Met de schikgodinnen het jaar uit …

Surf naar deze blog op onze site voor het gedicht en het achtergrondverhaal.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


En verder nog …


Wil je weten hoe het allemaal begon met de gedichten op deze site, klik dan op deze link.

Meer gedichten en verhalen lezen, die Bernadette bij gelegenheid van Kerstmis, Oud & Nieuw en Driekoningen schreef? Pluk dan eens wat uit dit rijtje:

  • 2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019 via deze link.
  • Tweemaal Driekoningen | Sweet memories (2016; 2018) via deze link.
  • Nieuwjaarswens op Driekoningen (2017) via deze link.
  • Kerstverhaal in de Poolse Kapel (2017) via deze link.
  • Deinend … (2009; 2017) via deze link.
  • Zalig kerstfeest allemaal! (2016) via deze link.
  • Driekoningenfeest (2016 op if then is now) onder deze link.
  • Draaiende spiralen (2015) via deze link.
  • Wat schikt het … (2015) via deze link.
  • Een ster en een kroon (2015-2016) via deze link.
  • De Kerstkapel van de nieuwe Bavo (2015) via deze link.
  • De vlam van de kosmos tegen ‘t blauw | Nieuwjaarswens 2014 via deze link.
  • Rood | Colourfield (2014) via deze link.
  • Boven de Kerstkapel (2013) via deze link.
  • Daar schoten drie stralen dooreen … (2013) via deze link.

Voor een volledig overzicht van ‘Gedicht op maandag’ surf je naar deze pagina met het Twitteroverzicht van 2017.

‘Gedicht op maandag’ komt eens in de twee à drie weken langs op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de erfgoedgedichten een nog grotere actieradius bereiken!

2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019

Deze diashow vereist JavaScript.

Wil je rustig door de dia’s wandelen, navigeer dan zelf met de muis of bij een touchscreen met je vinger.

2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019 — We staan er iedere keer weer van te kijken hoeveel inspiratie je opdoet op die paar vierkante kilometers die we tot onze microkosmos kunnen rekenen. Wie het verzonnen heeft, weten we niet, maar langs de Wijdesteeg in ons dorp ligt een akker met het meest milieubelastende gewas – mais – ingesnoerd in een buffer van zonnebloemen en wilde kruiden. Iedere zomer weer een feestelijk contrast.

Zonnebloemen roepen een weelde aan associaties op. De meeste mensen denken vaak als eerste aan het werk van Vincent van Gogh, maar bij de uitgebloeide variant denk ik altijd aan de prent van Richard Nicolaas Roland Holst. En wat verder mijmerend kom je terecht bij de muurschilderingen van Jean Adams in Nunhem, die nauwelijks iemand kent. Ze zijn opgenomen in De genade van de steiger, waar Bernadette tot de conclusie kwam dat hij als enige kerkschilder geprobeerd heeft het handschrift van Van Gogh te integreren in een monumentale schilderstijl.

Bij Adams die zowel priester als kunstenaar was, omlijsten de zonnebloemen heiligen, onder wie de madonna met het Christuskind. Zo refereert hij aan de bijzondere symboliek van de zonnebloem die – reikend naar de zon – staat voor het verlangen van de mens naar God, het licht der wereld. Niet zomaar een verlangen, maar een mystiek verlangen naar versmelting, naar eenwording met de Goddelijke bron. Het ultieme gevoel van thuiskomen!

We hebben de associaties voortgezet door iedereen een zonnig kerstfeest en een vruchtbaar nieuwjaar toe te wensen!

Bernadette en Marij

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Wil je het gedicht een keer in situ beleven, kom dan een keer wandelen in de natuurgebieden rond ons dorp. In de Hompesche Molen heeft natuurmonumenten een bezoekerscentrum ingericht en er is een brasserie, waar je terecht kunt voor versnaperingen.

Zou je naar Nunhem willen gaan om het werk van Jean Adams te bekijken, dan kan dat vermoedelijk het beste tegen het einde van de mis. Op de website van de parochie vind je meer informatie.



Om nog eens na te lezen …

… en aan te refereren, de tekst van het gedicht:

Een heel seizoen draaiden wij ons hoofd richting zon
een heel seizoen met het licht mee
van dageraad tot ondergang
reikend naar het licht der wereld
tot het slonk en slonk en vervaagde
de cyclus zijn eindpunt bereikte
nu geen hangend hoofd
uit treurnis of wanhoop
maar om het zaad te laten vallen
dat na de zonnewende
de geboorte van het licht
geborgen in de schoot van de aarde
ontkiemen zal
en opnieuw zal rijzen en bloeien en herinneren
aan het verlangen naar de bron
mens en oorsprong een geheel
in excelsis Deo

Nota bene — Al ons werk valt onder de CC-BY-NC-SA licentie. Er mag dus vrijelijk gebruik van gemaakt worden, mits de bron wordt vermeld.

Collectie Kersteindejaarsgedichten

Meer gedichten en verhalen lezen, die ik bij gelegenheid van Kerstmis, Oud & Nieuw en Driekoningen schreef? Pluk dan eens wat uit dit rijtje:

  • 2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019 via deze link.
  • Tweemaal Driekoningen | Sweet memories (2016; 2018) via deze link.
  • Nieuwjaarswens op Driekoningen (2017) via deze link.
  • Kerstverhaal in de Poolse Kapel (2017) via deze link.
  • Deinend … (2009; 2017) via deze link.
  • Zalig kerstfeest allemaal! (2016) via deze link.
  • Driekoningenfeest (2016 op if then is now) onder deze link.
  • Draaiende spiralen (2015) via deze link.
  • Wat schikt het … (2015) via deze link.
  • Een ster en een kroon (2015-2016) via deze link.
  • De Kerstkapel van de nieuwe Bavo (2015) via deze link.
  • De vlam van de kosmos tegen ‘t blauw | Nieuwjaarswens 2014 via deze link.
  • Rood | Colourfield (2014) via deze link.
  • Boven de Kerstkapel (2013) via deze link.
  • Daar schoten drie stralen dooreen … (2013) via deze link.

