Shete Boka aan de noordkust van Curaçao

Shete Boka — Met gedicht op maandag gaan we naar de noordkust van Curaçao. Op dit eiland ontstond in 2011 de bundel gedichten en essays E kas blau (het blauwe huis).* Het gedicht vind je na de collage op p. 2.

Noordkust van Curacao (bvhh.nu 2011)

Noordkunst van Curaçao kwam tot stand tijdens mijn eerste bezoek aan Curaçao met Mathie Flugi van Aspermont in 2011. Het was liefde op het eerste gezicht.

Een van de meest indrukwekkende locaties was de noordkust in Nationaal Park Shete Boka waar het gedicht over de uitschurende kracht van de golven ontstond. De beeldspraak in de tweede strofe is een directe reflectie op het woord boca, dat – zo vertelde de gids – mond betekent. Vergelijkbaar dus met ons begrip monding. Toen ik de eerste versie aan Mathie voorlas viel haar op dat ik de regenboogschittering was vergeten. Die kreeg alsnog een plaats in dit vers dat voor een deel zowaar spontaan in rijm ontstond. Nee, op rijm schrijven is niet mijn ding, omdat het effect al heel snel banaal wordt. Ik heb grote bewondering voor mensen die dat kunnen zonder de inhoud geweld aan te doen. Daar groei ik misschien al doende naar toe, maar voorlopig past hier bescheidenheid.

Die bescheidenheid blijft me passen. Nog steeds maak ik rijmloze gedichten en nog steeds heb ik grote bewondering voor mensen die iets ongekunsteldst mooi op rijm maken; en dan heb je ook nog dichters die echte sonnetten schrijven, helemaal zoals het moet.* Klinkdichten, zoals Hooft ze, meen ik, noemde! Of Vondel met zijn klinkerts. En dat doen ze, klinken, sonare! Het is muziek uit woorden.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en andere informatie
  • De volledige titel van de bundel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau.
     Onder de voorgaande link kun je de bundel inzien en downloaden.
  • Kijk eens op Facebook bij Wiel Kusters.
  • Meer weten over mijn gedichten op locatie, lees dan hier hoe het allemaal begon!
  • Enkele andere gedichten in de bundel – die veel bekijks trokken – zijn Kleurenvanger, Ontzielde handelswaar en Stoelenparade.  

Ben je een keer in Curacao, ga dan eens kijken op de locatie waar dit gedicht zich afspeelt.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ZKPK23

158 jaar alweer | Joseph Cuypers 1861-1949

Er is er een jarig …


Mooi toch, deze man aan zijn geïmproviseerde tekentafel op schragen in de Cuyperszaal van het Cuypershuis. Dit zal dan in de periode zijn geweest dat hij zijn architectenbureau nog had in Amsterdam. Joseph Cuypers liet zich in 1921 – weer – inschrijven in Roermond, dus de foto moet voor die tijd zijn genomen. En uiteraard na 1908 toen hij de Cuyperszaal toevoegde aan het complex.* Het bureau in Amsterdam bleef bestaan en werd geleid in nauwe samenwerking met zijn zoon, Pierre J.J.M. Cuypers (de tweede Pierre in de familie), met wie hij na de Groote Oorlog (1918) ging samenwerken. 

Wat ook zo’n grappig detail is, is de manier waarop hij zijn werkplek heeft afgeschermd met een kast. Wat vind je van zijn oplossing?
En nu we het toch over bijzondere dingen hebben. We zijn erg gecharmeerd van de spijtig genoeg verdwenen polychromie die je op deze foto ziet. 

Voor een vergroting van de foto gebruik je deze link.

Sociale media en erfgoed

Met ons bureau VanHellenbergHubar.Org zetten we sociale media in om zowel nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen daarover te stellen en zo kennis te vergaren. De respons is vaak even rijk als verrassend, zoals dit voorbeeld laat zien.

Wil je meer over de hoofdrolspeler in dit item weten, voor de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief in Roermond is op deze site een aparte projectpagina gemaakt. Verder valt veel over hem te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt bovendien met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Ontleend aan Hubar, Rien de pareil (zie de bibliografie).
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2QZbSlU

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Blinde verering …

Blinde verering maakt deel uit van de bundel Poèmes de Picardie uit 2009.* 

Blinde verering - Poemes de Picardie Word2019

Blinde verering schreef ik tijdens de derde excursie die ik met Kunst der Vormen meemaakte, opnieuw georganiseerd door Marjan van den Bos in de Picardie (2009). Soms landt een gedicht in een vloek en een zucht en dat is wat er gebeurde tijdens het bezoek aan ‘le petit cloître’ van ‘l’Ancienne abbaye de Saint-Jean-des-Vignes’ te Soissons. Ook al gaat het hier duidelijk om een vrouw en een man, ze deden me aan het tragische lied van de koningskinderen denken! Die associatie borrelde op toen ik het koppel ontmoette in de voorlaatste travee van het petit cloître. De tragiek waaide me tegemoet … eeuwig gescheiden door de boog van de arcade, werden ze vervolgens nog verder uit elkaar gedreven door de tijd: toen de een zich eindelijk bloot kon geven, mistte de ander zijn ogen … quelle tristesse!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en andere informatie
  • De volledige titel van de bundel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg. Poèmes de Picardie. Art des formes à la recherche de structures du passé. Ressons le long/Ohé en Laak: VanHH.org, 2009. http://bit.ly/Poemes-de-Picardie. Onder de voorgaande link kun je de bundel inzien en downloaden.
  • De foto’s zijn van de hand van Poul de Haan. Hierop zijn alle rechten voorbehouden.
  • Meer weten over mijn gedichten op locatie, lees dan hier hoe het allemaal begon!
  • Een van de andere gedichten in de bundel – die veel bekijks trok – betrof de Grand’ parade in Soissons
  • Met Kunst der Vormen verbleven we steeds in ‘La ferme de la Montagne‘ in Ressons-le-Long. Echt een aanrader voor iemand die nader kennis wil maken met Noord-Frankrijk. 

Ben je een keer in Soissons, ga dan eens kijken op de locatie waar dit gedicht zich afspeelt.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2HEQLRw-Gom

Jeroen Bosch in het Rijksmuseum

Het logo van de Cuyperscode bestaat uit een lakzegel met het wapen van Pierre J.H. Cuypers dat vrijwel zeker door zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm ontworpen is in 1859. Ontwerp Wolthera.info 2006.

