terrein. De bedoeling was dat hij dit zou restaureren, maar daar is het door de moeizame verstandhouding met Cuypers en De Stuers niet van gekomen. Wel had Derkinderen als voorbereiding daarop het hele gewelf in 1892 onderzocht en uitgetekend.* Algemeen was de belangstelling voor dit type werk in de tweede helft van de negentiende eeuw groot, zowel bij onderzoekers als kunstenaars: Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm, Derkinderens docent aan de Rijksacademie, noemt het voorbeeld van Naarden bij zijn transcriptie van de biblia pauperum die hij in 1866 publiceerde. Een van de meest indrukwekkende uitwerkingen van het onderliggende systeem van corresponderende voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament uit de late negentiende eeuw is de kruisweg in de Amsterdamse Nicolaaskerk van Jan Dunselman (1891-1898).*

Reformatie

Een van de vragen die steeds weer opkomt bij middeleeuwse kerken die in protestantse handen zijn overgegaan, is waarom dit soort werken de beeldenstorm ontsprong. Dat geldt niet alleen voor schilderingen als deze die op een vrij onbereikbaar niveau zaten, maar ook voor zestiende-eeuws glas in lood zoals in de Oude Kerk van Amsterdam. En wat te denken van het altaarstuk van Jacob van Heemskerck (1538-1542) dat pas na de reformatie, in 1581, naar Zweden ging en nu weer even in de Alkmaarse Grote Laurenskerk te zien is. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat dat heeft te maken met de invloed van de schenkers van deze kunstwerken die vaak op de betreffende werken staan afgebeeld. Ook de elite ging om naar het nieuwe geloof, maar dat betekende niet dat hun kostbare investeringen te grabbel moesten worden gegooid. Of dit een urban legend is of gebaseerd is op onderzoek, heb ik niet direct kunnen achterhalen. Indien deze verklaring klopt, dan zal die ondogmatische opstelling vast tot discussies hebben geleid tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’. In dat geval hebben we aan het stedelijke patriciaat het behoud van bijzondere kunstwerken te danken van een generatie die bij het grote publiek nog maar weinig bekendheid geniet. Des te meer reden om naar Alkmaar te gaan voor ‘De klim naar de hemel’.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (deels opgemaakt met Zotero). De volledige inhoud van de afgekorte titels is te vinden in de bibliografie op deze site.

  • ‘De klim naar de hemel’ is mogelijk tot en met 8 oktober 2018!
  • Voor mijn gedicht naar aanleiding van ‘De wonderlijke klim’ volg deze link.
  • Gegevens Rijksmuseum: ‘workshop of Jacob Cornelisz van Oostsanen, Portrait of Jacob Cornelisz van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), Amsterdam, c. 1533′, in J.P. Filedt Kok (ed.), Early Netherlandish Paintings, online coll. cat. Amsterdam: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.8170 (consulted 27 August 2018). Permalink via deze URL.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, Willem. “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk in Alkmaar (I en II)”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 4–5 (2005): 1–5; 2–4. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Haakma Wagernaar voerde de restauratie uit met Edwin van den Brink.
    • Over de toeschrijving aan J.C. van Oostsanen zie het overtuigende artikel van: Meuwissen, Daantje. “Het plafond van de Laurenskerk in Alkmaar: de hand van de meester”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 8 (2009): 3-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen
    • De term ‘educatieve roofzucht’ komt van Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 117-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, p. 4.
    • Over Jan en zijn broer Kees Dunselman, zie met name Hubar, Tussen Gabriel en Michael (2018), pp. 53-69, waarin de bevindingen in Hubar, De genade van de steiger, pp. 178-208, zijn aangevuld en bijgesteld. Dit was met name mogelijk door de toename van het aantal dagbladen in Delpher.nl en de toegang tot Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent. Zie ook de errata op deze site.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, pp. 4-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Over de oorsprong van de aanwezige Christusfiguur is Haakma Wagenaar onduidelijk. Niettemin besloot hij deze te vervangen door een figuur waarvan het hoofd ontleend is aan de doek van Veronica op een van de andere gewelven in de Laurenskerk. Behalve dat ik hier bedenkingen tegen heb, heb ik iconografisch twijfel bij de inwisselbaarheid van het ene en het andere type. Dit is een kwestie die ik nog een keer wil voorleggen aan Daantje Meuwissen.
    • Haakma Wagenaar, Willem, en Edwin van den Brink. De gewelfschilderingen in de Laurenskerk van Alkmaar gerestaureerd, 2003-2011. z.pl. (Alkmaar), 2011. bit.ly/2oeUb4n-Oostsanen
    • Hubar, De genade van de steiger, pp. 44 (Jutphaas), 335-336 (Gerhard Jansen), 187-190 (Jan Dunselman). Rob Bremer en Wil Werkhoven hebben onder meer de Nicolaaskerk te Amsterdam gerestaureerd (Jan Dunselman), de Obrechtkerk te Amsterdam (Kees Dunselman), de Jozefkerk te Noordwijkerhout (Kees Dunselman) en de Agathakerk te Lisse (Jan en kees Dunselman).
  • Deze noot verwijst naar:
    • Het hiervoor geciteerde artikel van Daantje Meuwissen.
    • Voor Warmenhuizen: Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 126-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Hubar, De genade van de steiger, met name pp. 44 (abusievelijk staat hier 1861 in plaats van 1866), 189 (Jan Dunselman).
    • Thijm, “De harmonieën van het Oude en het Nieuwe Testament in de beeldende kunst, Biblia Pauperum”, p. 433.*
    • Het thema van Thijm en de biblia pauperum heb ik verder uitgediept in mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 84-86, waarop een voorschot is genomen met dit webartikel over de glazen van vader en zoon Cuypers in de apsis van de nieuwe Bavo.
  • Meer weten over de gedichten met de achtergrondverhalen die ik schrijf? Surf dan naar dit item.