_________________

Verkorte link van dit item: bit.ly/2SZU6im-VanHH2org

Unieke hashtag #zonnebloem2018

Revisited | Sinterklaas 2011

Revisited — Toen ik vorig jaar (2017) startte met de rubriek ‘Gedicht op maandag’, voelde ik me rond Sinterklaas zowaar overvallen door de Goedheiligman, wat toch vreemd is voor een jaarlijks terugkerend feest. ‘Doe ik nu net alsof er niets aan de hand is, of speel ik er op in?’ Het werd het laatste. Ditmaal gaan we naar 2011, naar het gedicht wat ik voor Annelei Engelberts schreef, nadat ze mij het mooie boekje met ‘Brieven aan een jonge dichter’ van Rainer Maria Rilke als Sinterklaascadeau had gestuurd.* Annelei en ik hadden niet lang daarvoor de bundel Sur place* geproduceerd, zij de tekeningen en ik de gedichten, dus het leek me voor de variatie wel aardig om zelf eens een poging te wagen om lijnen op ‘t papier te zetten. Aandoenlijk vond ze het.

Revisited | Collage Sinterklaas met Annelei Engelberts, 'Sur place' en R.M. Rilke (2011). bvhh.nu 2018

En suivant

Voor 2011 gorden wij ons aan
het kompas gericht op
Spaanse krochten het
kerkhof der verloren boeken
achterna
waar vreemd genoeg
niet veel
te wachten staat

De sjamaan die van Turkije kwam
en schimmel en knecht
kreeg toebedeeld van
Wodan
die allesheerser
wereldwijd opgetuigd
met namen van Zeus
of Allah of Jahweh
of Demiourg, architect
van het universum
Die wijze wit bebaarde man
met tabbard, mijter en staf
als gekerstende insigniën
een koning te paard zijn
zwarte schildknaap
een tegenspeler
archetypes

… aartsbeelden
waarvan ieder
van ons
ze in het gedeelde
geheugen bezit
Daar liggen de verhalen
die oeroud
gezaaid zijn
in ons bloed
en af en toe
ruisend
op onze hartslag
naar boven dringen
tot
bewustzijn hun
een kleed aantrekt
dat wij met
onze zintuigen
omhelzen.

Laat dat het
avontuur zijn
dat in 2011
wacht.

Bernadette van Hellenberg Hubar & Annelei Engelberts in Soissons (2009). Foto Poul de Haan.

__________________________________

Naschrift — Annelei en ik hebben elkaar leren kennen tijdens een van de excursies van ‘Kunst der vormen’.* Ik vertelde haar dat ik al enige tijd zocht naar iemand om een bundel mee te maken: mijn partner de tekeningen en ik de gedichten. Ze reageerde heel spontaan dat zij dit wel wilde proberen. Van haar werk heb ik om te beginnen dankbaar gebruik gemaakt voor de bundel Poèmes de Picardie (2009). Daarna hebben we een jaar samengewerkt aan Sur Place. Met haar Delftse stedenbouwkundige achtergrond leek het haar aardig om iets te doen met een stad, en dan wel een met een interessant stedenbouwkundig verleden. Het werd Roermond, een stad waar ik zoveel onderzoek heb gedaan dat de bijzondere onderwerpen voor het oprapen lagen. Hoogleraar Peter Nissen was dat jaar bezig met zijn grote monografie over Roermond en nog altijd ben ik hem dankbaar dat hij tijd vrijmaakte om mijn historische post scriptum te lezen. Dat is mijn makke … ik kan niet zomaar gedichten over de schutting gooien, ik wil de lezer ook graag voeden met informatie om ze te interpreteren. Of dat nog steeds een taboe is in schrijvend Nederland, weet ik niet en dat boeit me ook niet zo.

En dan Rilke met zijn adviezen aan een jonge dichter. Goede wijn behoeft geen krans en dat geldt ook hiervoor. Je zou iedereen zo’n liefdevolle mentor gunnen en misschien heeft iedereen die ook wel nodig. Wat ik in ieder geval al die jaren ter harte genomen heb is Rilke’s opmerking ‘Kunstwerken zijn van een oneindige eenzaamheid en met niets zo weinig nader te komen als met kritiek. Alleen liefde kan ze omvangen, bewaren en recht doen wedervaren.’* Bij geen enkel poëtengezelschap heb ik me aangesloten, geen enkel forum heb ik opgezocht. Alleen in binaire sferen deel ik de gedichten uit, laat ik ze los in de wereld, geef ik ze vleugels door mijn periodieke rubriek ‘Gedicht op maandag’.

Hoe vreemd dat ook schijnt te zijn, Rilke heeft bij mij een bijzondere plaats gekregen in het boek over de nieuwe Bavo, en wel bij de Unvollendete. Het was de inmiddels oud-plebaan van de kathedraal die me attendeerde op het gedicht uit Das Stundenbuch (1905) over de niet te voltooien kathedraal. Ik heb dit gedicht van Rilke eerder aangehaald bij het gedicht ‘Atomen’ uit de minicyclus over de Medersa Ben Youssef in Marrakesh.*

Tja, en dan het onvermijdelijke onderwerp … Zwarte Piet. Ik herhaal hier wat ik op Facebook in besloten kring al heb gezegd naar aanleiding van de afgewogen blog van Jaïr Cijntje: ‘Dit is zo’n discussie waar ik buiten wil blijven, omdat ik de escalatie op z’n zachtst gezegd verontrustend vind. Maar eerlijk is eerlijk … dit is een evenwichtig verhaal [van Jaïr Cijntje]. En als we alles terzijde schuiven – ook de cultuurhistorische argumenten die heel valide (kunnen) zijn – dan gaat het alleen nog maar om de menselijke maat’.*

In mijn gedicht refereer ik aan archetypen. Hoe sterk dat achteraf voor deze discussie op blijkt te gaan, onthullen twee jonge filosofen in hun artikel over het ‘feest van impliciet racisme’.*

Is december geen mooie maand om te wijden aan de menselijke maat?

Alle Menschen werden Brüder!*

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!  