Jeroen Bosch in het Rijksmuseum — Naar aanleiding van de masterclass over het Rijksmuseum voor de Open Universiteit begin mei 2019, hebben we het verhaal over wat Jeroen Bosch te maken heeft met het Rijksmuseum online geplaatst. Dit stuk is geschreven in het kader van de Cuyperscode deel 2, een erfgoedspel dat begin 2009 in Den Bosch ten doop werd gehouden. Producent was ons vorige bedrijf, erfgoedbureau Res nova, dat dit samen met LostAgain.nl en Wolthera.info ontwikkelde. Deel 1 dateerde van Cuypersjaar 2007 en had Roermond als locatie, waartegenover de opvolger zich met name in Brabant afspeelde.

In een branche met zulke snelle ontwikkelingen als de game industrie, is de houdbaarheid van een spel van beperkte duur. Onlangs zijn beide delen van de Cuyperscode dan ook offline gehaald. Een aantal van de achtergrondverhalen, waaronder het item hieronder, bedden we in in onze website. Ze zijn voor het merendeel geschreven door Bernadette van Hellenberg Hubar en geredigeerd door Marij Coenen. Om dicht bij de oorsprong te blijven is in deze stukjes de situatie gehandhaafd, waarin een speler wordt aangesproken die inmiddels al wat raadsels heeft opgelost.

De bronverwijzingen hebben we uit het verhaal gehaald en er apart onder geplaatst, omdat actieve links in ingebedde items voor problemen zorgen. Dit bood tevens de gelegenheid om enkele URL’s te actualiseren.

Genoeg gepraat! Ga je mee naar het Rijksmuseum?

Jeroen Bosch in de Cuyperscode (deel 2)

De afbeeldingen van het werk van Jeroen Bosch zijn afkomstig van het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC) te Den Bosch en ter beschikking gesteld in het kader van de Cuyperscode II, waarin het centrum een bijzondere rol speelde. Tenzij anders vermeld, zijn de overige afbeeldingen afkomstig van Wikipedia/Wikimedia Commons en zijn ze gebruikt in overeenstemming met de aldaar aangegeven voorwaarden, waaronder de GNU Free Documentation License en de Creative Commons License. Onder die laatste licentie vallen ook de afbeeldingen van de Rijksmuseum Studio. Tenslotte is beeldmateriaal ontleend aan media waar geen auteursrecht (meer) op berust.

De * in de ingebedde tekst verwijst naar de volgende bronnen:

    1. In het kader van het Jeroen Boschjaar 2016 is een aparte bronnenbank over de schilder online gezet, waarin onder meer de hieronder aangegeven referenties te vinden zijn: BoschDoc.
    2. Jeroen Bosch in het Rijksmuseum. Collage van bvhh.nu met reprovrij beeldmateriaal: de afbeelding van de achtergrond met de polychromie van het Rijksmuseum en de foto linksboven van het Rijksmuseumgebouw komen beide uit het hiervoor geciteerde album van De Stuers en Cuypers, Het Rijks-Museum te Amsterdam. De foto van het paneel van Jeroen Bosch is ontleend aan Bogers, J., en J.P. Filedt Kok. “Rijksmuseum, Ecce Homo, Copy after Jheronimus Bosch, c. 1530 – c. 1550”. Rijksmuseum, 2019. http://bit.ly/2DVGi38
    3. Het naslagwerk van Christiaan Kramm is eveneens integraal te vinden op de DBNL: Kramm, Christiaan. “De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd · dbnl”. DBNL, 1857. http://bit.ly/2VjhOeU. De verschillende citaten hierboven kunnen getraceerd worden via de zoektoets.
    4. Het portret van Karel van Mander komt van Wikimedia Commons. Dat van Jeroen Bosch idem van Wikimedia Commons.
    5. Het Schilderboeck van Karel van Mander is te vinden op de site van de DBNL (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren): Mander, Karel van. “Het schilder-boeck · dbnl”. DBNL, 1604. http://bit.ly/2DSfSzy. De verschillende citaten hierboven kunnen getraceerd worden via de zoektoets.
    6. Wat betreft dit citaat, de rol van de tekenkunst (en de filosofie achter het Rijksmuseum in het algemeen) zie Bernadette van Hellenberg Hubar, Arbeid en Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, Nijmegen, 1997 (register: tekenkunst, teekenen, teyckenen, Van Mander, Oefenschool).
    7. Dit achtergrondverhaal staat nog niet online. De Biblia pauperum hebben we overigens uitvoerig behandeld in Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 85-86, 168-169, 184-194.
    8. Over de aanschaf van Victor de Stuers uit 1875 zie Bogers, J., en J.P. Filedt Kok. “Rijksmuseum, Ecce Homo, Copy after Jheronimus Bosch, c. 1530 – c. 1550”. Rijksmuseum, 2019. http://bit.ly/2DVGi38  | This panel was one of a group of five early Netherlandish paintings and several medieval statues that Victor de Stuers bought from the Brigittine sisters in Uden in 1875 for the Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst. The Ecce Homo panel was thus one of the nation’s earliest purchases of medieval art. De Stuers bought it as a work by Jheronimus Bosch himself; it was not until 1912 that it was recorded as a copy after Bosch in the Rijksmuseum’s catalogue’.
    9. Het tegeltableau van de ontvangst van Albrecht Dürer in Den Bosch is door Vincent Steenberg vrijgegeven op Wikimedia Commons. Onder deze link kun je de volledige capita selectie in de tegeltableaus op de gevels vinden.
    10. Het citaat uit het dagboek van Dürer is ontleend aan: J. Becker, ”Ons Rijksmuseum wordt een tempel’, zur Ikonographie des Amsterdamer Reichsmuseums’, Het Rijksmuseum, opstellen over de geschiedenis van een nationale instelling, Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 35 (1984), Weesp 1985, pp. 227-326., i.h.b. p. 277.
    11. De beschrijvingen van De Stuers zijn afkomstig uit: Stuers, V. de, en Pierre J.H. Cuypers. Het Rijks-Museum te Amsterdam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1898.
    12. De collage met kunstenaarsportretten is als volgt samengesteld met materiaal van Wikimedia Commons: Jan van Scorel met daaronder Jan Gossaert en Maarten van HeemskerkLucas van Leyden boven en Pieter Coecke van Aelst onder. De gravure links van Pieter Coeck stelt Jeroen Bosch voor. Op Wikimedia bevindt zich overigens ook een portret van Lucas van Leyden door Albrecht Dürer.
    13. Voor de symboliek in het werk van Jeroen Bosch zie in het bijzonder: Jeanne van Waadenoijen, De ‘geheimtaal’ van Jheronimus Bosch. Een interpretatie van zijn werk, Hilversum 2007. Iconografische thema’s zijn verder op te sporen via BoschDoc.
    14. De presentatie over het Rijksmuseum die ik voor de masterclass van de OU in 2017 en 2019 hield, kun je bekijken onder deze link

Vond je het een interessant verhaal? Dan nodigen we je graag uit om het te delen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #Rijksmuseum en/of #JeroenBosch).