Je moet zeker de hemel gaan beklimmen, dus op naar Alkmaar!*

Verkorte link van dit item: bit.ly/2ocXr07-VanHH2Org

Gedicht op maandag: moerbeiengaard

Ook benieuwd naar mijn vorige #Gom?

Nog meer? Surf dan naar deze pagina of ga kijken hoe het allemaal begon.

;-) B.

Gedicht op maandag: Onbeslist | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Gedicht op maandag: Onbeslist

Ook benieuwd naar mijn vorige #Gom?

Nog meer? Surf dan naar deze pagina of ga kijken hoe het allemaal begon.

;-) B.

Gedicht op maandag: Onbeslist | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Ontzielde handelswaar | Slavernijverleden

Ontzielde handelswaar op Curaçao

Museum Kura Hulanda vertelt over de positie van Curaçao in de internationale slavenhandel. Foto Anja Disselhof 2011 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).


Ketens rammelen
in dichte rijen
donkere lijven zij aan zij
in het lichtloos vrachtruim
gestapeld
stank, ontbering,
vervuiling, ontering
weggevoerd uit
de alledag
ontworteld, verkracht
de mensheid voorbij

Levensgevaarlijk deze denkende dieren
wanhoop slaat van de boeien af
brouwt nachtmerries voor de beulen
angst die escalatie broedt
kneedt repressie in barbaarse vormen
gemartelde lijven, stront en bloed

Hebben wij dit inferno geduld?
een stinkende schuld op ons geladen
na anderhalve eeuw
reeds afbetaald?

Het nagebouwde scheepsruim in museum Kura Hulanda te Curaçao, waar slaven zij aan zij geketend lagen gedurende een reis die vele maanden kon duren. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).

Plattegrond van een slavenschip met dicht op elkaar gepakte ontzielde handelswaar, tentoongesteld in museum Kura Hulanda te Curaçao. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).

_______________________________

Ontzielde handelswaar — Het gedicht ‘Ontzielde handelswaar’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Ik heb het vandaag als apart item geplaatst vanwege de herdenking van de afschaffing van de slavernij op de Nederlandse Antillen en in Suriname door het centrale gezag in Nederland op 1 juli 1863.* Wat dit voor mij niet al te bekende facet van ons nationale verleden opriep, had ik, toen ik er was totaal niet aan zien komen.

Boter op ons hoofd, we hebben ladingen boter op ons hoofd. Dat was wat door mijn hoofd ging toen ik de eerste zalen van het slavernijmuseum op Kura Hulanda had bekeken. Natuurlijk weet je het wel, daar ergens in je achterhoofd, dat onze economische bloei in het verleden gegrondvest was op het bittere leed van anderen, maar als je daar met je neus op wordt gedrukt – het in alle omvang krijgt voorgespiegeld – dan overvalt een intense schaamte je. Vooral ook, omdat de Nederlander zich zo gemakkelijk de rol aanmeet van de moreel meerdere van de Duitser. Dat vergaat je wel als je ziet wat wij op ons geweten hebben. Formeel geen georganiseerde genocide – want wie bederft nu zijn eigen koopwaar? – maar niet één kerk heeft zich verzet tegen de massale ontzieling en de wreedheden die met deze nering gepaard gingen. Sterker nog, de kerken leverden de legitimatie van de slavenhandel door middel van pauselijke breven en citaten uit de Statenbijbel.

Curaçao was zo ongeveer het Westerbork van de Cariben en ook Kura Hulanda maakte deel uit van de niets ontziende logistiek. De ruimtes waar het museum in gevestigd is, waren eertijds het decor van hartverscheurende taferelen. Het besef dat je daar nagenoeg fysiek het verleden instapt, is ronduit beklemmend. Op het moment dat ik het nagebouwde scheepsruim betrad, overviel het gedicht me. Stortte zich op me met alle schuld en schaamte. Het was echter niet alleen de wanhoop van de gevangenen die ik voelde, maar ook de immense angst van de overweldigers voor een tegenstander die niets meer te verliezen heeft. Excessieve wreedheid is het gevolg geweest. Een wreedheid die zijn weerslag vond in een van de schakels van de driehoekshandel: gesmede martelwerktuigen, boeien en kettingen.