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Rilke, Rainer Maria, en Theodor Duquesnoy (vertaling). Brieven aan een jonge dichter. Amsterdam: Balans, 2009.
  • Engelberts, Annelei, en Bernadette van Hellenberg Hubar. Sur place, Roermond in dertien beeldgedichten. 1ste dr. Amsterdam/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/Surplace-2011. Daarna hebben we samen Wikken en wegen gemaakt, in opdracht van de Rechtbank Roermond toen deze opging in de Rechtbank Limburg (2013-2014).
  • Surf daarvoor naar deze link.
  • Rilke, Brieven aan een jonge dichter, p. 16.
  • Hubar, De nieuwe Bavo, p. 163, Rilke, Ranson en Hutchinson, Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours, pp. 19-10, 201 (blijkens p. 201 schreef Rilke dit gedicht uit Das Stundenbuch (1905) in 1899). Van Ogtrop had dit gedicht weer doorgekregen van Eric Ottenheijm, assistent hoogleraar Joodse en bijbelse studies. De gecursiveerde woorden zijn van toepassing op het aanzien van de nieuwe Bavo. Het roept natuurlijk de vraag op of Joseph Cuypers dit ooit heeft gelezen. Mocht dat zo zijn, dan is het vast een feest van herkenning voor hem geweest. Surf naar het gedicht ‘Atomen’ uit de minicyclus over de Medersa Ben Youssef in Marrakesh via deze link.
  • Cijntje, Jaïr. “Zwarte Piet: wat is er nou precies racistisch aan?” Ondertussen.nl, 26 september 2018. http://bit.ly/2QCv8br-Evernote. Mijn Facebook bericht dateert van 21 november 2018.
  • Jongepier, Fleur, en Sem de Maagt. “Waarom Zwarte Piet onacceptabel is”. De Groene Amsterdammer, 4 december 2014. http://bit.ly/2U5pddO-Evernote
  • Uit de Ode an die Freude van Friedrich von Schiller uit 1785/1803. Dit gedicht heeft vooral naam gemaakt doordat Beethoven de tekst op muziek heeft gezet in het laatste deel van zijn Negende symfonie in 1823. De tekst is onder meer te vinden op Wikipedia. De ode van Schiller/Beethoven werd in 1972 door de uitgekozen als volkslied. Op Youtube is een hele menigte uitvoeringen te vinden!

 

De architecten Cuypers en het Vitruvianisme

Voor het oktobernummer van Vakblad Vitruvius (2018) hebben we een artikel gemaakt over het vitruvianisme en de architecten Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers. Daarmee sloeg ik twee vliegen in een klap. Ik wilde namelijk de balans opmaken van waarin vader en zoon Cuypers verschillen als het gaat om het zogenaamde ontwerpen op systeem. Daarom heb ik twee publicaties geklutst: hoofdstuk 10 van mijn proefschrift en verschillende passages in het boek over de nieuwe Bavo die opgezocht kunnen worden met de zoektermen: proportie, geometrie, geometrisch, cirkel, vierkant, driehoek.*

Of deze exercitie iets heeft gebracht? Ik denk het wel. Ik sta er iedere keer weer van te kijken hoe effectief een andere aanvliegroute kan werken. Heel interessant hoe nieuwe inzichten ontstaan; in dit geval niet alleen ten aanzien van de architecten Cuypers, maar ook wat betreft de wisselwerking tussen Joseph Cuypers en H.P. Berlage. Ga het verhaal maar eens lezen. Wil je er met de zoektoets doorheen gaan, download het artikel dan via het frame hieronder of deze link.

De architecten Cuypers en Vitruvius

Omdat hele stukken van een eerdere publicatie van mijn hand zijn overgenomen, wordt dit in academische kringen wel betiteld als ‘self plagiarism’. Voor mij valt dit onder de categorie ‘De honden blaffen en de karavaan trekt verder’. Zelfs in recensies word ik betiteld als iemand met ‘een missie’ en dat brengt met zich mee dat ik me bewust herhaal. Het is een oeroud pedagogisch adagium dat je alleen zo de boodschap in kunt slijpen. Zeker als het om een verhaal gaat dat voor de meeste mensen nog altijd als nieuw ervaren wordt en al helemaal als de lijn doorgetrokken kan worden naar lopend onderzoek, heeft – partiële – herhaling een evidente meerwaarde. Op dit punt zie je dat de wetenschap achterloopt op de sociale media, waar herhaling een erkend stukje gereedschap is. Pedagogiek en marketing vallen hier samen.

Overigens is dit ook een goed moment om een paar zaken aan te vullen en te corrigeren:

  • Bij de Teeken- en Ambachtsschool ontbreekt de architect die formeel het laatste gebouw ontworpen heeft, L.H. Luyten. Waarom er zoveel mensen aan mee hebben gewerkt? Dat kwam omdat Cuypers senior op dat moment in de gemeenteraad zat. Volgens de grote oeuvrecatalogus van het werk van Cuypers senior staat het vroegste ontwerp op naam van Joseph Cuypers (1894). Tevens blijkt dat verschillende tekeningen op het bureau van vader en zoon Cuypers in Amsterdam zijn gemaakt, waaronder een voorontwerp van het uiteindelijke complex aan de Godsweerdersingel.* Het ziet ernaar uit dat Joseph Cuypers een groter aandeel heeft gehad in het project, dan ik destijds in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw dacht.
  • Bij afbeelding 12 ontbreekt de naam van de fotograaf, Jan Straus.
  • De spreuk uit het ‘Boek der Wijsh. IX, 21’ dat God als een demiurg de kosmos met maat, getal en gewicht heeft geschapen – lees geconstrueerd – staat níet in de onderdoorgang van het Rijksmuseum gekalligrafeerd. Ik moet het tijdens mijn promotieonderzoek ergens hebben gevonden, dus misschien was het een andere plaats in het Rijksmuseum of een nooit uitgevoerd voorstel. Maar ruim dertig jaar na dato wil het echte laatje in mijn geheugen niet opengaan. Hopelijk kan iemand me dit nog een keer vertellen.

Je weet het, schrijven is trial and error dus terugkoppeling is altijd welkom!

;-) B.