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2E0WccH-VanHH2Org

Kennisuitwisseling op Facebook

De kerk van Simon en Judas te Lattrop

Kennisuitwisseling — Voor erfgoedspecialisten is Facebook een prima platform voor kennisuitwisseling. Dat blijkt maar weer uit wat we afgelopen week meemaakten (30 april-3 mei 2019) rond de wekelijkse vraag van Kerkfotografie over welke kerk je hier ziet.

Het verloop van de uitwisseling in screenshots

Let op — Dit zijn afbeeldingen, dus je kunt de links hierin niet aanklikken. Per screenshots hebben we de belangrijkste URL’s apart toegevoegd. Je kunt ze ook aanklikken in het originele bericht.

Kerk van Simon en Judas te Lattrop op Reliwiki.*

Inventaris in PDF op HNI/Nai. Online via het zoekportaal van HNI onder deze link.

Historisch krantenonderzoek is mogelijk dankzij de krachtige zoekmachine van Delpher.nl, ontwikkeld door de Koninklijke Bibliotheek.

Wordt vervolgd!

Hadden we dit aan zien komen, toen we ons commentaar bij de foto van Kerkfotografie schreven? Het was niet helemaal een verrassing, maar er waren natuurlijk meer architecten bezig met expressionistische baksteenpolychromie. Wel is het zo dat Joseph en/of Pierre J.J.M. (II) Cuypers in dit genre een naam te verliezen hadden. Het zou interessant zijn om te kijken of er een wisselwerking was met de vroeger parochiekerk van Bernadette, de Margarita Maria Alacoquekerk in Tilburg van Harrie Bonsel (1922).* Hij zal Joseph Cuypers gekend hebben als docent bouwkunst en directeur van de Academie voor Beeldende en Bouwende kunsten van de R.K. Leergangen te Tilburg, waar de Roermondse architect als examinator aan verbonden was.*

Voor verder onderzoek geven we het estafettestokje graag over aan Gert van Kleef die vorig jaar gestart is met een promotieonderzoek over Joseph Cuypers. Hij concentreert zich op het oeuvre, terwijl wij bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond. Dit project komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Reliwiki. “Lattrop, Dorpsstraat 66 – Simon en Judas – Reliwiki”, t.a.q 2019. bit.ly/2WvZgoA-JCC. Naar aanleiding van deze kennisuitwisseling is het lemma op 3 mei 2019 voor een deel al aangepast.
  • Reliwiki. “Tilburg, Ringbaan West 300 – Margarita Maria Alacoque – Reliwiki”, t.a.q 2017. http://bit.ly/2iZ5sRw.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 67; verwijst naar het artikel van de toenmalige rector Goossens in het Gildeboek van 1924 op Bibliodoc.

Het zou trouwens ook fijn zijn als je dit webitem wilt delen of mailen. Dat kun je doen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #JCC en/of #Joseph_Cuypers).

Ben je een keer in de buurt van Lattrop, ga dan eens kijken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2GXA1oA-JCC

De kruisweg van Toorop

De kruisweg van Toorop — Wat doen we in de Goede Week? We kijken naar The Passion, we luisteren naar de Mattheuspassion, maar we kijken – in ieder geval hier – ook naar de kruisweg van Jan Toorop in Oosterbeek die dit jaar een eeuw geleden werd ingewijd (18 mei 1919). Een mooie aanleiding om vandaag, op Goede Vrijdag, terug te blikken op het stuk dat we in De genade van de steiger over dit werk hebben geschreven.

We pakken de draad van het verhaal op bij de trits lijden, strijden en overwinnen, de onmisbare ingrediënten in de catharsis van de mens. Anders dan vaak wordt gedacht, staat bij de kruisweg niet het lijden centraal, maar de strijd die tot de overwinning op de dood leidt. Reden waarom dit genre steevast een plaats heeft in het schip van de kerk, ruimtelijk symbolisch bezien het gebied van de strijdende kerk, waar de gelovigen zich door werelds woelige golven worstelen.* Wie in deze tijd een keer iets anders zou willen horen dan Bach, kan hiervoor bij uitstek terecht bij het Te Deum van Alphons Diepenbrock, met wie Toorop bekend was.* Hij viert in zijn compositie de overwinning die op de strijd volgt.

Maar zover is het in de kruisweg nog niet. Ga je mee kijken?

Een van de meest bijzondere kruiswegen op nationaal, zo niet Europees niveau, is die van Jan Toorop in de Bernulphuskerk van Oosterbeek (1914-1919) Een van de meest bijzondere kruiswegen op nationaal, zo niet Europees niveau, is die van Jan Toorop in de Bernulphuskerk van Oosterbeek (1914-1919). Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Een van de meest bijzondere kruiswegen op nationaal, zo niet Europees niveau, is die van Jan Toorop in de Bernulphuskerk van Oosterbeek (1914-1919). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Uit paragraaf 6.2.4 De kruisweg van Oosterbeek (1916-1919)*

Lijden, strijden en overwinnen

Zo komen we weer uit bij de vertrouwde reeks van lijden, strijden en overwinnen, die in de ruimtelijke ordening van de kerk was ingebed. Bij de bespreking van de omslag van Het Roomsche Kerkgebouw is opgemerkt dat Toorop daar, onstuitbaar als hij was in zijn creatieve opwellingen, een eigen draai aan had weten te geven. Hiermee had hij zo’n beetje de toon gezet, zoals in het vorige hoofdstuk is vermeld, voor wat zijn vakbroeders in de jaren twintig en later zouden doen. De kunstenaars volgden het schema door erop te variëren en het ziet er naar uit dat Toorop dat ook in zijn kruisweg heeft gedaan.