Omgaan met zo’n verleden is misschien nog te doen in een gepolariseerde constellatie, als je simpelweg of tot de ene of tot de andere partij hoort. Maar dat wordt anders als je allebei de kanten in je hebt. Hoe problematisch dat is ervaren Nederlandse families die zowel collaborateurs als verzetsmensen in hun gelederen hebben, tot de dag van vandaag. Voor hen geen helderheid. Kijken we naar het slavernijverleden dan is een van de meest saillante voorbeelden de uitzending van Verborgen verleden met de cabaretier Jörgen Raymann.* Wat mij betreft de meest indrukwekkende episode in deze bijzondere serie, die je onder deze link kunt bekijken. Neem er de tijd voor, want  … misschien overdrijf ik, maar ik werd er een ander mens van.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • “Emancipatiewet”. Wikipedia, 11 mei 2018. http://bit.ly/2NgsKSO. Dit item is verder opgenomen in de rubriek #Gom | Gedicht op maandag (2 juli 2018).
  • Spijtig genoeg staat net deze aflevering niet op Youtube, zodat ik haar niet kan inbedden in dit bericht. Ook via NPO Start gaat dat niet. Maar dat moet je niet beletten om te gaan kijken!
  • Toelichting en herkomst foto’s:
    • Museum Kura Hulanda vertelt over de positie van Curaçao in de internationale slavenhandel. Foto Anja Disselhof 2011 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).
    • Het nagebouwde scheepsruim in museum Kura Hulanda te Curaçao, waar slaven zij aan zij geketend lagen gedurende een reis die vele maanden kon duren. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).
    • Plattegrond van een slavenschip met dicht op elkaar gepakte ontzielde handelswaar, tentoongesteld in museum Kura Hulanda te Curaçao. Foto Jeroen van Luin 2016 (onder Creative Commons Licentie op Flickr).
  • De beeldgedichten die ik tijdens mijn werkbezoek een jaar later schreef zijn direct on line geplaatst op Blogger: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Curaçao revisited”. Homo ludens op Curaçao (2012) (blog), 2012. bit.ly/2tU6upc-dichtwerk.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken bij Museum Kura Hulanda.

Verkorte link: bit.ly/2tJxSXs-VanHH2Org

Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org

Inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg

VANDAAG is de laatste mogelijkheid om het meest inspirerende monument aan te melden voor de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds in Limburg.

Pak NU je smartphone en stuur jouw favoriet(en) naar limburg@cultuurfonds.nl!

Deze diashow vereist JavaScript.

Voor meer informatie kun je terecht bij dit stukje, ontleend aan de Facebookpagina van Huis voor de Kunsten:

De Inspiratieprijs wordt sinds 2011 jaarlijks uitgereikt aan een persoon, groep of organisatie die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van letteren, virtual art, e-cultuur, beeldende kunst, muziek, theater, dans, geschiedenis, natuur of erfgoed.

Dit jaar gaat de aandacht uit naar ‘erfgoed’ en in het bijzonder naar de monumenten(zorg). Welk monument prikkelt de nieuwsgierigheid tot op de dag van vandaag? En waarom inspireert het vanuit zijn monumentale wortels in het verleden tot in de hedendaagse actualiteit?

De jury bestaat uit leden van het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg (Kiki van Aubel, Edmond Staal en Jackie Smeets), aangevuld met externe experts. Dit jaar zijn dat: Chequita Nahar, Theo Oberndorff (coördinator Cultureel erfgoed bij het Huis), Guus Urlings/Ruud Maas en Bernadette van Hellenberg Hubar.

Na het samenstellen van een groslijst, gaat de jury een shortlist samenstellen. En dan komt het publiek aan het woord. In samenwerking met Dagblad De Limburger worden lezers gevraagd om een publieksfavoriet aan te wijzen. Op 1 november 2018 wordt bekend welk monument in Limburg de Inspiratieprijs 2018 toegewezen krijgt.

Dus stuur je suggesties door naar limburg@cultuurfonds.nl en wie weet, zien we elkaar bij de feestelijke bekendmaking van de winnaar!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Inspiratieprijs 2018 | Calvariekapel in de Minderbroedersstraat te Roermond. Foto bvhh.nu 2018.
Bij monumenten gaat het niet alleen om grote afmetingen, maar ook om kleine, devotionele objecten, zoals deze calvariekapel in de Minderbroedersstraat te Roermond. Waar haal jij je inspiratie vandaan? Foto bvhh.nu 2018.

De collage hierboven is gemaakt met foto’s van Roy Denessen (boven midden), Leo Reijnen (rechtsonder) en van Marij Coenen en bvhh.nu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2xpwRbs-VanHH2Org