Een van de tegeltableaus van de Roermondse Teeken- en Ambachtsschool (1904-1908). Hierin zijn de drie primaire schema’s van het driehoekssysteem van Viollet-le-Duc gecombineerd tot een afbeelding, waaronder de drie sleutelwoorden uit de bijbehorende tekst in zijn ‘Dictionnaire’ staan: Geometrie, Stabiliteit en Proportie. Foto Jan Straus Roermond.


Bronnen en verdere informatie

Nota bene — Voor de verkorte titels zie de algemene bibliografie van deze site of een van de deelbibliografieën (Joseph Cuypers Collectie, Clemenskerk):

  • Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 325-348: ‘Het reliëf De Bouw- en beeldhouwkunst. De Griekse “meester van het werk” en Cuypers’ proportiesysteem’. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, register, zoektermen: proportie, geometrie, geometrisch, cirkel, vierkant, driehoek. Het hoofdstuk in mijn proefschrift gaat op zijn beurt terug op een artikel in de feestbundel van mijn promotor, Kees Peeters: Hubar, “‘De door wiskunst en verbeelding gebouwde kerk'”, pp. 249-259.
  • Berens e.a., P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk, p. 313.
  • Hubar, ‘”Een godin die nooit onverschillig blijkt”‘.
  • Het artikel in Vitruvius kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “De architecten Cuypers en het vitruvianisme”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 12 (2018): 18–27. http://bit.ly/2zqa7qm-VanHH2Org Meer weten over Vakblad Vitruvius, volg dan deze link
  • Verkorte link van dit item: bit.ly/2zqa7qm-VanHH2Org

Het Rijksmuseum kan iedereen vast wel zonder mij vinden, de nieuwe Bavo in Haarlem en de Dom van Keulen ook. Maar de Teeken- en Ambachtsschool in Roermond? Mocht je die willen bezoeken, neem dan van te voren contact op met de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV) die in de Teekenschool gehuisvest is. In de aanpalende Ambachtsschool zit het Limburgse Groenhuis. Ik heb het complex behandeld in hoofdstuk 4 van mijn proefschrift, nadat ik er eerder over gepubliceerd had in de vakbladen De Maasgouw en De Sluitsteen.* Heel bijzonder is de polychromie, waarover ik eveneens een artikel schreef na de voltooiing van de restauratie in 1997.* Kortom, zeer de moeite waard om een bezoek te brengen.

Winnaar inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg

Winnaar inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg — De afgelopen maanden heb ik verschillende keren op deze site aandacht gevraagd voor de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Eerst om mensen uit te nodigen om kandidaten aan te dragen en vervolgens om het publiek op te roepen om te gaan stemmen op één van de twaalf genomineerden. Zelf heb ik geen stem uitgebracht, omdat ik in de jury zat.* En ik kan je vertellen, het was heel spannend, ook al was in een vroeg stadium al duidelijk wie zich in de voorhoede bevond. Inderdaad … de winnaar!

Kasteel Borgharen – met kartrekker Ronny Bessems, zijn vrouw Amal en de vele vrijwilligers die zich voor dit rijksmonument inzetten – heeft de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg gewonnen.* In het stukje hieronder, dat op Facebook stond, lees je waarom. Vervolgens passeert nog een aantal items de revue die de sfeer van dit project aardig weergeven.

En zo zijn er nog heel wat meer berichten op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram!

Naschrift item winnaar inspiratieprijs 2018

Hoe ik terugkijk op de non-profitwerkzaamheden voor deze prijsvraag? Op zich positief, maar het heeft wel veel meer tijd gevergd, dan ik van tevoren had ingeschat. Dat komt omdat de zorg voor de sociale media onverwacht bij mij terecht kwam. Waarom dat gebeurde, tja … er viel een gat. Intussen waren ook voorzitter Kiki van Aubel en jurylid Edmond Staal druk in de weer. En het resultaat was er naar … Wat zou ik graag een opdracht krijgen om dit project te evalueren. Het zou mooi zijn als dat er nog een keer van kwam. Vooral vanuit het thema sociale media en erfgoed kun je hier heel veel van leren! Hoe dan ook, dit is zeker de plek om if then is now te bedanken. Mijn collega monumentenexpert in de jury, Theo Oberndorff van Huis voor de Kunsten en ik hadden namelijk korte stukjes geschreven over de 12 genomineerden die centraal gepubliceerd zouden worden. Maar helaas kwam iets/iemand/een ding/organisatie/entiteit zijn of haar afspraak niet na en daar zaten we dan …

Hadden we toen geweten dat Dagblad De Limburger zoveel publiciteit zou geven aan de prijsvraag – applaus voor De Limburger! – dan hadden we het hierbij misschien kunnen laten.* Maar dat was niet te voorzien. Daarom is het des te fijner dat if then is now bereid was om de teksten te plaatsen. Die hobbel genomen, moesten Theo en ik het beeldmateriaal nog regelen. Gelukkig zijn de genomineerden niet bepaald scheutig geweest met het verschaffen daarvan; en wat hebben we weer kunnen profiteren van de beeldbank van de RCE.* Neem eens een kijkje op if then is now, waar de volgende items staan:

Het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg hoopt dat de inspiratieprijs leidt tot meer belangstelling voor monumenten in de provincie en dat die aandacht zich vertaalt in speciale aanvragen bij het fonds. Daar sluit ik me graag bij aan.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende informatie:

  • De jury van de Inspiratieprijs voor 2018 bestond uit leden van het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg (Kiki van Aubel, Edmond Staal en Jackie Smeets), aangevuld met externe deelnemers, waaronder de twee monumentendeskundigen. Dit jaar zijn dat: Chequita Nahar, Theo Oberndorff (coördinator Cultureel erfgoed bij Huis voor de Kunsten in Limburg) en Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • Zie het item op de site van het landelijke PBCF waar je tevens kunt zien hoe weinig publiciteit aan deze prijs is gegeven.
  • De volledige serie in Dagblad De Limburger is begonnen met het eerste kwartet d.d. 7/9/18: http://bit.ly/2x181uX-PBCFLimburg (Sphinxcomplex, Oud-Lemiers, Kasteel Borgharen, Fatima Huis en Franciscus Huis). Het tweede kwartet volgde 15/9/18: http://bit.ly/2xePify-PBCFLimburg (Hompesche molen, Clemensdomein, Hoogcruts, Schat van Simpelveld) en het derde kwartet 21/9/18: http://bit.ly/2DjxC91-PBCFLimburg (Cuypershuis, puddingfabriek, kasteelruïne Montfort, Miljoenenlijn).
  • Surf daarvoor naar http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2yVQC8U-PBCFLimburg

Unieke hashtag: #winnaar_inspiratieprijs_PBCFLimburg

De link naar de verzamelpagina van dit project volgt.