Terwijl Christus op de paradoxaal lijdzame manier de strijd aangaat die verlossing zal brengen, wordt hij omringd door figuren die enerzijds instrumenten in deze strijd vormen en anderzijds meelijden. Ook voor dat laatste is de gesublimeerde toonzetting van de Vlaamse primitieven aangehouden. Deze herkende men echter in nog een ander saillant detail van de kruisweg, wat puntig wordt verwoord in het artikel uit Algemeen Handelsblad, waarin ook ‘de idee der beweging’ van het hellende kruis werd geanalyseerd:

Wat den zin voor actueelen werkelijkheid belangt, die uit zich hier op merkwaardige wijze. Namelijk, in het naïve realsme [sic] der figuren, zoowel wat de anatomie der ledematen als wat de uitdrukking der koppen belangt. En deze laatste — ook dit toont weder verwantschap met een gebruik uit de naïve sfeer der middeneeuwen — zijn hier en daar portretten van menschen uit dezen tijd. In een ervan herkent men, recht van voren gezien, den maker van het werk. Ook dat vindt men op middeneeuwsche stukken vaak.[1]

Jan Toorop, Dertiende statie: Jezus wordt van het kruis afgenomen (gesigneerd 1918) (Lukas 23:53, Johannes 19:38). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012 (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Jan Toorop, Dertiende statie: Jezus wordt van het kruis afgenomen (gesigneerd 1918) (Lukas 23:53, Johannes 19:38). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012. Klik op de afbeelding voor een vergroting. 

Voor de ‘portretten van menschen uit deze tijd’ heeft Toorop, behalve van zichzelf, gebruik gemaakt van vrienden en kennissen, onder wie pastoor Vossenaar, enkele misdienaars, parochianen en zusters van de opdrachtgeefster, P.J.J. de Bruijn-Van Lede, die zelf in de tweede statie, naar middeleeuwse gewoonte als miniatuur, knielend is afgebeeld (zie afb. 233b).[2] Nu was het heel gebruikelijk om voor kruiswegen bestaande figuren te nemen, zoals we zagen bij Kees Dunselman, die daarvoor onder meer gezichtstudies maakte in de Joodse buurt van Amsterdam. Het verschil is echter dat Toorop – haast als prelude op F.H. Bach – niet eens volledige personages, maar alleen koppen van vlees en bloed projecteerde op vlak getekende lijven en hen omringde met types in de trant van Lenz. Mogelijk hing er op dat moment iets in de lucht, want het is al een jaar vóór de eerste statie te zien in een ontwerp van de Utrechtse glazenier Henricus (Hein) Kocken, die op zijn beurt weer inspiratie kan hebben gevonden in het Apostelraam van Toorop (zie afb. 223).[3]

Jan Toorop, Tweede statie: Jezus neemt het kruis op Zijn schouders, in overeenstemming met Johannes 19:17 (gesigneerd 1917). Volgens Mattheus 27:32, Marcus 15:21 en Lukas 23:26 dwongen de Romeinen Simon van Cyrene om het kruis voor Christus te dragen (zie de vijfde statie). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012 (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Jan Toorop, Tweede statie: Jezus neemt het kruis op Zijn schouders, in overeenstemming met Johannes 19:17 (gesigneerd 1917). Volgens Mattheus 27:32, Marcus 15:21 en Lukas 23:26 dwongen de Romeinen Simon van Cyrene om het kruis voor Christus te dragen (zie de vijfde statie). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Van Kockens hand is het vensterfragment met Sint Nicolaas die drie vermoorde en ingekuipte kinderen weer tot leven wekt. Met name het jongetje links had zo uit een foto gestapt kunnen zijn (afb. 238a en b). Dezelfde associatie wordt opgeroepen door de misdienaars die weergegeven zijn op Toorops tiende statie. Nu heeft Toorop al heel vroeg in zijn carrière, in 1887, een realistisch getekend portret in een impressionistisch getinte aquarel geïntegreerd, waarbij hij, vergelijkbaar met de kruisweg, twee media combineerde (afb. 239). Het effect van een foto is in de tiende statie echter nog veel sterker, doordat Toorop de geportretteerden deels verscholen achter de soldaten en de heilige vrouwen aan weerszijden heeft gezet. Dat deed hij ook met de figuur waarop zijn zelfportret verschijnt (zie afb. 233g). De conclusie ligt voor de hand dat Toorop de ‘fotografische’ handgrepen gebruikt om het gevoel op te roepen dat de toeschouwer deel uitmaakt van iets dat echt lijkt te gebeuren en niet is geposeerd. Een tableau vivant dat ondanks de bewust statische opzet toch iets levendigs houdt: de fotografisch gedetailleerde, deels schuilgaande portretkoppen bestendigen de relatie met het aardse, waar de strijd zich heeft voltrokken en zich iedere keer weer bij het bidden van de kruisweg opnieuw voltrekt. Zijn eigen aanwezigheid lijkt daarbij te benadrukken dat op dit punt voor hem geen andere rol is weggelegd dan voor de toeschouwer: jij en ik, wij ondergaan hetzelfde. Het Si vis me flere lijkt actueler dan ooit.

Jan Toorop, Zevende statie: Jezus valt voor de tweede maal (gesigneerd 1917). Deze episode heeft geen directe bijbelse verwijzing. Rechts heeft Toorop zichzelf afgebeeld, opvallend genoeg deels verscholen achter een van de vrouwen, in dit geval de schilderes Mies Elout-Drabbe. Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012 (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Jan Toorop, Zevende statie: Jezus valt voor de tweede maal (gesigneerd 1917). Deze episode heeft geen directe bijbelse verwijzing. Rechts heeft Toorop zichzelf afgebeeld, opvallend genoeg deels verscholen achter een van de vrouwen, in dit geval de schilderes Mies Elout-Drabbe. Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012. Klik op de afbeelding voor een vergroting. 