Druiven plukken op Roozendael

Deze diashow vereist JavaScript.

De stilte bestond uit zonlicht

Uit de wind die in de ranken draalde

Tegen een achtergrond van landbouwruis

En het zachte timbre van stemmen

De schreeuw van de buizerds in de lucht

begeleidt pirouettes boven de wijngaard.

Staccato geklik van de snoeischaar

gevolgd door de geluidloze plof

van trossen als kolven

’n blauw mozaïek in allerlei tinten

Tot berstens toe ontploft

zoet fruit in je mond

papillair verrast onstilbaar genot

Oogsttijd op Roozendael

Druiven plukken op landgoed Roozendael in Reuver. Foto Marij Coenen 2018.


Druiven plukken op Roozendael

Welk Roozendael zullen kenners als eerste vragen? Want er zijn wel heel veel Rozendalen in allerlei schrijf varianten in Nederland. Dit Roozendael is een landgoed in Reuver (Midden-Limburg) dat bestierd wordt door wijnboer Henk Stiekema en zijn vrouw, mijn Probus collega, Marieke Kruit. Na al het onderzoek wat ik in het verleden naar boerderijen en landelijke gebieden heb gedaan en begeleid, raak je je fascinatie voor toponiemen niet meer kwijt. Dat deel ik met de eigenaren, want op hun website staat dit aardige stukje:

Het landgoed bevindt zich op een maasterras, een voormalige dalbodem, aan de oostzijde van de rivier. Door deze ligging bestaat er geen gevaar voor wateroverlast bij hoge waterstanden van de Maas. Meer naar het oosten (richting Duitsland) bevinden zich nog een aantal hogere maasterrassen, zodat de geologische ontwikkeling van het gebied goed zichtbaar is in het landschap. De grond bestaat uit voormalige stuifzanden (maasduinen), maar in de diepte bevindt zich een oude kleilaag. Deze is in de jaren 60 van de 20ste eeuw doorgestoken, om wateroverlast in de nabij gelegen woonwijk te verminderen. Tot dan toe bevond zich aan de noordoostelijke zijde een groot ven met begroeiing. Daar is waarschijnlijk ook de naam van het gebied van afkomstig. Ross (maar ook reuss) is een oude benaming voor riet en dal duidt op een laagte in het land. Er zijn in Nederland meer plaatsen die op deze wijze een soortgelijke naam hebben gekregen. Dat de naam in de loop der jaren aangepast is, blijkt uit de topografische kaarten, waarop het gebied aangegeven is met de naam Roosendaal.*

Het landgoed wordt overigens niet alleen uitgebaat als wijngaard en wijnmakerij. Marieke heeft er ook haar atelier voor grafiek, beeldhouwen en glas in lood, waar ze eveneens cursussen verzorgt. Wijn en kunst, altijd een goede combinatie.

Het gedicht geeft het al aan: ‘t was een dag met een gouden randje. Waar anderen duizenden kilometers rijden om in mediterraan weer wijngaarden te bewonderen, konden Marij en ik hetzelfde doen op nog geen half uur van ons huis! En wat zo apart is … je stapt uit en bent haast meteen van de wereld! Alles valt van je af als je tussen de stokken zit en meter voor meter opschuift om de trossen te knippen. Af en toe een prikkende braamstengel weghalen of wat verhullende bladeren en verder niets. Er is een rust die alles omhult en waarin ook het praten telkens weer wegzinkt. Vredig …

En zoet! Zo zoet had ik het niet verwacht. Zelfs de spontaan ontwikkelde rozijnen die aan de trossen zaten, waren zoet en dat schijnt nogal bijzonder te zijn. Voor we zo’n tros in de emmer mochten doen, moesten we eerst proeven of de rozijn inderdaad niet zuur was, want anders … weg ermee. Maar de hoeveelheid zonuren had voor veel zoets gezorgd en dat was voor mij überhaupt een verrassing, omdat ik niet van zoet houd.

Door de hete droge zomer is de oogst dit jaar tweemaal zo groot als andere jaren. Dus wie belangstelling heeft om te plukken kan zich melden bij hoeve Roozendael via de website of Facebook.*

Tot slot nog een dankwoord aan mijn andere Probus collega en medeplukker, Steef Stevens, die tussen het plukken door mompelde dat ik vast aan het denken was over een gedicht.

Et voilà!

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar het volgende:

  • “Beschrijving Landgoed Roozendael”. Roozendael.nl, 2013. bit.ly/2Nvhuks-Roozendael. Voor deze informatie wordt verwezen naar Tussen Maas en Meerlebroek, Toponiemen in de gemeente Beesel. Auteur Loe Giesen, uitgave Heemkunde vereniging Maas- en Swalmdal, Reuver, 1990.
  • Voor de site zie de voorgaande noot. Voorts: “Hoeve Roozendael”. Facebook. Geraadpleegd 8 oktober 2018. bit.ly/2NuSAlc-Roozendael.

Routebeschrijving:

Verkorte link: bit.ly/2y75AID-VanHH2Org

Twittermoment inspiratieprijs 2018 PBCF Limburg

Twittermoment inspiratieprijs — Nee, nee, een Twittermoment slaat niet op een tijdseenheid, waarin je een tweet plaatst, maar op de collectie tweets die je via Twitter kunt verzamelen onder een noemer. Dat heb ik gedaan met de tweets over de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Vrijdag 5 oktober is de laatste dag dat er gestemd kan worden, dus het is interessant om geleidelijk de balans op te maken.

Om te beginnen liet Dagblad De Limburger weten dat er in de eerste week al meer stemmen waren binnen gekomen dan het totaal van de jaren ervoor bij de publieksdeelname aan deze inspiratieprijs. Onze regionale krant heeft een mooie, aansprekende reeks gemaakt van driemaal vier genomineerden die ze vervolgens on line hebben samengevoegd in het eerste item.* Tot slot heeft het dagblad afgelopen vrijdag gepubliceerd dat er toen in het totaal 2481 stemmen binnen waren.

De reeks van De Limburger kom je ook tegen in onderstaand Twittermoment. Scroll er eens doorheen en kijk eens wie wat heeft gedaan, los van de tweets die ik als jurylid heb geplaatst om stemmers te werven. Dat is gedaan via de accounts @Bern4dette en @Erfgoedverhaal. In het bijzonder is aandacht besteed aan de serie artikelen, die ik samen met medejurylid Theo Oberndorff en redacteur Walter Teeffelen voor het platform if then is now heb gemaakt.* Vind je dat de genomineerden onze voorzet goed hebben opgepakt of had dat beter gekund? Wie of wat mis je en wat zou je anders doen. Geef het door, want ik ben altijd blij met feed back!

Ook op Facebook zijn we druk in de weer geweest. Kijk eens op onze bedrijfspagina en bij die van If then is now. Verder zijn LinkedIn en Instagram bestookt met berichten, zij het in iets mindere mate. Wat ik er zelf opnieuw van leer, is dat je dit soort campagnes met een groep moet doen. Maar daar is de erfgoedwereld, zo is nu weer gebleken, nog niet rijp voor.

Mocht je nog willen stemmen, aarzel niet! Surf naar http://bit.ly/2x181uX-PBCFLimburg.

;-) B.



Naschrift Facebook

Een vergelijkbaar overzicht van Facebook kan ik jammer genoeg niet maken. Wel kun je goed volgen dat vooral Ronnie Bessems van het genomineerde monument kasteel Borgharen te Borgharen op dat medium voor veel reuring heeft gezorgd.

Op Facebook heeft Ronnie Bessems van het genomineerde monument kasteel Borgharen te Borgharen voor veel reuring gezorgd. Screenshot bvhh.nu 2081.

Eindstreep inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg

Eindstreep inspiratieprijs — De eindstreep van de verkiezing van het meest inspirerende monument van Limburg – in het kader van de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg – komt in zicht. Hoe het leeft blijkt onder meer uit de blog hieronder die ik schreef voor onze Facebookpagina hieronder.

Deze diashow vereist JavaScript.

De inspiratieprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg op If then is now, VanHH2FB

Wat let je om te gaan stemmen? Toe maar! Surf naar http://bit.ly/2x181uX-PBCFLimburg en doe mee!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Jury — De jury van de Inspiratieprijs voor 2018 bestaat uit leden van het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg (Kiki van Aubel, Edmond Staal en Jackie Smeets), aangevuld met externe experts. Dit jaar zijn dat: Chequita Nahar, Theo Oberndorff (coördinator Cultureel erfgoed bij Huis voor de Kunsten in Limburg) en Bernadette van Hellenberg Hubar.

Waar de jury op let Er wordt niet alleen gekeken naar het gebouw of het complex op zich, maar ook naar wat het doet met zijn omgeving. Er zijn prachtige voorbeelden van hoe bevlogen initiatiefnemers een monument met veel kunst en vliegwerk van sloop wisten te redden en zo als het ware teruggeven aan de gemeenschap. Maar ook het revitaliseren van een gebouw binnen de omgeving – het kweken van een wij-gevoel – valt binnen het prijskader. En over wij-gevoel gesproken, hoe inspirerend is het niet als je met heel de buurt gezamenlijk de schouders eronder zet om een beeldbepalend ensemble te behouden en te onderhouden! Allemaal zaken waar de jury naar kijkt.

Nominaties — De twaalf genomineerden zijn:

  • Catharinakerk met schilderingen Hans Truyen, Oud-Lemiers
  • Clemensdomein, Oud-Merkelbeek
  • Cuypershuis, Roermond
  • Fatima Huis en Franciscus Huis, Weert
  • Hompesche Molen, Ohé en Laak/Stevensweert
  • Kasteel Borgharen, Borgharen
  • Kasteelruïne Montfort, Montfort
  • Kloosterruïne Hoogcruts, Hoogcruts (Margraten)
  • Miljoenenlijn ZLSM, Simpelveld
  • Puddingfabriek, Venlo
  • Schatkamer van Simpelveld (Huize Loreto), Simpelveld
  • Sphinxcomplex, Maastricht

Verkorte link van dit item: bit.ly/2NMNy8y-VanHH2Org

De genade voorbij | Het Laatste Oordeel in Alkmaar

De genade voorbij

Deze diashow vereist JavaScript.

Ze zijn zich van geen kwaad bewust
en staan verbaasd om
zich heen te kijken
Naakt als in het paradijs
Mooi van lijf en leden
Blij … maar waren ze niet dood?
Kijk daar en daar en daar
Familie, geliefden en die daar …
Zijn dat mijn kindskinderen?

Maar veel tijd voor verbazing is er niet.
De wind steekt op en met iedere vlaag
… trompetgeschal
Engelen uit grimmiger tijden
Hun gewaad in scherpe knipplooien
met in hun handen de weegschaal,
overgedimensioneerd …
neemt Michael de mensheid de maat
De schroeiende hitte van
de hellemond voelbaar

Centraal in het gewelf de wereldrechter
Gods zoon zonder twijfel

met ‘n poker face
sierlijk gebarend naar links en rechts
scheidt hij de goeden van de kwaden
na voorspraak van moeder en doper
de genade voorbij

Jacob Corneliszoon van Oostsanen m.m.v. Cornelis Buys, Het Laatste Oordeel in de Grote Laurenskerk te Alkmaar (1519), gerestaureerd door Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den brink (2003-2011). Foto bvhh.nu 2018.