Het valt op dat Toorop zichzelf niet bij de hoofdfiguren indeelde, maar als een soort schriftgeleerde bij de figuranten, dus heel bescheiden en zich bewust van de mogelijkheid dat hij – als hij toen had geleefd – Christus ook niet als de Messias zou hebben erkend. Volgens Molkenboer, die de brieven van Toorop aan zijn opdrachtgeefster voor zijn artikel in De Beiaard heeft mogen gebruiken, is juist in deze zevende statie een wagenspelachtige symboliek verwerkt die kan worden opgevat als een allegorie op het geloof.[4]

Aan weerskanten van de poort dringen drie figuren aan; die elk een symbool zijn van de houdingen, door de menschheid tegenover het Lijdensdrama aangenomen. Vlak bij Jezus staat de medelijdende, begrijpende Christen vrouw, een asketisch fijn gezichtje met droeve oogen en wrange lippen. Blond haar golft uit een blauwen kloosterlijken sluier, over haar schouders; de teere handen maken een gebaar van deernis en smartelijke verbazing. Onmiddellijk naast deze zachte verschijning grijnst de donkere, diep-doorgroefde kop van den Pharizeeër, met trekken van bitteren hoon om zijn tandenknarsenden mond. Tot in zijn vollen baard en gebalde vuist heeft hij iets demonisch; hij lijkt met zijn schuin getrokken voorhoofdplooien en scheve oogen een fanatiek Japanner, het type van een vervloekend heiden, wat zelfs door zijn hoogen hieratisch witten mijter eerder wordt versterkt dan geneutralizeerd. Aan den anderen kant komt het angstig verbaasd profiel van een grijs-gebaarden Jood naar voren, den zoekenden zwerver Ahasverus, die zich een oogenblik aan ’t mysterie vergaapt, maar dan onvoldaan en onbekeerd zal verder gaan. Naast zijn dorre gestalte treft levendig een jonge vrouw met groote, kinderlijke oogen en fraai gewelfde brauwen. Haar geborneerd gezichtje, afgesloten door een rooden band om gitzwaar haar en gesluierd met een lange sjaal van vlekkig ultramarijn, kijkt vraagziek voor zich uit, terwijl zij de palmen van haar smalle handjes toont, of ze het noodelooze van zóóveel zelfvernedering in Jezus wilde wraken. Deze lichtelijk zigeuner-typische vrouw – portret van de schilderes Mevr. Elout-Drabbe – is een moderne representante van de niet-begrijpende wereld, van wie Paulus’ woord over de Passie geldt: “voor de Joden een ergernis en voor de Heidenen een dwaasheid”. Bescheiden daarachter schuilt half de schuldbewuste zondaar weg [Toorop], die het “mea culpa” klopt op zijn rouwmoedige borst en zóó de skeptische of weerbarstige elementen weldadig overstemt’.[5]

Bij deze uitleg moet de kanttekening worden geplaatst dat Molkenboer over het hoofd heeft gezien dat niet Ahasverus de pelgrims- of zwerversstok in de hand heeft, maar een kleine figuur die de kap zover over het hoofd heeft dat hij niet zichtbaar is. Ook de typering van Mies Elout-Drabbe doet vermoeden dat Molkenboer uitging van een beschrijving van Toorop, die de kunstenaar al werkende aan het paneel zelf alweer had aangepast. Zo is het gebaar van de schilderes met de open handen er niet een van afweer of scepsis, maar – vooral gelet op het vertrouwde schema van Maria Onbevlekt Ontvangen – meer van onschuld en genade. Een variant op het Ecce homo dat Pilatus uitsprak na de foltering van Jezus. Dit rijmt ook beter met het mea culpa van Toorop naast haar.

Het voert te ver om hier van iedere statie aan te geven welke personages precies te herleiden zijn tot bestaande mensen; bovendien zijn er ook twijfelgevallen, vooral bij enkele vrouwenfiguren. Men krijgt de indruk dat Toorop tussen de uitgesproken portretten en de typeachtige koppen van met name de soldaten en joodse figuranten een diffuus gebied heeft betreden. Tot dit gebied hoort opvallend genoeg ook Christus, die alleen in de derde statie als type is weergegeven. Hier lijkt Toorop het proces andersom te hebben ingezet: hij heeft het vertrouwde, geïdealiseerde Christustype voorzien van realistisch aandoende gelaatstrekken en met name haarpartijen, waardoor zijn mens-zijn is geaccentueerd. Die gelaatstrekken heeft hij in zoverre verbijzonderd dat we niet met één, maar met verschillende Christushoofden te maken hebben. Wie immers kan zeggen dat hij Christus feitelijk (her)kent, zal Toorop mogelijk gedacht hebben.

Jan Toorop, Elfde statie: Jezus wordt aan het kruis genageld (ongesigneerd, ongedateerd, 1917-1918) (Marcus 15:24, Lukas 23:33, Johannes 19:18). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012 (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Jan Toorop, Elfde statie: Jezus wordt aan het kruis genageld (ongesigneerd, ongedateerd, 1917-1918) (Marcus 15:24, Lukas 23:33, Johannes 19:18). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012. Klik op de afbeelding voor een vergroting. 

Naschrift

Tot zover het fragment uit De genade van de steiger. Dit behelst niet het hele verhaal over de kruisweg van Toorop, maar wie weet komt dat nog in het kader van het eeuwfeest dit jaar.
Meer lezen? Kijk dan of je het boek tweedehands kunt kopen, want bij de Walburg Pers is het uitverkocht.

Overigens kun je de integrale kruisweg op deze site bekijken onder deze link. Als je vervolgens doorscrolt kom je een stukje tegen over het netwerk wat Toorop en Joseph Cuypers delen. Al zeggen we het zelf, heel interessant!

Het zou fijn zijn als je dit webverhaal wilt delen of mailen. Dat kun je doen via de knop de knop delen onderaan de pagina. Wat vind je van de hashtag #Toorop of #GvdSteiger?

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Terug naar De genade van de steiger!

Bronnen

Bovenstaand stuk komt uit paragraaf 6.2.4 De kruisweg van Oosterbeek (1916-1919), pp. 287-298, uit De genade van de steiger. In de voetnoten staan verkorte titels die volledig zijn aangehaald in de bibliografie van het boek dat inmiddels echter uitverkocht is. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verwacht de monografie binnenkort on line toegankelijk te maken.