_______________________________

De genade voorbij

Twee jaar geleden was het ‘De wonderlijke klim’ in Den Bosch, dit jaar gooit Alkmaar er nog een schepje bovenop met ‘De klim naar de hemel’.* In het ene geval de aardse microkosmos, in het andere geval het einde der tijden.* Ik was er met ons kwintet, Wim Eggenkamp, Eduard Kimman, Harrie-Jan Metselaars en Gert van Kleef, welke laatste nauw betrokken was bij de organisatie van ‘De klim naar de hemel’ en de feestelijkheden rond het 500-jarig bestaan van de Grote Laurenskerk. Een geweldige ervaring om hoog boven het dak van de kerk te wandelen en over het golvende patroon van de geschubde leien naar de stad te kijken. En dan de stap naar binnen … oog in oog met het Laatste Oordeel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1519): schilderingen op een houten gewelf die normaal ver boven je uitstijgen en waarvan de details door de afstand en speling van het licht aan je oog ontsnappen. Een geweldige ervaring daar boven op de steigers, zoals je kunt zien aan de laatste foto’s in de diaserie.

Steigers … mijn fascinatie voor steigers houdt nooit op. En waarom dat is? Misschien wel omdat je je eigenlijk in het luchtledige bevindt, even houvast hebt op plaatsen waar buiten alleen vogels kunnen komen, scherend over een dak of langs rijzige gevels; en binnen hooguit de rook van kaarsen of de klanken van het orgel. Eigenlijk bestaat de plek waar je op de steiger staat niet.

Het thema op zich hoeft iconografisch nauwelijks introductie, zeker niet na de belangstelling die het werk van Jeroen Bosch in het jubileumjaar 2016 heeft ondervonden. Met mijn gedicht volg ik de driedeling van het gewelf in de zaligen (links), de voltrekking van het oordeel (midden) en de verdoemden (rechts), waarbij Maria en Johannes de Doper als voorsprekers zijn afgebeeld.


Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.*

Restauratiegeschiedenis | Slepen met een gewelf 

Restaurator Willem Haakma Wagenaar heeft tijdens de restauratie van 2003 tot 2011 een artikel geschreven voor de nieuwsbrief van de stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen, de Jacobsbode, waarin hij de lotgevallen van het houten gewelf beschrijft. Ook hier manifesteerde zich de ‘educatieve roofzucht’ van het rijk (lees het hoofd van de afdeling Kunsten & Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Victor de Stuers en zijn rijksadviseur, Pierre Cuypers). Tussen 1885-1886 werd geregeld dat het gewelf beetje bij beetje naar het Rijksmuseum getransporteerd werd in ruil voor subsidie om een nieuw houten beschot aan te brengen. Los van de discussie over hoe je met dit soort kunst om moet gaan – conserveer je heel terughoudend of streef je naar een evocatie van het origineel – is het voor mij heel interessant dat twee schilders die ik behandeld heb in ‘De genade van de steiger’, gevraagd werden de schilderingen in orde te maken. In eerste instantie, 1902-1904, was dat Jan Dunselman, bevriend met Joseph Cuypers, die vooral bekend is geworden van de uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam.* Mede doordat de houten drager werd ingekort om het gewelf in het Rijksmuseum te kunnen plaatsen, heeft Dunselman er vrij veel aan moet doen.

Als gevolg van gewijzigde inzichten verdween het houten gewelf uit de opstelling van het Rijksmuseum: directeur Frans Schmidt Degener had niet veel op met de educatieve visie van Cuypers en De Stuers, noch met hun belangstelling voor monumentale kunst. Daar kwam bij dat de toeschrijving inmiddels veranderd was van Jacob Corneliszoon naar zijn broer, Cornelis Buys, waardoor de kunsthistorische waarde van het oeuvre kennelijk daalde. Om kort te gaan, het gewelf werd opnieuw gecompartimenteerd en teruggebracht naar Alkmaar, waar het moest wachten tot 1940 om weer op zijn oude plek hersteld te worden. Ditmaal was het Gerhard Jansen die aan de slag ging. Over hem is Haakma Wagenaar nog minder enthousiast dan over Dunselman, vooral vanwege het gebruik van vernis. Ook al zou vandaag de dag – terecht – niemand dat meer doen, Gerhard Jansen was bepaald geen amateur. Hij had grote ervaring als restaurator en als kerkschilder. Toen Antoon Derkinderen aan het experimenteren was met het schilderen direct op de muur, deed hij dat onder meer met Gerhard Jansen in de Doopkapel van de Nicolaaskerk van Jutphaas (1904). Uiteindelijk is dat het enige oeuvre in dit genre dat van Derkinderen behouden bleef, die overigens ook voor het technische kunnen van Jan Dunselman grote waardering had. Het zou goed zijn als tijdens zo’n grote restauratie meer onpartijdig gekeken zou kunnen worden naar de ingrepen van voorgangers, waardoor ook andere aspecten van hun inmenging in het licht komen te staan. Dat maakt gewoonweg deel uit van de geschiedenis van het kunstwerk in kwestie, die nu voor een groot deel is weggepoetst, zoals onder meer uit de aanpak van de Christusfiguur blijkt. Daarnaast vergroot zo’n onderzoek de kennis over de technische vaardigheden van in casu Dunselman en Jansen en die komt weer van pas op het moment dat hun werk wordt hersteld. In het geval van de eerste hebben de laatste decennia al grote conserveringsprojecten plaatsgevonden, met name door Rob Bremer en Wil Werkhoven.*

Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.
Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.

Tekenachtig schilderen

Ik noem Derkinderen hier ook, omdat er sprake is van een opvallende synchroniciteit tussen zijn stijl en die van Jacob Cornelisz. van Oostsanen: beiden hadden een tekenachtige manier van schilderen, zoals specialist Daantje Meuwissen bij Van Oostsanen ontdekte en ik bij Derkinderen. Of dat helemaal op toeval berust is zeer de vraag. Derkinderen kende dat andere monumentale werk van Van Oostsanen dat naar het Rijksmuseum was overgebracht, heel goed: het beschilderde houten gewelf van Warmenhuizen dat zich in de ‘kapel’ van de Oefenschool bevond op het terrein. De bedoeling was dat hij dit zou restaureren, maar daar is het door de moeizame verstandhouding met Cuypers en De Stuers niet van gekomen. Wel had Derkinderen als voorbereiding daarop het hele gewelf in 1892 onderzocht en uitgetekend.* Algemeen was de belangstelling voor dit type werk in de tweede helft van de negentiende eeuw groot, zowel bij onderzoekers als kunstenaars: Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm, Derkinderens docent aan de Rijksacademie, noemt het voorbeeld van Naarden bij zijn transcriptie van de biblia pauperum die hij in 1866 publiceerde. Een van de meest indrukwekkende uitwerkingen van het onderliggende systeem van corresponderende voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament uit de late negentiende eeuw is de kruisweg in de Amsterdamse Nicolaaskerk van Jan Dunselman (1891-1898).*

Reformatie

Een van de vragen die steeds weer opkomt bij middeleeuwse kerken die in protestantse handen zijn overgegaan, is waarom dit soort werken de beeldenstorm ontsprong. Dat geldt niet alleen voor schilderingen als deze die op een vrij onbereikbaar niveau zaten, maar ook voor zestiende-eeuws glas in lood zoals in de Oude Kerk van Amsterdam. En wat te denken van het altaarstuk van Jacob van Heemskerck (1538-1542) dat pas na de reformatie, in 1581, naar Zweden ging en nu weer even in de Alkmaarse Grote Laurenskerk te zien is. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat dat heeft te maken met de invloed van de schenkers van deze kunstwerken die vaak op de betreffende werken staan afgebeeld. Ook de elite ging om naar het nieuwe geloof, maar dat betekende niet dat hun kostbare investeringen te grabbel moesten worden gegooid. Of dit een urban legend is of gebaseerd is op onderzoek, heb ik niet direct kunnen achterhalen. Indien deze verklaring klopt, dan zal die ondogmatische opstelling vast tot discussies hebben geleid tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’. In dat geval hebben we aan het stedelijke patriciaat het behoud van bijzondere kunstwerken te danken van een generatie die bij het grote publiek nog maar weinig bekendheid geniet. Des te meer reden om naar Alkmaar te gaan voor ‘De klim naar de hemel’.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (deels opgemaakt met Zotero). De volledige inhoud van de afgekorte titels is te vinden in de bibliografie op deze site.

  • ‘De klim naar de hemel’ is mogelijk tot en met 8 oktober 2018!
  • Voor mijn gedicht naar aanleiding van ‘De wonderlijke klim’ volg deze link.
  • Gegevens Rijksmuseum: ‘workshop of Jacob Cornelisz van Oostsanen, Portrait of Jacob Cornelisz van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), Amsterdam, c. 1533′, in J.P. Filedt Kok (ed.), Early Netherlandish Paintings, online coll. cat. Amsterdam: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.8170 (consulted 27 August 2018). Permalink via deze URL.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, Willem. “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk in Alkmaar (I en II)”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 4–5 (2005): 1–5; 2–4. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Haakma Wagernaar voerde de restauratie uit met Edwin van den Brink.
    • Over de toeschrijving aan J.C. van Oostsanen zie het overtuigende artikel van: Meuwissen, Daantje. “Het plafond van de Laurenskerk in Alkmaar: de hand van de meester”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 8 (2009): 3-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen
    • De term ‘educatieve roofzucht’ komt van Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 117-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, p. 4.
    • Over Jan en zijn broer Kees Dunselman, zie met name Hubar, Tussen Gabriel en Michael (2018), pp. 53-69, waarin de bevindingen in Hubar, De genade van de steiger, pp. 178-208, zijn aangevuld en bijgesteld. Dit was met name mogelijk door de toename van het aantal dagbladen in Delpher.nl en de toegang tot Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent. Zie ook de errata op deze site.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, pp. 4-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Over de oorsprong van de aanwezige Christusfiguur is Haakma Wagenaar onduidelijk. Niettemin besloot hij deze te vervangen door een figuur waarvan het hoofd ontleend is aan de doek van Veronica op een van de andere gewelven in de Laurenskerk. Behalve dat ik hier bedenkingen tegen heb, heb ik iconografisch twijfel bij de inwisselbaarheid van het ene en het andere type. Dit is een kwestie die ik nog een keer wil voorleggen aan Daantje Meuwissen.
    • Haakma Wagenaar, Willem, en Edwin van den Brink. De gewelfschilderingen in de Laurenskerk van Alkmaar gerestaureerd, 2003-2011. z.pl. (Alkmaar), 2011. bit.ly/2oeUb4n-Oostsanen
    • Hubar, De genade van de steiger, pp. 44 (Jutphaas), 335-336 (Gerhard Jansen), 187-190 (Jan Dunselman). Rob Bremer en Wil Werkhoven hebben onder meer de Nicolaaskerk te Amsterdam gerestaureerd (Jan Dunselman), de Obrechtkerk te Amsterdam (Kees Dunselman), de Jozefkerk te Noordwijkerhout (Kees Dunselman) en de Agathakerk te Lisse (Jan en kees Dunselman).
  • Deze noot verwijst naar:
    • Het hiervoor geciteerde artikel van Daantje Meuwissen.
    • Voor Warmenhuizen: Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 126-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Hubar, De genade van de steiger, met name pp. 44 (abusievelijk staat hier 1861 in plaats van 1866), 189 (Jan Dunselman).
    • Thijm, “De harmonieën van het Oude en het Nieuwe Testament in de beeldende kunst, Biblia Pauperum”, p. 433.*
    • Het thema van Thijm en de biblia pauperum heb ik verder uitgediept in mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 84-86, waarop een voorschot is genomen met dit webartikel over de glazen van vader en zoon Cuypers in de apsis van de nieuwe Bavo.
  • Meer weten over de gedichten met de achtergrondverhalen die ik schrijf? Surf dan naar dit item.

Je moet zeker de hemel gaan beklimmen, dus op naar Alkmaar!*

Verkorte link van dit item: bit.ly/2ocXr07-VanHH2Org

Gedicht op maandag: moerbeiengaard

Ook benieuwd naar mijn vorige #Gom?

Nog meer? Surf dan naar deze pagina of ga kijken hoe het allemaal begon.

;-) B.

Gedicht op maandag: Onbeslist | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!