De paragraaf is geschreven in nauw overleg met de initiator van De genade van de steiger, Gerard van Wezel, die de kruisweg een bijzondere plek gaf in zijn tentoonstelling over Jan Toorop in 2016.*

Toelichting op enkele namen en begrippen

  • Voor de trits lijden, strijden en overwinnen – in de ruimtelijke ordening van het kerkgebouw betiteld als lijdende, strijdende en overwinnende kerk – zie Hubar, De genade van de steiger, p. 175. Hieraan is ook de frase ontleend over de worsteling met de golven, oorspronkelijk van J.A. Alberdingk Thijm uit zijn publicatie De Heilige Linie (editie 1910).
  • Op YouTube zijn verschillende uitvoeringen van Te Deum laudamus van Alphons Diepenbrock te vinden, waaronder deze: https://youtu.be/UxCpqbaafDg. Diepenbrock was overigens geparenteerd met de architecten Cuypers via de familie Alberdingk Thijm. Zowel Pierre  J.H. als zijn zoon Joseph Th.J. hadden een meer dan oppervlakkig contact met hem, zoals blijkt uit de hymne Caelestis urbs die de componist voor Cuypers senior schreef toen hij 70 werd. Lees verder onder deze link.
  • Wezel, G.W.C. van. Jan Toorop: zang der tijden. [Den Haag] : Zwolle: Gemeentemuseum Den Haag ; WBOOKS, 2016, pp. 230-231.
  • Riegls dichotomie: (volgt)

Noten (deze refereren aan de noten in de publicatie)

[1]    KB krantenbank, zoektermen: Toorop kruisweg (Algemeen Handelsblad 29-12-1918) Cursief door de auteur).

[2]    Van Wezel, Kunstenaarsfamilie Toorop/Fernhout, p. 59. Wissing e.a., Toorop’s kruisweg, pp. 5-18.

[3]    Cuypers, Gebrandschilderd glas (1919), pp. 119, 201.

[4]    Molkenboer, Kruisweg (1918), pp. 193-194. Wissing e.a., Toorop’s kruisweg, p. 20.

[5]    Molkenboer, Kruisweg (1918), pp. 193-194.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2DqXb5M-VanHH2Org

Booklovers | Selma van Carolijn Visser

Booklovers | Selma — Sinds enige tijd ben ik lid van een leesclub, Booklovers genaamd, die ontstaan is als spin-off van een andere club waar ik met veel genoegen lid van ben: Probus Rura et Mosa in Roermond. Toen ik dat laatst in een gezelschap vertelde werd daar nogal lacherig over gedaan. ‘Jij in een leeeeesjclub’, was het lijzig meesmuilende commentaar: ‘Zeker alleen maar vrouwen’. Het was goedmoedig bedoeld, maar ondertussen … wat een boodschap! Is lezen nu ook al gender bepaald? Of is het weer vrij schieten op slimme vrouwen die zich wat menen met hun gelees en intellectuele praat.* ‘t Riekt naar kinnesinne!

Lid worden van een leesclub stond al jaren op mijn lijstje, maar omdat ik zo druk ben met ons werk – ons dagelijks brood – kreeg van alles voorrang. Waarom ik het dan toch zo graag wilde? Omdat het grensverleggend is! Omdat het je dwingt boeken te lezen, die jezelf niet zou kiezen. Het verruimt dus je blik, temeer omdat je tegelijkertijd de drang voelt om je beter te verdiepen in de materie; en voor jezelf op een rij te zetten, wat en waarom je het verhaal wel of niet iets vindt.

Voordat we naar onderstaande bespreking gaan, wil ik graag kwijt dat ik destijds niet vóór, maar nà mijn verblijf naar China gegrepen werd door het debuut van Carolijn Visser, Grijs China. Wat een boek! Sowieso vind ik haar reisverhalen bijzonder. Maar we zijn met Booklovers geen applausmachine, zoals je hieronder zult zien.

En mijn korte verblijf in China? Volg daarvoor deze link.

Selma van Carolijn Visser

Het eerste boek dat we met Booklovers in 2019 hebben besproken was de roman Selma. Aan Hitler ontsnapt. Gevangene van Mao van Carolijn Visser, winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2017. Ik had het werk voor de bespreking voorbereid.

Selma | De kinderen Greta (rechts) en (Dop) Tseng Y Tsao (links) met Carolijn Visser (rechts midden). Screenshot bvhh.nu Facebook 31 oktober 2018.

Selma | De kinderen Greta (rechts) en (Dop) Tseng Y Tsao (links) met Carolijn Visser (rechts midden). Screenshot bvhh.nu Facebook 31 oktober 2018.

De Libris Geschiedenis Prijs bekroont, aldus NRC, historische boeken die een algemeen publiek aanspreken. De criteria zijn dat het boek een oorspronkelijk onderwerp heeft, prettig leesbaar is geschreven en op gedegen historisch onderzoek stoelt. In het geval van Selma beschreef de jury het boek als een werk dat ‘meeslepend is geschreven en zodoende een breed publiek aanspreekt […] Dankzij Carolijn Visser komt de beangstigende geschiedenis van de Culturele Revolutie op onze eigen stoep te staan.’

Wie ook andere recensies heeft gelezen, valt op dat dat de grote gemene deler is van de waardering van het boek. Ook bij Booklovers waren we allemaal gegrepen door Selma. Toch bleek al snel bij de bespreking dat hoe indrukwekkend ook, eigenlijk niemand het een goed geschreven boek vond. Rommelig, hier en daar van de hak op de tak en vaak onderwerpen er met de haren bijslepen, die op zich wel relevant waren voor het thema, maar op onverwachte plaatsen hun entree maakten. Daartoe behoorden ondermeer de achtergronden van de culturele revolutie en de opstelling van de communistische partij in Nederland. Eer je er achter bent wat Selma en haar vader is overkomen tijdens de Tweede Wereldoorlog ben je drie verspreide hoofdstukken met losse, haast kwansuis geschreven passages gepasseerd. Dat wreekt zich minder zodra de auteur de chronologie aan haar kant heeft, zoals met het meer dan schandelijke optreden – of liever het gebrek daaraan – van Buitenlandse Zaken. Er zitten dus ook hele bijzondere hoofdstukken bij, waarin het wel lijkt of Carolijn Visser een soort ooggetuigenverslag geeft.

En daarmee kwamen we tot de crux van het onbehagen: de auteur heeft een specialisme in het schrijven van reisverhalen. Met Grijs China heeft ze daarvoor de toon gezet, maar ook een min of meer vergelijkbaar boek als Vrouwen in den vreemde (2015) laat zien waar haar kracht zit: reisimpressies en interviews waarbij ze zichzelf als auteur haast wegcijfert om de figuur in kwestie zo goed mogelijk tot zijn of haar recht te laten komen. Dat doet ze in een karige stijl zonder franje, zonder boeiende constructies, beeldspraak of zinswendingen, die zich daar heel goed voor leent. Maar een biografie vraagt toch een andere aanpak.

Bij Booklovers kunnen we dit goed vergelijken, doordat we inmiddels al heel wat biografieën achter de rug hebben, onder meer van Jolande Withuis (Juliana) en Annejet van der Zijl (Bernhard) (zie het overzicht van 2017 en 2018).* Kortom, noch op het gebied van de structuur, noch de stijl en – eerlijk is eerlijk – noch qua onderzoek ligt hier iets dat de vergelijking kan doorstaan met grote biografieën die de laatste jaren zijn verschenen. En dat maakt het weer zo bijzonder: dat een niet zo geweldig geschreven boek toch goed kan zijn; dat Carolijn Visser een werk neerzet dat – misschien wel geholpen door de handicaps – het indringende verhaal wat houterig, maar toch echt in al zijn facetten over het voetlicht brengt. In die zin doet het recht aan wat ze zelf over haar metier vertelt:

„Ik ben niet op zoek naar mezelf of naar losse ervaringen. Ik wil het heden persoonlijk maken. Wat ik zie, hoor, meemaak, moet ik eerst ordenen en onder woorden brengen. Een groot deel van mijn tijd wordt in beslag genomen door lezen, nadenken, verbanden leggen. Stukje bij beetje probeer ik zo de werkelijkheid te vatten, wat iets anders is dan de waarheid. Ik geef vorm aan de geschiedenis. Ik hoor mijn vader nog zeggen als ik eens iets probeerde te vertellen aan tafel: ‘Als je geen goed verhaal kunt houden, moet je anderen er niet mee lastig vallen. Wat je zegt, moet een kop en een staart hebben. Dus om te beginnen, zou ik zeggen…’ Dat is dus wat ik doe. Een goed verhaal vertellen.”

Meer weten over Carolijn Visser? Lees dan dit uitgebreide interview met haar in NRC Rinskje Koelewijn, 7 januari 2017 – Leestijd 8 minuten. 

;-) B.

De Booklovers bespreken Selma (2019).

De Booklovers bespreken Selma (2019).

Verwijzingen

  • Sinds ik controle heb gehad van de belastingdienst die volledig uit de hand liep omdat de betreffende, inmiddels gepensioneerde ambtenaar niet tegen slimme vrouwen kon – woorden van zijn superieur – ben ik hier uitermate gevoelig voor! Ik ben heel dankbaar dat onze belastingadviseur, mr Annemarie Wernink, de schade heeft weten te beperken. En ja, je voelt ‘m al aankomen: ook zij was de gebeten hond.
  • Sowieso komt me dat heel goed uit vanwege de voorbereiding van de biografie van Joseph Cuypers.
  • Verkorte link van dit item:

Waterschapsverkiezingen 20 maart 2019

Hoogwater bij de grindplassen in Ohé: links op de foto de Daalderweg op de oorspronkelijke winterdijk, op vijf minuten lopen van ons huis; rechts het wassende water dat normaal circa 4 meter lager staat. Foto bvhh.nu, 17 maart 2019.

Hoogwater bij de grindplassen in Ohé: links op de foto de Daalderweg op de oorspronkelijke winterdijk, op vijf minuten lopen van ons huis; rechts het wassende water dat normaal circa 4 meter lager staat. Foto bvhh.nu, 17 maart 2019.

Vandaag heb ik een oproep gemaild aan zoveel mogelijk vrienden, kennissen en relaties in Limburg om de waterschapsverkiezingen van 20 maart onder de aandacht te brengen. Na alles wat we de afgelopen jaren hebben meegemaakt, ben ik ervan overtuigd dat de problemen bottom up aangepakt moeten worden. Denken vanuit de microkosmos, van hoe je als mens zelf verantwoordelijkheid kunt nemen voor het klimaatprobleem. De waterschapsverkiezingen lenen zich daar bij uitstek voor. Vandaar mijn oproep!

Overmorgen vinden de waterschapsverkiezingen plaats die door veel mensen als een soort bijwagen van de provinciale statenverkiezingen worden beschouwd. Onlangs ging een van de columnisten van Dagblad De Limburger zover om te adviseren géén stem uit te brengen: alleen ZEIK op het stembiljet schrijven was voldoende. Want wat is er nou meer overbodig dan een gekozen waterschapsbestuur.*

Wat je daar ook van vindt, hoe belangrijk water is, zal geen weldenkend mens ontkennen. Dat de problemen met de beheersing daarvan afgelopen jaren steeds klemmender zijn geworden valt evenmin te negeren.

Daarom ben ik zo vrij om jullie via deze mail voor te stellen aan mijn vriend Steef Stevens, waterbouwkundig ingenieur, die zich in Limburg verkiesbaar heeft gesteld (zie zijn mission statement in de bijlage). Waarom ik dat doe? Omdat hij een deskundige is die vanuit zijn kennis van en passie voor water – dus niet als politicus – meedoet aan deze verkiezingen. Dat soort expertise lijkt me onmisbaar voor de toekomst van de provinciale waterhuishouding de komende jaren.

Ik kan hem dan ook van harte aanbevelen voor aanstaande woensdag. Je vindt hem bij ‘Water natuurlijk Limburg’, lijst 11, nummer 6.

Met vriendelijke groet,

Bernadette

Dus waar je ook woont, laat je stem horen! Niet alleen voor Provinciale Staten, voor een goed regionaal klimaatbeleid, maar óók voor de waterschappen!


Mission statement

2019 Mission statement Steef Stevens

Verwijzingen

De asterisk * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • De column van Frans Pollux in Dagblad De Limburger van 8 maart 2019.
  • De reactie daarop van Water Natuurlijk Limburg d.d. 15 maart 2019. Op punten is het een goed weerwoord, maar anders dan lijsttrekker Peter Freij, ben ik van mening dat het wel degelijk nodig is om vakmensen in het bestuur te hebben, willen ‘de duizenden professionals die in dienst zijn van de waterschappen’ kritisch gemonitord worden. Zijn argumentatie op dit gebied lijkt me nog meer reden om waterbouwkundigen als Steef Stevens in het bestuur van de waterschappen te willen hebben.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2Cq7kz7-VanHH2Org

Update februari-maart 2019

Florale geometrie in de bekroning van de steunberen van het schip van de nieuwe Bavo. De sporen daarvan werden tijdens de restauratie achterhaald, op basis waarvan de reconstructie plaatsvond. Foto bvhh.nu 2016.

Florale geometrie in de bekroning van de steunberen van het schip van de nieuwe Bavo. De sporen daarvan werden tijdens de restauratie achterhaald, op basis waarvan de reconstructie plaatsvond. Vanaf 5 april is de organische flora weer te bewonderen in het evenement ‘De nieuwe Bavo bloeit’. Uitvoering Jojanneke Post/Davique Sierschilderwerken. Foto bvhh.nu 2016.

Update februari-maart 2019 — Niets blijft hetzelfde en dat geldt ook voor de items op deze website. Welke berichten hebben we de afgelopen tijd bijgewerkt?

Meest bekeken in februari — En dan hebben we ook nog de topscore van de majeure berichten van februari op de pagina ‘Links sociale media | Facebook, Twitter, Instagram, LinkedIn &’. Neem een kijkje en laat je verrassen! Surf naar http://bit.ly/VanHH2Org21.

Meer over kunst, cultuur & erfgoed kun je vinden op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB. Hier plaatsen we niet alleen onze eigen verhalen, maar verspreiden we ook interessante blogs van collega’s en instellingen. Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de kunst-, cultuur- & erfgoedberichten een nog grotere actieradius bereiken!

Never a dull moment!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Categorie ‘Klein maar fijn’

Op onze Facebookpagina houden we onder meer het nieuws bij van de Roermonds kunst-, cultuur- & erfgoedinstellingen, waaronder het Historiehuis in Roermond.

Graag attenderen we je op deze tentoonstelling, omdat het Historiehuis op een kleinschalige manier laat zien waarin de collectie van de stad geworteld is. En dat varieert van bijzondere oudheidkundige objecten tot de visitekaartjes van Pierre J.H. Cuypers en zelfs … sigarenbandjes van het merk Ernst Casimir. Een leuke tentoonstelling die goed te combineren valt met een bezoek aan het Cuypershuis.

Stoelenparade | Carnaval op Curaçao

Stoelenparade


Met ‘Gedicht op maandag’ gaan we naar Carnaval op Curaçao. De Stoelenparade laat zien wat daaraan voorafgaat. Niet alleen het feest wordt opgebouwd, maar ook de stemming. Collage bvhh.nu 2019 met foto's van bvhh.nu en Bruno Casonato uit 2011.

In stille hitte staan de stoelen
langs de straat
door smalle kettingen aan
elkander vast geklonken
de zitting leeg
verwachtingsvol
een lange rij die traag
de bocht om sliert
door clusters houten
bouwsels afgewisseld
staketsels in een klein palet aan kleur
felle toetsen en gedempte tonen
tussen plastic, hout en roest
van meubels die ‘t moment suprême
een wisseling van de wacht beleven
een grillig lint gespannen ongeduld
een paternoster
lineaire wijzerplaat
waar seconden dagenlang gaan duren
totdat het Carnaval van
start zal gaan

Eerst paarden, dan
kinderen, dan grote mensen
in hun veelkleurige tenue
dansen de stoelen tot
leven gekomen met
waaiende handen van het publiek
Een zinderend decor voor
de pralende stoet
die vol bombarie
Aswoensdag weer
de tijd intrekt.

Stoelenparade | Als je goed kijkt zie je ze al zitten. Langzamerhand verschijnen de contouren van het publiek. Of zouden deze juweeltjes vervangen worden voor gemakkelijke stoelen? Carnaval op Curaçao, bvhh.nu 2011.
__________________________

Naschrift — Het gedicht ‘Stoelenparade’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Morgen krijgt het een apart plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom dat in deze tijd van het jaar onverbrekelijk verbonden is met Carnaval. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Het was opmerkelijk genoeg niet de toer zelf, maar de toegift van onze gids die een ongeslagen hoogtepunt vormde: de rijen met lege stoelen langs de route van de Carnavalsoptocht die leidde tot de Stoelenparade. Terwijl ze ons langs het uitgerekte lint aan lege stoelen en kramen en tribunes reed, kwam de stem van dit gedicht opzetten. Het wonderlijke verhaal dat de mensen wekenlang van te voren hier hun plekje voor de optocht zeker stellen, om het haveloze exemplaar op het laatste moment te vervangen door een volwaardige zetel fascineerde me. Wat een superbe manier om naar Carnaval toe te leven. Een dag later ben ik teruggekeerd om de verwachtingsvolle leegte te kunnen ervaren, te fotograferen en het ene woord na het andere uit de atmosfeer te plukken. Mijn gedichten zijn eerst en vooral een kwestie van concentratie, observatie en dan woorden plukken die eigenlijk al aanwezig zijn en er alleen om vragen gevangen te worden.

Of ik zelf iets heb met Carnaval? Het feest hoort net als Driekoningen tot mijn meest gekoesterde jeugdherinneringen. Wie weet vertel ik daar nog wel eens wat meer over.

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Voor de achtergronden van Carnaval geven de volgende titels meer informatie:
    • het interessante en goed doortimmerde webartikel van Jef de Jager. “Carnaval”. Rituelen en tradities (blog), 2013-2019. bit.ly/2UfOMbz-Gom.
    • een aardig beeld geeft ook: NTR, Omroep. “Hoe ontstond carnaval in het zuiden van het land?” NPO Focus, z.j. 2019. bit.ly/2C1NLgp-Gom.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.
  • Bovenstaande items zijn opgemaakt met het bibliografisch programma Zotero.
  • Meer weten over de rubriek ‘Gedicht op maandag’? Volg dan deze link.

Ben je een keer in Willemstad op Curaçao vlak voor Carnaval, ga dan eens kijken bij de Roodeweg en de Bredeweg, waar de stoet langstrekt.

  • Verkorte link van dit item: bit.ly/2EoQW1Y-VanHH2Org
  • Unieke zoekterm: 2EoQW1Y
  • Het belangrijkste project waarmee we bezig zijn, is de Joseph Cuypers Collectie. Ga eens kijken onder deze link.
  • Via de afbeeldingen hieronder kun je verder bladeren door onze website.